De nar en de jaloerse appels (2001)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

MOEILIJKE BOOMSOORTEN

Op de middelbare school lazen we Homerus. Daarin kwamen pikante passages voor. Die werden altijd overgeslagen. De leraar mompelde dan zoiets als ‘teveel moeilijke boomsoorten’. Moeilijke boomsoorten sloeg je over; ze droegen verboden vruchten.

Van de zomer belde iemand aan. Een man stond voor de deur. Hij stotterde een beetje; vroeg zich af of hij misschien ongelegen kwam; maar hij hield van planten en nu had ie die bijzondere boom naast mijn huis gezien en of ie daar een stekje van mocht hebben. Ik liep met hem mee. De boom was me eigenlijk nooit opgevallen. Ik wist niet hoe hij heette. Hij was gewoon een moeilijke boomsoort die elk jaar mijn dakgoot verstopte. Nu zag ik de ranke blaadjes met hun exotisch profiel. Weinig bomen hebben voor mij een naam. Ik ken alleen maar perenbomen, kersenbomen en appelbomen; en dan alleen nog in de herfst. Want aan de vruchten ken ik de bomen, zoals Jezus al zei.

DEPRESSIEVE KERS

Je plukt geen kastanje van een kokospalm. Het gaat fout als de appelbloesem denkt: ‘Bah, appels zijn ordinair! Ik wil een sierlijk gebogen banaan worden met een etiketje.’ Dan gaat het mis. De sappen in de stam, het zonlicht op de bladeren, de bijen op de stamper... ze kunnen er geen banaan van maken. Misschien gaat de appel wat hangen zodat ie lang gerekt is. Misschien smaakt ie wat droger. Misschien kakelt hij tegen de andere appels: ‘Ik kom uit een voornaam bananengeslacht’, maar het wordt niet echt iets. Er groeien geen vijgen aan een braamstruik.

De appel die geen appel wil zijn is ongelukkig. De kers die jaloers is op een pruim wordt depressief. Dus neem een voorbeeld aan de vijgen en de druiven, want die zijn gewoon zichzelf.

Jezus bedoelt: de mensen zijn vaak ongelukkig. Ze willen niet zichzelf zijn. Daarom hield Jezus de mensen een spiegel voor. Kijk dan. Jij bent een perzik van een meid! Jij bent een peer van een vent! Wees als de raven en de lelies en de baby’s. Wees jezelf!

LODEWIJK DE ZOVEELSTE

Narren hielden koningen een spiegel voor. Ze werden ingehuurd aan de hoven van Frankrijk. Ze moesten grappen maken. Ze bezorgden de koning een bevrijdende lach waardoor hij weer tot zichzelf kwam. Lodewijk de Zoveelste was eigenlijk maar een krent die dacht een pompoen te zijn. Hij moest elke dag op zijn tenen lopen om niet door de mand te vallen. Hij moest doen alsof hij Sebastiaan Bach van Beppie Kraft (populaire Maastrichtse zangeres) kon onderscheiden en een Appel van Rembrandt. In de grappen van de nar mocht Lodewijk even zichzelf zijn, een krentje, een liefhebber van Hoempa en zonsondergang. De Franse koning vond het vooral leuk als de andere hovelingen werden uitgelachen. Enkele scherpe narren zijn heel erg rijk geworden van de steekpenningen die ze kregen van markiezen en gravinnen. Die hoopten na betaling gespaard te blijven van spotternijen. Zo zie je dat ook narren hun fouten hebben.

Tijdens het middeleeuwse narrenfeest, de voorloper van Carnaval, maakten de lagere geestelijken, de gewone pastoors en kapelaans, zich vrolijk over de gewichtige pompa van de bisschoppen en prelaten. Zelf overweeg ik om vanmiddag een mijter op te zetten en in de optocht mee te lopen als ‘d’r Carnavals-Wiertz’! ('Carnavals-Wiertz' komt uit bekend t.v.-spotje van een Carnavalsartikelen winkel; Frans Wiertz is de bisschop van Roermond)

JIJ DAAR, WEES JEZELF

De spiegel van de nar zegt: wees toch jezelf!

Ook jij meisje dat meer van meisjes houdt dan van jongens. En jij, jongen die niet graag voetbalt. Jij, stotteraar die zich steeds aan iedereen opdringt. Jij, kindje in het asielzoekercentrum dat aan niemand de verschrikkingen kan vertellen die je hebt meegemaakt. Jij, vrouw, die door je man plotseling in de steek bent gelaten -zomaar op dinsdag-. Jij jongen met die driftbuien. Jij, vrouw die altijd bang bent om alles fout te doen... Jullie mogen allemaal jezelf zijn.

Een appelboom brengt vrucht voort, als hij maar appelboom wil zijn. Als ie probeert om perzik te worden gaat het mis!

Daarom houdt de nar ons een spiegel voor. ‘Kijk naar jezelf. Van mij mag je er zijn. Van God ook. Mag het ook van jou zelf?’

RAPPEN

Er was eens een heel beroemde rabbi. Hij kon preken als de beste. De mensen kwamen van heinde en verre naar hem luisteren. In een dorp op vijf dagmarsen afstand woonde een eenvoudige onderwijzer. Op zekere dag ging hij naar de beroemde rabbi en luisterde ademloos naar zijn verhaal. Als hij zelf toch eens zo goed kon vertellen! Na de dienst ging hij naar de rabbi toe, gaf hem een hand en zei eerbiedig: ‘Rabbi, ik bewonder u. U kunt zo oneindig beter vertellen dan ik!’ De rabbi kneep zijn ogen dicht en zei peinzend:

    ‘Als jij jij bent omdat ik ik ben, en ik ik ben omdat jij jij bent, dan ben jij jij niet en ik ik niet. Maar als jij jij bent omdat jij jij bent en ik ik ben omdat ik ik ben, dan ben ik ik en jij jij!’


Karnaval is goed als het zingt en zegt: Kijk in de spiegel van God: Hij heeft je geschapen zoals je bent. Kijk in de spiegel van de nar. Durf te lachen met jezelf. Maak grappen met de ernst van mensen die zich angstig twee of drie maten te groot voordoen, en vooral: help elkaar om er te mogen zijn.

SPROOKJESHUWELIJK

Een echtpaar schoof aan bij een bestuursdiner. De twee kwamen zachtjes maar venijnig kibbelend binnen en bleven elkaar sissend verwijten maken tussen de soep en de aardappelen. Toen de man in de gaten kreeg dat de disgenoten mee zaten te luisteren keek hij waardig om zich heen en sprak: ‘Wij hebben ‘n sprookjeshuwelijk..., zij is de heks!’ Narren zijn er overal!