11e zondag door het jaar C - 2013

 Zusters en broeders, 

Een Farizeeër die Jezus uitnodigt om bij hem thuis te komen eten: je weet niet goed wat je daarvan moet denken. Want zo’n farizeeër, dat is toch een vijand van Jezus? Dat is in elk geval de indruk die we meestal krijgen als we het evangelie lezen, maar die indruk is niet altijd juist. Farizeeën waren vooral godvruchtige mensen, die zo nauwkeurig mogelijk de wet van Mozes naleefden. Velen onder hen hadden het inderdaad moeilijk met de manier waarop Jezus soms met die wet omging. En nog moeilijker hadden ze het met sommige van zijn woorden, bijvoorbeeld dat Hij en de Vader één waren, en dat Hij Gods Zoon was. Maar andere farizeeën voelden zich sterk aangetrokken door Jezus. Ze zagen in Hem de Messias op wie het joodse volk als eeuwen wachtte. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er onder de eerste christenen heel wat farizeeën waren.  

Hoort de farizeeër van vandaag bij die groep? Of hoort hij bij de groep die Jezus niet moet hebben? Wil hij Hem misschien op een of andere manier een loer draaien? Dat is niet duidelijk. Hij heeft wel zijn bedenkingen dat Jezus die zondares laat begaan. Maar hij reageert niet eens beledigd wanneer Jezus hem aanwrijft dat hij Hem niet echt hartelijk heeft ontvangen. En hij noemt Jezus zonder aarzelen ‘Meester’, dus ziet hij iemand in Hem. Maar nog eens: het is niet duidelijk of hij Jezus goed of niet goed vindt. Al evenveel vragen roept die vrouw op. Waarom komt ze naar Jezus? Waarom gaat ze zo emotioneel met Hem om? Het antwoord daarop vinden we wellicht in de eerste lezing en op het einde van het evangelie.  

In de eerste lezing vernemen we welke lelijke streek koning David heeft uitgehaald: hij heeft zich meester gemaakt van de vrouw van een van zijn soldaten, en ervoor gezorgd dat die man sneuvelde in de strijd tegen de Ammonieten. Niet alleen getuigt dit van vreselijk machtsmisbruik, het laat ook zien wat een vrouw volgens hem betekent. En dat is niets. Hoewel hij wist dat ze getrouwd was, heeft hij haar voor zichzelf opgeëist, en toen ze zwanger was, heeft hij ervoor gezorgd dat haar man werd gedood. Wat háár gevoelens waren bij dit alles is een vraag die hij zich niet eens stelde. Want een vrouw heeft geen rechten, geen inspraak, geen belang. Met die overtuigingen was David geen uitzondering, integendeel. In zijn cultuur hadden vrouwen immers geen rechten, werden ze niet gewaardeerd, moesten ze zwijgen en gehoorzaam zijn. In de tijd van Jezus was dit niet echt anders. Zoals het vandaag niet anders is in sommige Aziatische en in alle islamitische landen. We zien en horen daar elke dag vreselijke voorbeelden van.  

Maar Jezus was anders. Zijn liefde ging uit naar alle mensen. Want alle mensen, dus ook alle vrouwen, waren kinderen van God. Hij spreekt even goed met vrouwen als met mannen, want ze zijn even belangrijk. En Hij luistert ook naar hen, zoals Hij naar alle mensen luistert: arm of rijk, jong of oud, ziek of gezond. Vandaar dus dat die vrouw naar Hem toekomt wanneer Hij bij de farizeeër is. Haar leven is niet wat het zou moeten zijn, ze weet dat ze een zondares is, en ze wil weer een goed mens worden. Maar wie gaat er ooit naar haar willen luisteren? Wie zal haar ooit haar fouten willen vergeven? Wie zal geloven dat ze berouw heeft, dat ze oprecht is? Alleen Jezus, dat weet ze, want alleen Hij ziet in elke mens een kind van God. Dus gaat ze naar Hem toe, en laat ze in het openbaar zien hoe berouwvol ze is. Want ze weet: Hij houdt van alle mensen, Hij luistert naar mensen, Hij wil mensen helpen, Hij vergeeft wat niet goed was.  

Diezelfde aantrekkingskracht merken we ook op het einde van het evangelie. Jezus wordt immers niet alleen door zijn twaalf leerlingen gevolgd, maar ook door veel vrouwen ‘die uit eigen middelen voor hen zorgden’ - zo staat het letterlijk in de tekst. En onder die vrouwen was onder meer Johanna, de vrouw van de rentmeester van koning Herodes. Een vrouw dus die haar rijke leven liever opgaf om Jezus te volgen en voor Hem en zijn leerlingen te zorgen. En waarom doet ze dat? Omdat ze door Jezus als vrouw gewaardeerd wordt, want voor Hem zijn alle mensen even belangrijk en even waardevol.   

Zusters en broeders, ik denk dat dit zoals altijd de kern is van de viering van vandaag: dat we zouden zijn zoals Jezus, en dat we zijn weg zouden gaan. Zijn weg van liefde en vrede voor alle mensen, man of vrouw, jong of oud, rijk of arm. Zijn weg van eerbied en respect, en van aandacht voor iedereen. Zijn weg ook van vergeving aan wie daar oprecht naar vraagt.  Laten we zijn weg altijd proberen gaan. Amen.