10e zondag door het jaar C

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Jezus is geen drugprofeet, Hij stelt de levensvragen niet uit, Hij verdooft de mensen niet, zijn troost is nooit formeel, Hij zegt nooit: "Daar moet ge leren mee leven". Hij verkoopt geen soft drug en geen hard drug. Hij geeft het leven. Gratis. Hij is het leven zelf. Wat door Hem beroerd wordt herleeft. Wie door Hem geraakt wordt staat op uit de dood. De mensen die getuige zijn van de opwekking van de enige zoon van de weduwe van Naïn bekennen: "Een groot profeet is onder ons opgestaan."

De Joden wisten dat een groot profeet bij machte was de levensgeesten op te wekken bij een overledene. Het voorbeeld van Elia was legendarisch geworden. Elia had een kamer gevonden in den vreemde, bij een vrouw uit Sarepta, in Fenicië, bij Sidon, in het huidige Libanon. Zijn gastvrouw was een weduwe, die Jahwe, de God van Israël, niet aanhad. Er was hongersnood in het land en toch had ze de man Gods opgenomen en bezorgde ze hem voedsel en drank. Met haar zoon was ze de dood door ontbering nabij en toch vond ze plaats voor een derde, voor een vreemde nog wel, iemand van een ander volk. Zoals de "behoeftige weduwe", die Jezus "twee penningen" voor de tempel zal offeren, "offerde zij van haar armoe alles waar ze van leven moest". Nu was alle leven uit haar kind geweken, en ze was diep geschokt. De hemel had zich boven haar helemaal gesloten: eerst de hongersnood en de armoede en nu de dood van haar kind. Haar man had ze reeds verloren. Was de hulp die Elia haar eerst geboden had een hoopgevend gebaar geweest, een teken uit de hemel door de man Gods verkregen, nu leek het haar een sinistere en bittere streek van diens God van Jeruzalem en Heer van Israël. Haar lichaam en haar geest kwamen in opstand tegen Hem en tegen zijn profeet, die haar totaal in het ongeluk gestort hadden. Was hun enige doel niet geweest haar "zonden openbaar te maken"? Ongeluk werd algemeen als Godsstraf aangezien. En een zwaardere straf als de dood van een kind, van een enig kind, bestond er niet. Nu God haar man én haar kind had weggenomen, was zij van de levensstroom helemaal afgesneden. Niemand zou na haar dood iets van haar leven voortzetten. Elia die haar en haar zoon het leven gered had was een boodschapper van de dood, erger, hij was er een handlanger van. Hij liet zich door die jaloerse God van Israël lenen om haar haar zonde met de dood te doen bekopen. Waarom had hij haar met haar kind niet laten sterven? Haar zonde, haar ongeluk, haar straf waren haar genoeg geweest. Wat moest die foltering erbij, die nieuwe, valse hoop op leven?

Het bleek geen valse hoop te zijn. Elia bad voor het kind en zijn moeder. "Jahwe, mijn God, laat toch de ziel in dit kind terugkeren". Al de levenskracht van zijn God, waarvan zijn lichaam en zijn geest doortrokken waren, bracht hij op het pas gestorven kind over en "de ziel keerde terug in het kind en het leefde weer". Heette zijn God niet Jahwe, wat betekent: "Hij is en Hij geeft het bestaan"? Meer dan de zonde en de dood, openbaarde Elia aan de heidense vrouw uit Sarepta Jahwe's levenwekkende vergiffenis. Het leven dat in tranen gezaaid was en stierf, zou zij in vreugde oogsten. In haar kind zou het leven zich vernieuwen, het hare en dat van haar man en nu zou ze met haar kind gelukkig zijn. Na alles wat ze had meegemaakt ontdekte ze nu Jahwe's zorg en liefde voor haar: en ze zei tot zijn profeet: "Nu weet ik zeker dat ge een man Gods zijt en dat Jahwe werkelijk door uw mond spreekt".

Vroeger of later ontdekt de mens dat God met zijn lijden mede lijdt. Dan openbaart Hij Zichzelf en zijn liefde. De zonde die Hij op dat moment van nabijheid openbaart, kende de mens tot dan toe als eigen onvolmaaktheid. Nu kent hij haar als de afstand die hem van Gods leven en liefde gescheiden hield.

Als Jezus de weduwe van Naïn haar dode kind ziet volgen is van onvolmaaktheid, afstand of zonde geen sprake meer: "Toen de Heer haar zag gevoelde Hij medelijden met haar". Alleen dit medelijden heeft Lucas kunnen noteren.