Grenzen verleggen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

De joodse Wet verbood ‘om te gaan met iemand uit een ander volk of bij hem in huis te komen' (Hnd 10,28). Wie toch met heidenen omging, werd onrein en sloot daarmee zichzelf uit van de omgang met God en zijn volk. Of die strenge regel ook consequent werd toegepast, is nog maar de vraag. Aan heidenen was in Israël geen gebrek. Het land was bezet door de Romeinen. Zij waren een doorn in het oog van elke rechtgelovige jood. Dat nam niet weg dat de centurio een onderofficier van het Romeinse leger, goed aangeschreven stond bij de plaatselijke bevolking. Niet zo verwonderlijk als men bedenkt dat hij ‘op eigen kosten' de synagoge had laten bouwen! De wet stelt grenzen, maar er zijn ook grenzen aan de wet...

De centurio is in grote nood, want ‘een slaaf die veel voor hem betekende, was ziek geworden en lag op sterven'. Hij neemt enkele joodse ouderlingen onder de arm om in contact te komen met Jezus. En die ouderlingen doen dat zowaar nog ook! Ze gaan Jezus vragen dat Hij die slaaf zou komen genezen. Vreemd, maar je kunt er niet naast kijken: ze storen zich in dit geval ‘aan God noch gebod'! De wet wordt flagrant overtreden.

We weten niet wat Jezus ervan denkt. Het kan Hem nauwelijks ontgaan zijn dat de joodse oudsten zich niet aan de wet houden. Maar wat Hem het meest verwondert, is de houding van die officier. ‘Zo'n groot vertrouwen heb ik zelfs in Israël niet aangetroffen.' Er staat niet vermeld dat de centurio zich van zijn heidense godsdienst afgewend heeft en volgeling van Jezus geworden is. Het vertrouwen van die man is zeker geen expliciete geloofsbelijdenis. Daar stuurt Jezus blijkbaar ook niet op aan.

Hier worden grenzen verlegd. We sommen even op. Jezus' zending blijft niet binnen de grenzen van zijn eigen volk, hoezeer Hij zich ook gezonden weet tot de verloren schapen van Israël. Misschien is Hij daar zelf wel verbaasd over. Bovendien mag de wet dan wel scherpe grenzen trekken tussen joden en heidenen, de menselijke grootmoedigheid kan en mag die overschrijden. Van de officier wordt zelfs gezegd: ‘Hij houdt van ons volk.' Echte liefde kent geen grenzen. En nood breekt wet. De joden, die zelfs geen omgang mogen hebben met een heiden, gaan zowaar voor hem pleiten bij Jezus. Aan Gods barmhartigheid zijn dan ook geen grenzen meer. Zelfs geen godsdienstige grenzen. Misschien komen we hier wel bij het meest alomvattende kenmerk van onze God: Hij is een barmhartige God, die wil dat alle mensen gered worden. Zelfs over de grenzen van wetten en godsdiensten heen. In zijn barmhartigheid is Hij letterlijk grenzeloos.

Dit verhaal zou wel eens een goede leidraad kunnen zijn voor de christelijke houding tegenover andere godsdiensten, en zelfs tegenover mensen die geen enkele godsdienstige overtuiging hebben. Wij geloven in een God die wil dat alle mensen gered worden. Aan dat verlangen van God mag geen enkele wet grenzen stellen.