Enkele uitspraken van Jezus

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Als je kritiek krijgt op je manier van leven heeft dat ongetwijfeld een grote invloed op je geweten. Het wordt erdoor gevormd of misvormd. En wie kritiek uitoefent moet zich daar goed van bewust zijn. Hij moet zeker weten, dat wat hij zegt in zijn kritiek ook goed is. Want hij vormt of misvormt het geweten van een ander. Ons geweten is namelijk niet iets puur persoonlijks maar het ondergaat heel nadrukkelijk de invloed van onze omgeving.

Nu is het zo, dat wij over het algemeen twee gewetens hebben. Eén voor onszelf en één voor anderen. En die twee gewetens vallen lang niet altijd samen. Alleen als het geweten voor jezelf en het geweten voor een ander samenvallen, mag je kritiek hebben op iemand. Anders niet.

Dit zegt Jezus eigenlijk ook, alleen Hij zegt dit op verschillende manieren. Hij zegt dit op zijn eigen originele en beeldende manier.

Het eerste dat Hij zegt is: wij zijn allemaal min of meer blind voor de juiste weg, voor de toekomst, voor de mogelijkheden van onszelf en van anderen. Blindheid is geen uitzonderlijke handicap. Het komt heel algemeen voor. En als we ons daar niet van bewust zijn leveren we heel gauw kritiek op de levenswijze van een ander. Met het gevolg dat, terwijl wij als blinden een andere blinde leiden, wij beiden in de put vallen. Dus lever niet zo vlug kritiek! Je moet soms advies geven; het wordt van je gevraagd. Maar weet dan dat het een heel riskante zaak is.

De volgende uitspraak van Jezus is waarschijnlijk gedaan bij een andere gelegenheid. De leerling staat niet boven zijn meester. Je moet niet proberen wijzer te zijn dan je meester. Als bijvoorbeeld Petrus probeert Jezus van Gods weg af te halen, dan wordt hij terechtgewezen; dan wordt hij teruggewezen naar zijn plaats: onder zijn Meester. Als het waar is dat Lucas deze uitspraak van Jezus pas heeft opgeschreven na de kruisdood van Petrus, die ondersteboven werd gekruisigd, dan maakt Lucas hier duidelijk, dat Petrus de volmaakte leerling van Jezus is geworden die niet zo makkelijk zal oordelen.

De derde uitspraak van Jezus is: wij mogen niet oordelen, want wij kunnen niet oordelen. Wij lopen immers met een balk in ons oog. Dat oog is weer ons geweten. Wij zullen het moeten toegeven: voor eigen afwijkingen blinddoeken wij ons geweten. Voor die van een ander houden we ons oog wijd open. Wij hebben in het algemeen geen oog voor eigen gebreken. We weten nauwelijks of niet welke gebreken we hebben. Bijna niemand weet - als er om gevraagd wordt - welke zijn of haar gebreken zijn. Misschien helpt het ons als wij eens nagaan waaraan wij ons bij anderen het meeste ergeren. Neem dan maar aan dat dat precies onze gebreken zijn. En als je dat weet: pas dan mag je oordelen.

En tenslotte zegt Jezus onomwonden welke mens een goed geweten heeft. Dat is die mens die goed doet. Want waar het hart vol van is daar loopt de mond van over. Zeg maar wat iemand doet en je kunt precies zeggen of zijn hart op de goede plaats zit of niet.