De anderen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Na Pinksteren weten we van de aanwezigheid van de heilige Geest in de leerlingen. Is die exclusief aan hen gegeven? Of is diezelfde Geest aan iedereen gegeven? Daarover gaat het in minstens twee van deze drie teksten.

Uit de gebeden die Salomo bidt bij het openen van de tempel, kun je opmaken dat hij twijfelt of hij er wel goed aan deed zijn wil door te drijven. De priesters zijn voor die tempel. De profeten zijn er steeds tegen geweest. En dat om een goede reden. Kun je God, voor wie zelfs het firmament te klein is, in je eigengebouwde tempel opsluiten? Doe je dan geen onrecht aan al de anderen, die niet tot je eigen gebedsgroep behoren? Het is biddend dat Salomo de moeilijkheid probeert op te lossen, door God te vragen ook naar de vreemdeling te luisteren.

Het gaat over exclusiviteit en inclusiviteit, over immanentie en transcendentie. Het gaat over interreligieuze en interideologische verhoudingen; volgens theologen als Hans Küng en Harvey Cox het belangrijkste theologische probleem van onze tijd. Ook in de tekst van Lucas gaat het daarover. In die tekst keert Jezus zich verwonderd om, nadat de honderdman hem door zijn vrienden had laten uitleggen waarom hij niet zelf gekomen was. Die officier voelt zich kennelijk zozeer een vreemdeling in de kring rond Jezus, dat hij geen persoonlijk contact wil leggen. Eerst stuurt hij enkele bevriende joodse ouderlingen, en dan een paar vrienden. Als hij naar die vrienden geluisterd heeft, keert Jezus zich verbaasd om en zegt: ‘Zelfs in Israël heb ik zo'n groot geloof niet gevonden.' Het is een verhaal dat herkenbaar is voor veel missionarissen en zendelingen.

In juli 1988 vergaderde de International Association of Mission Studies in Rome. Een van de werkgroepen kwam samen onder de ietwat ongelukkige naam Godsdienstige Pluraliteit en een Nieuwe Orde. Vooral enkele oudere Duitsers en Italianen hadden bezwaar tegen de laatste twee, fascistische herinneringen oproepende, woorden. De discussie begon met een uitwisseling van persoonlijke ervaringen. De verhalen waren meestal dezelfde. Steeds diezelfde verbazing en omkeer. Een van de deelnemers zei: ‘Toen ik Princeton verliet, was ik er niet op voorbereid dat ik bij de Hindoes waar ik ging werken, God zou ontmoeten. Vanuit mijn opleiding verwachtte ik het tegendeel. Het was een hele verrassing voor me te bemerken dat zij leefden in Gods aanwezigheid.'

Het eindrapport van de werkgroep beschrijft het zo: ‘De godsdienstige pluraliteit in de wereld was de reden voor onze oorspronkelijke missieactiviteit. In veel gevallen veranderde onze missie-ervaring onze eigen exclusiviteit. We ontdekten dat de ander ook wandelde met God, een ondervinding die parallel schijnt te lopen met een ontwikkeling die in Jezus plaats had in zijn contact met anderen. Beter dan ooit tevoren op de hoogte van de godsdienstige pluraliteit, ontgroeiden we ons godsdienstig provincialisme en ontdekten dat God groter en wijder is dan de kerk. Een ontdekking niet ongelijk aan die van Jezus, toen hij begon te bidden: "O Vader, Bron van alle leven...", later formeel gedefinieerd in het eerste artikel van de Geloofsbelijdenis van Nicea. De meesten van ons beschouwen de pluraliteit als een uitdrukking van Gods wil, alhoewel de discussie over de convergentie of divergentie van godsdiensten niet beslist werd.'

Niet iedereen was het eens met het trekken van die parallel tussen hun eigen ervaring en die van Jezus. Is Jezus werkelijk verbaasd wanneer hij hoort van het geloof van die officier? Over de officier zelf is er een hele discussie. Commentatoren die wat bang zijn voor de consequenties van de tekst voor het geval de man werkelijk een Romein en dus ‘heiden' is, menen dat hij een joodse collaborateur van de Romeinen was. Daarom durft hij zelfniet naar Jezus te komen, en daarom is Jezus zo verbaasd in hem een geloof te vinden zoals dat in Israël maar zelden voorkomt. Voor Lucas betekent de tekst een ommekeer. Het is een keerpunt. Lucas gebruikt voor het geloof van de honderdman hetzelfde woord als voor het geloof en de verwachting van Maria. Een geloof en een verwachting, niet langer beperkt tot de joodse kring. Net zo min als Gods aanwezigheid beperkt kan worden tot Salomo's tempel.