Gehoor geven

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Het verhaal van de honderdman in Kafarnaüm is een vreemd voorbeeld van geloof. Want het is toch vreemd dat juist een militair, een legercommandant, voorbeeld moet zijn van wat een groot geloof is! Wie het journaal volgt, kan ze nog dagelijks zien. Die breed geschouderde kerels; die machotypen met hun uniform dat suggereert dat ze nergens boodschap aan hebben, behalve aan hun wapens. Hun gewone mens-zijn lijkt gecamoufleerd door hun helmen en hun tenue. Niemand die van hen een groot geloofsgetuigenis verwacht.

Maar was die centurio uit Kafarnaüm er eigenlijk wel zo een? Beantwoordt hij wel aan dat geijkte patroon? Ja en nee. Want hij slaat wel een militaire toon aan; hij praat wel vanuit de sfeer van gezagsverhoudingen; hij heeft het wel over bevel is bevel: ‘Ik zeg: ‘ga', en mijn knecht gaat'. Maar van de andere kant, doet hij raar. Wat zal de generale staf van hem denken? Van een commandant die een synagoge bouwt van zijn soldij, voor dat eigenaardige joodse volk? Wat moet de keizer daarmee? Voor je het weet gaat de man ook de God van de joden nog vereren, in plaats van zijn goddelijke opdrachtgever in Rome. Er zit een merkwaardig luchtje aan deze man zijn militaire houding.

En dan is er die knecht van hem. Een Romeinse legeroverste die inzit over een van zijn bedienden. Ook ongewoon. Is dat dan geen slaaf? Of is het niet een van zijn schilddragers? Of zijn fac totum in de kazerne? Het is blijkbaar veel meer. Dat is niet zomaar een willekeurig iemand; het is iemand die onvervangbaar lijkt, iemand die veel voor hem betekent. Juist géén ondergeschikte. Hij heeft dan wel de naam van knecht, maar hij is het niet. Het is duidelijk. Hij houdt van hem. Het is zijn vriend.

Maar nu wordt het pas echt spannend, aan zulke dingen hebben ze in het leger geen boodschap. Nu begint het ons misschien ook wat te dagen, waarom Lucas ons dit zo graag doorvertelt. Want waarom is dat nu zo'n excellent voorbeeld van geloof? Hier is iemand die gehoor geeft aan iets uit een andere orde. Iets wat helemaal niet in zijn militaire boekje staat. Er is iets wat hij blijkbaar hoger aanslaat. Zorg voor wat je lief is, ook al staat het in rang zogenaamd lager. Opkomen voor de mensen om je heen, ook al ben je hen dan ergens de baas. Iemand die respect toont voor een andere cultuur. Er sneuvelen enkele militaire taboes door iets wat je liefde zou kunnen noemen. En dat is nu precies de golflengte waarop Jezus van Nazaret zit. Dat is het wat Lucas aan ons kwijt wil. Dat dit het soort situaties is waar geloof groot door wordt. Wanneer het dwars door allerlei conventies heen gaat. Dan heeft geloof er niets meer mee te maken of je soldaat bent of niet. In welk systeem je ook zit, bij welke club je hoort; het gaat niet om je politieke kleur, je rang of stand. Geloof wordt gewoon menselijkheid, met een ander begaan zijn, je naaste trouw zijn: sjalom. In één klap wordt de afstand tussen vriend en vijand overbrugd. Ineens is er dwars door de rangorde van vriend en vreemde, dit ene: mensen die elkaar ten dienste willen staan uit zomaar liefde.

En hoe gemakkelijk is dat ook voor ons vandaag nog herkenbaar. Hoe eenvoudig was dat te herkennen in de persoon van paus Johannes XXIII. Daar hoefde je niet voor bij een kerk te horen of de Bijbel te kennen. Want ook voor die tallozen voor wie God toch eigenlijk als een buitenlands artikel was, was het duidelijk: deze mens, paus of geen paus, straalde iets uit van die betrouwbaarheid, die onmiddellijk wordt aangevoeld. En mensen die wel bij de kerk wilden horen was het alsof het hoogste gezag in Jezus' naam plots van zijn troon afgekomen was.

Wat gebeurde er dan? Niets anders dan dat mensen in elkaar gingen geloven. Zoals Jezus en de honderdman elkaar tot geloof opriepen. Zo gaat ook nu, met mensen als paus Johannes XXIII, met mensen als Mandela of Rabin, met figuren als Gaillot of Gandhi, of ze nu christen zijn of niet, we beginnen erdoor te geloven. Dat baas en knecht wordt overtroffen door iets anders. Zonder verder te argumenteren aanvaarden we het gezag van hun liefde. Dat is wat Jezus ‘groot geloof noemde. Dat is wat we zo vaak bewonderen in anderen. Ook nu nog tweeduizend jaar later is dat de grootheid en de kiemkracht van geloof.

Trouw zijn aan wat je lief is en eerbied hebben voor wat een ander lief is, is de eerste stap naar dat grote geloof. Mogen ook wij daarvoor nog dikwijls buiten het boekje van onze gewoonten en conventies gaan. Mag dat groot geloof ons van tijd tot tijd te binnen schieten en bevrijden.