Vrij in Christus

 

Paulus was een jood uit de diaspora, maar van echte ‘Hebreeuwse’ stam. Hij genoot een rabbijnenopleiding in Jeruzalem. Hij was een Farizeeër die streng de Wet volgde en de voorvaderlijke overleveringen. De zorg en de ijver voor de Wet gaan een verkeerde kant uit wanneer de mens meent dat hij langs daar om God naar zijn hand kan zetten. In zijn brief aan de Galaten stelt hij de kernvraag: “Moet wie christen wordt, de Joodse wet, de besnijdenis en andere voorschriften overnemen?” Met zijn krachtig ‘neen’ op deze vraag heeft Paulus een beslissende invloed gehad op de evolutie van het christendom. Vijf zondagen na elkaar, vanaf de negende tot en met de veertiende, leest de liturgie uit de brief van Paulus aan de Galaten.

Wandelaar tussen twee werelden

De Galatenbrief is een emotionele brief met bekende uitdrukkingen, zoals de fameuze uitval ‘O domme Galaten’ (Gal. 3,1).  Paulus is kwaad omdat de Galaten zich lieten beïnvloeden en van het geloof dreigden af te vallen. 

Het samenleven van verschillende groepen christenen heeft van bij het begin problemen gesteld. Al vroeg zijn er twee groepen met verschillende achtergrond. De ene kwamen uit het Hebreeuwse jodendom, de andere uit een groep met hellenistische invloed die Jood geworden waren of met de Joodse visie sympathiseerden. De aanstelling van de eerste diakens had met die spanning te maken (Hnd. 6,1).

Er volgt een nieuwe stap wanneer niet-Joden christen werden, zoals de Ethiopiër (Hnd. 8,37) en de Romeinse honderdman Cornelius (Hnd. 10). Na enige aarzeling nam Petrus Cornelius en diens gezin op zonder hen Joodse gewoonten en verplichtingen op te leggen. De opname van christenen uit de heidenen stelt praktische problemen zoals tafelgemeenschap van christenen uit het heidendom met Joodse christenen. Hoe gaan christenen uit verschillende sociale klasse nu met elkaar om? En christenen van verschillende nationaliteit in eenzelfde stad? En christenen van conservatieve strekking en van progressieve?

Paulus getuigt in de brief aan de Galaten over zijn roeping. Hij heeft te Damascus in een openbaring de Verrezen Heer ontmoet. Jezus is de Gekruisigde. Hij werd uitgestoten tengevolge van de Joodse wet. Paulus beroept zich op de beloften van Abraham. Paulus heeft zijn Jood-zijn niet afgezworen. Hij is overtuigd dat hij binnen de beloften van Abraham staat en geroepen is zoals de profeten Jeremia en Jesaja. Hij heeft door openbaring Christus leren kennen en de opdracht gekregen hem aan de volkeren bekend te maken. Die zending en roeping laat hij zich niet afnemen.

Een God die redt door Christus

“Het Oude Testament belijdt de bevrijding van de kinderen van Israël uit de slavernij van Egypte en hoopt op Gods bijstand om, bevrijd van vreemde overheersers, als een vrij volk de God van Israël te dienen in vroomheid en gerechtigheid (vgl. Lc. 1,74-475).

“Het Nieuwe Testament in zijn geheel, alle apostelen en gewijde schrijvers, verkondigen dat wij dankzij Jezus’ offerdood verlost zijn. Paulus, die zich als missionaris tot de Grieken richt, vertaalt diezelfde boodschap consequent in termen van vrijheid. ’Voor de vrijheid heeft Hij ons vrijgemaakt’ (Gal. 5,1).

Op vele plaatsen spreekt Paulus over die vrijheid. Soms spreekt hij erover als een profeet. Dan klaagt hij onze onvrijheid aan, maar opent onze ogen voor een visioen van een bestaan, bepaald door een nieuwe en wonderlijke vrijheid. Vaak spreekt hij erover als herder en leraar. Dan laat hij ons delen in een heel concrete visie op vrijheid, als mentaliteit en gedrag, als spiritualiteit en concrete gedragsregel” (Paul van den Berghe, Op weg met de apostel Paulus, p. 117).

Paulus had aan de Galaten Christus verkondigd als een evangelie van bevrijding. Nadien lieten ze zich besnijden. Was dit uit tactische redenen om zich als vriend van Joden door de besnijdenis meer aanzien of veiligheid te verzekeren? Besneden christenen konden met de Joden één blok vormen. Of was het omdat de Joden geen eer moesten brengen aan de keizer en zo konden ontsnappen aan vervolging?

Paulus, die zelf Jood was en besneden, vindt de houding van de Galaten een terugval. Nadat hij christenen heeft vervolgd, is hij zelf gegrepen door Christus. Het is zijn roeping Christus aan de heidenen te verkondigen. Het is met tamelijk veel aplomb dat hij daarover spreekt. Dit omdat het evangelie van de gekruisigde en verrezen Heer hem zo dierbaar is. Voor hem is het geloof in Christus zo bevrijdend. Het heeft hem adem gegeven en vleugelslag. 

Voor de vrijheid

Christus schenkt vrijheid. Paulus gunt deze ten volle aan de christenen. Hij smeekt de Galaten bij deze geschonken vrijheid te blijven (Gal. 5,1-12). Hij spoort hen aan deze goed te gebruiken (Gal. 5,13-24). Hij geeft ons allen deze schone lijfspreuk mee: “Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen” (Gal. 5,1).

In Christus ontstaat een nieuwe familie. Met de doop hebben we ons met Christus omkleed. “Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen”(Gal. 3,28).  Allen zijn we één in Christus Jezus.

De vrijheid is geen willekeur.  Ze leidt tot een nieuwe levensstijl, dankzij de vrucht van de Geest: “liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing” (Gal. 5,22). Maarten Luther formuleerde dit als volgt: “Ein Christenmensch ist ein freier Herr über alle Dinge und niemanden untertan. Ein Christenmensch ist ein dienstbarer Knecht aller Dinge und jedermann untertan.”

Apostel met anderen

Paulus is ervan overtuigd dat hij het evangelie zonder bemiddeling ontving. Wat hij brengt is geen mensenwerk. Hij komt op voor zijn zelfstandigheid. Maar hij weet zich verbonden met de andere apostelen. Allereerst met Petrus, die hij in Jeruzalem heeft ontmoet en met wie hij in Antiochië een zware discussie had.

Paulus houdt van de Galaten met de liefde van een moeder. Voor hen heeft hij barenweeën doorstaan. Daardoor kunnen wij leven. Anthony Tony, drievoudig wereldkampioen Kung Fu en nadien predikant in een evangelische gemeenschap, getuigt in de Getemde tijger over zijn ommekeer: “Veel mensen in de gemeente waren al jarenlang christen. Sommigen waren in dezelfde val getrapt als ik voor het ongeluk. Ze voelden zich comfortabel en werden niet uitgedaagd in hun geloof. Ze hadden hun passie voor Jezus verloren en hun drang om anderen over hem te vertellen. Ik wist maar al te goed dat veel van die mensen die daar voor me zaten goede, eerlijke lui waren, die hard voor hun gemeente werkten en heel oprecht van elkaar hielden. ‘Maar zijn jullie werkelijk gebroken genoeg om Gods wil te doen?’ vroeg ik hen. ‘Of doen jullie de dingen in jullie eigen gerechtigheid en eigen kracht?’ Ik richtte de aandacht op de lessen van de apostel Paulus in Galaten 2,20 ‘ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij.’ Ik vertelde mijn vrienden, ‘dat Jezus niet volkomen in mij kan wonen en zich niet door mij heen kan openbaren, tenzij mijn trotse ego is verbroken. Dat ego is hard, en is niet bereid zich over te geven.’ ‘Mijn ego rechtvaardigt zichzelf, het wil zijn eigen zin doen en zoekt zijn eigen roem’, preekte ik. ‘Tenzij je ego uiteindelijk buigt voor Gods wil zal God nooit in je leven kunnen doordringen en je voor zijn wil gebruiken.’ Er viel een enorme stilte in de gemeente.

Paulus moge ons behoeden voor de terugval op de oude mens. “Kan ik geloven dat  over onze wereld – gelovigen en ongelovigen – een oordeel aankomt, omdat ook hier en nu niemand voor God gerechtig is? En kan ik geloven dat ook aan onze wereld op een onbegrijpelijk manier vrijspraak wordt aangeboden, op voorwaarde dat men dat aanbod van God gelovig aanvaardt? En kan ik geloven in Paulus’ visioen van een nieuw en wonderlijk bestaan, van een nieuwe vrijheid onder de wet van de Geest? En kan of durf ik dat verkondigen? Kan ik geloven en durf ik verkondigen dat zelfrechtvaardiging geen uitkomst biedt, maar dat alleen het geloof mij kan redden?” (Paul van den Berghe, Op. cit., p. 37).