Een vreemde wordt een vriend

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

In de eerste lezing bidt koning Salomo voor vreemdelingen uit verre landen, die de tempel van Jeruzalem bezoeken, om kennis te maken met de Heer, de God van het Jodendom. In de evangelielezing van deze dag gaat het over een vreemde man, een Romeinse soldaat, eigenlijk een vijand van het jodendom, die tot vriend wordt. Hij heeft Jezus nodig voor de genezing van zijn knecht, en stapt daarvoor over alle tegenstellingen heen, en wordt iemand van wie Jezus zegt: 'Deze man heeft een groter geloof dan veel rechtzinnige joden.' Geloven is over grenzen gaan.

Velen van ons zullen zich de tijd nog herinneren, waarin wij werden afgeschermd voor alles wat vreemd was. Het ergste wat men vroeger in een dorp van iemand kon zeggen was wel: het is 'een vreemde'. Dat gebeurde meestal om de eigen identiteit van wij mensen-van-het-dorp te bewaren. Samen sterk tegen vreemde invloeden. Want die zouden wel eens het karakter van ons dorp of van ons geloof kunnen veranderen. Dus moeten ze worden afgeweerd. Het huidige verzet tegen asielzoekers dat hier en daar de kop opsteekt, staat in dezelfde lijn.

'Eigenheimers', de verdedigers van het eigen geloof of de eigen cultuur, zijn vaak bange mensen. Mensen die twijfelen aan zichzelf, en dat verdoezelen door met de vinger te wijzen naar anderen die anders zijn, en dus niet deugen. Ze willen de tegenstelling in stand houden, omwille van hun eigen veiligheid en identiteit. Geloven is: over zulke tegenstellingen en vijandschap heen komen; in de vreemdeling ook een vriend gaan zien; het groepsbelang overwinnen en openstaan voor invloeden van buiten.

In de Vlaamse kerkgeschiedenis van de vorige eeuw hebben we dat zoeken naar eigen identiteit sterk meegemaakt. In de vorige eeuw was er sprake van 'verzuiling'. leder ging op zijn eigen 'zuiltje' zitten en zette zich af tegen anderen. Toen er een socialistische krant ontstond, moest er ook een katholieke krant komen. Naast de socialistische en liberale mutualiteit had je ook een christelijke. Men vond de eigen sterkte door zich tegen anderen af te zetten.

Maar we worden gelukkig wijzer en we gaan ontdekken dat de vreemdeling niet altijd een vijand is, dat we van vreemden kunnen Ieren. We zien en waarderen van onze protestantse medegelovigen hun grote eerbied voor het woord Gods, een eerbied die bij ons verdoezeld was geraakt door het vooropstellen van allerlei vrome praktijken, die met het wezen van het Christendom weinig te maken hadden.

We Ieren van moslims en joden weer de werkelijke eerbied voor Gods naam, die wij niet lichtvaardig in de mond mogen nemen. En in de 'ieder voor zich' cultuur, die bij ons is ontstaan, kunnen we van andere culturen (Turks, Marokkaans, Somalisch) Ieren wat gastvrijheid en eerbied voor de ander betekenen.

Ook de vreemdeling uit het evangelie helpt ons te Ieren. Die Romeinse militair is een merkwaardig mens. Totaal anders dan de gewone jood in Jezus' tijd. Hij is eigenlijk een vijand van het volk, een bezetter en een onderdrukker. Maar ook iemand die de tegenstellingen tussen rassen en culturen overwint, en zelfs op eigen kosten een joodse synagoge Iaat bouwen. Een man, die zelf niet bij Jezus durft te komen. Hij stuurt joodse vrienden, die namens hem het woord moeten doen. Hij vindt zichzelf als 'heiden' niet geschikt om Jezus in zijn huis te ontvangen. Jezus moet maar liever een machtswoord spreken, zoals hijzelf dat doet als militair: één commando is genoeg en het gebeurt!

En deze man wordt door Jezus als voorbeeld van geloof gesteld aan 'gelovige' joden: 'Zijn geloof is groter dan dat van jullie, die toch beter moesten weten.' Deze vreemde is voor Jezus een vriend geworden, iemand die Hij helemaal begrijpt en kan waarderen. Dan geschiedt het wonder van de heelwording, bijna als vanzelf. Daar waar vreemden vrienden voor ons worden, komen genezende krachten los en verdwijnt het kwaad. We zouden kunnen bidden, dat we in onze kerken wat minder beducht worden voor vreemde uitdagingen en nieuwe invloeden. Misschien kunnen we ons afvragen, of de Geest niet wonderlijk met ons bezig is, om ons wereldwijd te maken. Vrienden vind je overal, als je bereid bent langs tegenstellingen heen te leven. Grenzeloos leven heeft alles te maken met de vestiging van het koninkrijk Gods.