10de zondag door het jaar C (2013)

Als er één ding opvallend is in het leven van Jezus, dan is het wel zijn nabijheid aan mensen in lijden en verdriet. Op een of andere manier was Jezus de zieke mensen en hen die op andere manieren te lijden hadden, anders nabij dan de anderen in zijn tijd. De stoet met klaagzangen trekt met de moeder mee naar het graf. Jezus brengt leven en keert de rouwstoet om in een feeststoet. Het leven overwint de dood. Jezus maakt door zijn nabijheid het verschil uit tussen leven en dood.

Onze paus Franciscus wil daar opnieuw de aandacht op vestigen. Geloof met de mond, geloof door de geloofsbelijdenis, door studie van de Bijbel, geloof door theologie en discussie, geloof in gespreksgroepen en bij het maken van een hongerdoek of een icoon, geloof in de kunst, geloof op een bedevaart of een wandeltocht, geloof waarbij we geloofsgenoten ontmoeten en andere gelijkgestemden, geloof in de eredienst, in de liturgie, in de aanbidding en de meditatie, het is goed, het is heilig, ja noodzakelijk, mooi en belangrijk, het een wat meer dan het ander, maar toch is het pas de helft. Het is als een mooie gave vijgenboom met een gezonde stam, met brede en stevige takken, volop in het blad. Maar als de boom geen vrucht draagt, dan wordt hij na verloop van tijd omgehakt, wordt versnipperd of belandt in de open haard.

Op allerlei momenten laat Jezus in het Evangelie zien dat God vruchten wil zien, vruchten van geloof, hoop en liefde. Vruchten, dat is de andere helft, de helft die net zo belangrijk is als het eerste gebod. Bemin God, daar begint alles mee, en dan het tweede daaraan gelijkwaardig, bemin de naaste als jezelf.

Om wat voor vruchten gaat het dan? We kijken naar het Evangelie van vandaag. We zien bij het overlijden van een dierbare hoe we als geloofsgemeenschap om mensen heen kunnen staan. De uitvaart is kostbaar en belangrijk, vaak horen we hoe het mensen goed heeft gedaan, hoe mooi en passend de liturgie is bij een uitvaart, hoe belangrijk de woorden van de familie en de voorganger. Maar dan; twee, drie weken later begin het gewone leven zich alweer te hernemen. Twee drie maanden later, verwachten mensen soms dat de rouwtijd al ongeveer voorbij is en twee drie jaar later praat niemand er meer over.

We hebben de laatste jaren veel geleerd over verliesverwerking, het goed gebruik maken van de rouwtijd. Maar verlies is niet alleen een dierbare verliezen, in onze tijd van recessie ken ik reeds tal van mensen die hun baan zijn kwijtgeraakt en nu naarstig zoeken naar een nieuwe baan. Hoe ga je daarmee om, vooral als blijkt dat het niet meer lukt omdat je de 50 ruim gepasseerd bent.

Er zijn veel vormen van verlies. De ouderdom, met verlies aan gezondheid en energie. Of het verlies van geloof bij kinderen en kleinkinderen. Mensen op die momenten nabij zijn, dat hoort bij een vruchtbaar geloof.

We hebben in onze parochie allerlei werkgroepen, ook mensen die rouwende bezoeken, zieken en eenzamen bezoeken; toch is het onvoldoende wanneer we dat overlaten aan een beperkt aantal leden van werkgroepen. Dit zou iets moeten zijn dat elke kerkganger, elke gelovige, elke Christen als een vast onderdeel had in zijn of haar levensbagage.

Over de eerste Christenen staat dat zij alles met elkaar deelden, niemand noemde iets nog zijn eigendom. Heb jij mijn auto nodig, neem maar, ik rijd er vandaag niet mee. We mogen van alles verzinnen waarin we met elkaar kunnen delen, maar vooral tijd en aandacht, geloof en liefde, oprechte zorg en nabijheid. Dat is wat God ons voordoet als God een nabije God wil zijn, zo nabij dat Hij zijn Zoon geeft die in alles de mensen nabij is.

In een tijd dat we minder priesters en andere beroepskrachten hebben, is dat ook een kans om de eigen taak van de gelovigen weer naar voren te halen. Vrijwilligerswerk in de kerk, in het bestuur, in de koren, rond het altaar, het is nodig en goed, belangrijk en kostbaar, en we hebben er altijd mensen voor nodig.

Maar dat dienstwerk in het gewone leven, zoals bij een voedselbank of in de rouwbezoekgroep, in ziekenbezoek, gevangenisbezoek, voor acties bij hongersnood en zoveel meer, het zijn de vruchten, de goede vruchten van de goede boom, die we hier op het altaar mogen neerleggen bij de offerande. Het zijn vaak onzichtbare vruchten die wij heel persoonlijk, in ons innerlijk delen met God. Weinig mensen hebben er weet van, maar God ziet ze, God kent ze, ook als het niet lukte, maar we het wel hebben geprobeerd.

Jezus gaf de jongen nieuw leven, en gaf hem terug aan zijn moeder. Wij mogen vragen dat God ook onze jeugd nieuw leven geeft, dat zij mogen ontdekken wat echt leven is, wat de vruchten van geloof, hoop en liefde zijn, naar het voorbeeld van Christus. Amen.