Tijd door het jaar (C)

 

“Een goed mens brengt het goede te voorschijn. Waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over” (Lc 6,45)

De kleine goedheid

De woorddienst biedt telkens goede woorden en gedachten. We nemen ze op in ons hart om er in de loop van de dag van te leven. Zalig wie het woord Gods horen en er naar leven. Jezus besluit zijn onderricht met de zin: “Waar het hart van vol is, loopt de mond van over.”

Het is best het hart te vullen met het goede zodat wij als een goed mens uit de schat van goedheid van het hart het goede te voorschijn kunnen halen. “Heer, wek in mijn hart het goede.” Als de Heer ons hart gelijk maakt aan het zijne, dan komen we op de weg van het goede.

Meer dan de privésfeer

De kritische toehoorder zal het verwijt richten dot we hiermee te veel bij het innerlijke blijven, dat wij ons beperken tot het individuele vlak en daardoor de maatschappij niet veranderen.

Jezus heeft niet de bedoeling om ons in de intieme privésfeer op te sluiten. Het goede dat uit de mens voortkomt, heeft de kracht om het goede bij anderen te wekken en een stroom van goedheid te ontwikkelen. “Quand on dit le bien, il pousse. “ Als we het goede zeggen en vertellen, groeit het.

 Wat Jezus zegt over het hart als voedingsbodem van goed is op het eerste zicht weinig oorspronkelijk. Het lijkt te behoren tot de wijsheid van de volkeren en hoogstwaarschijnlijk zullen de gedragspsychologen deze wijsheid beamen.

De diepte van het gemoed

Het probleem is echter dat we zo weinig bij het hart blijven stilstaan. We doen dit tijdens he week van de cardiologische liga of naar aanleiding van tips uit de gezondheidsopvoeding. Let op uw hart, waak erop. Die boodschap is voldoende bekend.

Maar Jezus spreekt niet over onze hartspier en onze bloedvaten en onze aderen. Hij heeft het over ons gemoed, over onze gezindheid, over ons voelen en aanvoelen. De mens is meer dan helder verstand. We vangen in ons zoveel op. ervaringen slibben aan. Ze vormen dikwijls brede lagen van waaruit we op onze beurt de wereld beoordelen, bekijken en behandelen.

Woorden uit het hart

Maria, ze bewaarde alles in haar hart (Lc. 2,51). Er zijn vele Maria’s die opnemen wat er gebeurt en die dit in hun hart laten bezinken.

Daaruit ontspringt dan een woord, daarvoor niet elke dag, maar soms in beslissende momenten. Dan wordt duidelijk van waaruit mensen leefden, wat hen bezielde, wat hen richtte en leidde.

Uit het hart van mensen kunnen bittere woorden komen, mensen die geslagen zijn door het leven, die van het leven niet kregen wat ze ervan verwachten. Mensen die veel opgekropt hebben, mensen die geleefd hebben met wrok en plotseling wordt het eruit geflapt: een woord van ontgoocheling, een woord van woede. We hebben als buitenstander gemakkelijk te zeggen; ‘Mens, let op voor je hart Wees geen man van bitterheid, want bitterheid is de zwaarst aanslag tegen je eigen hart.”

Er zijn mensen met goede woorden. Kinderen onthouden de laatste goede woorden van hun overleden ouders bijv. “Heb dank voor wat je voor mij gedaan hebt.” “Kinderen, blijf overeenkomen.” Zo spreken mensen die tijdens hun leven vrede en overeenkomst in hun eigen hart gezaaid hebben.

Leona vertelde over haar vader. Het leven was voor hem geen brede autostrade geweest Het was zwaar op het bedrijf en met groter wordende kinderen. Tijdens zijn ziekte leed hij heel veel pijn. “En toch Leona, mijn dochter; Ik ben dankbaar; het leven was schoon.” Leona’s vader was geen veelprater, maar bij hem klopte het: “Waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over.

Jezus, de hartenkenner

Wij weten niet wat er allemaal in ons hart steekt. Misschien vermoeden de psychoanalytici het. Mensenkenners hebben dit altijd bevroed en geweten. Jezus was een mensenkenner. “Jezus, Hij wist” zo noteert het Johannes “wat er in de mens stak en daarom wat het niet nodig dat iemand hem over de mens toelichtte” (Joh, 2,25).

Tot de Farizeeërs die zich teveel bekommerden om het uiterlijke ritueel zei Jezus: “Besef je dan niet dat al wat van buitenaf in de mens komt, hem niet kan bezoedelen, omdat het niet uit zijn hart komt. Wat uit de mens komt, dat bezoedelt de mens.” “Want uit het binnenste, uit het hart van de mensen komen boze gedachten, ontucht, diefstal, moord. Al die slechte dingen komen ut het binnenste en bezoedelen de mensen” (Mc. 7,18-20)

Jezus ziet niet enkel het slechte. Hij weet hoeveel goedheid er schuilen kan in een mensenhart. Hij verwacht dat goede bomen goede vruchten voortbrengen. Hij verwacht een consequente houding en overeenkomst tussen ons voelen, denken, spreken en handelen.

Jezus was zelf de man met het goede hart. Het was gevuld met de gedachten en de gevoelens voor zijn hemelse Vader.

Ons laten vullen met Jezus

Als we ons hart vullen met Jezus, als we zijn gezindheid in ons opnemen, groeien we tot goede mensen. Is dat niet de nieuwe evangelisatie? Ons vullen met Jezus! Hem geleidelijk in ons binnenlaten, ons doordringen van zijn woorden en gedachten.

Heer Jezus, maak ons hart gelijk aan het uwe, zodat we het goede eruit mag opborrelen.

Mensen hebben voor elkaar een opdracht. We leggen contact met elkaar doorheen onze woorden. We kunnen bijdragen tot een wereld, waarin het goede de bovenhand heeft.

Daarvoor is er tijd nodig en moeten we luisteren naar elkaar. We kunnen een medemens de kans geven om zijn/haar bittere, giftige woorden te uiten en er zich van te bevrijden. De dienst van het luisteren brengt ons op de weg naar bevrijding.

Het biechtgesprek en het sacrament van de verzoening geven een kans ons te verlossen van bittere ervaringen, ons te bevrijden van giftige woorden en om open te staan voor het goede liefdevolle woord van Jezus, dat bemoedigt en geneest.