8e zondag door het jaar C - 2019

‘In het spreken ontdekt men het boze van de mens’, zegt Jezus Shirah in de eerste lezing, en  in het evangelie zegt Jezus: ‘Waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over.’

Zusters en broeders, die laatste uitdrukking is heel bekend en wordt ook heel dikwijls gebruikt, maar wellicht weten maar weinig mensen dat ze van Jezus komt. Beide uitdrukkingen lijken direct op vandaag slaan, want wellicht is de mond nooit meer dan vandaag van het boze overgelopen om te kwetsen, te vernederen, te beschadigen, tot wanhoop te drijven. Jezus Shirach wist het al: ‘Prijs een mens niet voor je hem hebt horen spreken, want pas dan kan je hem beoordelen,’ zei hij.

Wat Jezus zegt, sluit daar direct bij aan. Ook Hij zegt dat de mens met wat hij zegt toont wie hij echt is, want dan komt zijn binnenkant naar buiten. Hij verbindt dat direct met zijn boodschap van liefde en vrede. Hij heeft zonet zijn twaalf apostelen gekozen, en nu leidt Hij hen op. Hij hield hun de zaligsprekingen en de wee-uitspraken voor, zei dat ze van hun vijand moesten houden en dat ze hun medemensen moesten behandelen zoals zijzelf behandeld wilden worden. Dat hoorden we de voorbije weken. Vandaag leidt Hij zijn apostelen verder op, zodat ze weten waar ze mee bezig zijn, want ‘kan de ene blinde soms de andere leiden?’, vraagt Hij. Zijn leerlingen moeten dus echt weten wat zijn boodschap inhoudt, en niet blind zijn voor wat Hij van hen verlangt. En ze moeten zeker niet denken dat ze, omdat ze zijn apostelen zijn, beter zijn dan andere mensen. Dat ze dus geen gebreken en geen tekortkomingen meer hebben. Integendeel, ze moeten de balken in hun eigen ogen wél zien, en niet kankeren over de splinters in de ogen van hun medemensen.

De fouten van anderen zien en veroordelen, maar de eigen fouten niet zien, terwijl ze dikwijls erger zijn dan de fouten van anderen, daar waarschuwt Jezus dus voor. Het goed dat wij ons afvragen wat wijzelf doen met die boodschap, en het zou nog beter zijn als alle mensen zich dat zouden afvragen, want dankzij de zogenaamd sociale media worden leugens en bedrog wellicht meer verspreid dan ooit tevoren. Het internet en Facebook zijn dikwijls vreselijke wapens om medemensen te pesten, te beschuldigen, af te breken, tot zelfmoord te drijven. Smartphone, Whatsapp, Instagram en twitter moeten daar heel dikwijls niet voor onderdoen. Nabestaanden van verongelukte jongeren moeten dikwijls onvoorstelbaar wrede commentaren verwerken. Politieke partijen, parlementen en regeringen worden door andere landen gehackt om leugens te verspreiden, kiezers op een dwaalspoor te brengen, tegenstanders in diskrediet te brengen en eigen vrienden aan de macht te helpen. In één woord: de zogenaamd sociale media zijn vaak weerzinwekkende spreekbuizen van asociale en totaal gevoelloze gebruikers. 

Waar staan wij in die realiteit van vandaag? Breken ook wij alles af wat ons niet aanstaat? Brengen ook wij liever slechte dan goede vruchten voort: vruchten van veroordeling, van kwaadsprekerij, van vernedering, ook als we weten dat zulke vruchten pijnlijk kwetsend zijn voor hen die ze moeten ondergaan? Zien ook wij de splinter in het oog van anderen, maar niet de balk in ons eigen oog? Ontkennen ook wij dat we tekorten en gebreken hebben en dat niet alles wat wij doen en denken altijd even goed, even rechtvaardig en even proper is?

Zusters en broeders, het zou goed zijn als we ons altijd zouden afvragen of we onszelf niet overschatten. Of we niet blind zijn voor onze eigen fouten. Of we niet veel te snel denken dat wij heel goed zijn, en anderen veel minder goed. En het zou nog veel beter zijn als onze mond zou overlopen van goede dingen, omdat ons hart vervuld is van liefde, vrede, goedheid, nederigheid, barmhartigheid. Dan zouden we alleen maar goede vruchten voortbrengen. De vruchten die Jezus ons heeft voorgeleefd in zijn woorden en daden. Amen.