7e zondag door het jaar

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Jesaja en de andere profeten hebben Lucas op hun schouders genomen en tonen hem de heerlijkheid van Jezus, die ze lang geleden voorspeld hadden. De Messias is ingeleid. Zijn wonderbare komst onder ons is beschreven. Zijn oproep tot bekering heeft geklonken. Wie iets met God wil doen moet Jezus volgen. De eerste tegenstand heeft zich gemanifesteerd. Jezus is begonnen te provoceren met zijn nieuwe leer. 'Wee u, wanneer alle mensen met lof over u spreken, want hun voorvaderen deden hetzelfde met de valse profeten'.

Theologen zoeken God in de verste hoeken van hun geest. Mensen komen op straat voor duizend rechten. Jezus sprak ook voortdurend over God. Hij was een echt theoloog. Hij hield ook zijn betoog over de mensen. Maar na zijn betoog lag de weg open, die naar God leidt, en als Hij over God sprak kwam de weg vrij voor de mensen. Honderd revoluties maken de mens niet beter en duizend boeken over theologie maken hem niet wijzer. Eén zin uit Jezus' leer verandert hem, als hij hem in praktijk brengt.

'Als gij bemint wie u beminnen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars beminnen wie hen liefhebben'. De rechten van de stoeten interesseren Jezus niet. Of beter, Hij vat ze alle samen in één eis, niet gericht door groepen aan andere groepen, of door zwakke enkelingen aan sterkere, maar door Hemzelf aan alle anderen, aan betogers en thuisblijvers, aan strijders en verdedigers: leef zo dat ge recht hebt op dankbaarheid!

Leiders van betogingen spreken zo niet. Ze spreken over recht en onrecht. Theologen schrijven zo niet. Ze schrijven zo helder als ze kunnen over God en ook wel over recht en onrecht. Als ze ook over dankbaarheid schrijven, doen ze dat in boeken over moraal en in een apart kapittel. Jezus houdt geen betogingen en schrijft niet over moraal. Hem is het gewone van de mensenstrijd totaal vreemd. Hij houdt zich niet op met recht en onrecht. Ook aan de meest natuurlijke verplichtingen gaat Hij voorbij. Het is voor een kind een klare morele plicht zijn overleden ouders eervol te begraven. Toch zegt Jezus: 'Laat de doden de doden begraven'.

Waar ligt dan het geheim van deze Man, die toch ook in zovele kleine noden tussenkwam, die alle dagelijkse leed rond zich ter harte nam, die ook een eenvoudige koorts genas en die geen mens met honger naar huis kon sturen? Zijn geheim ligt hierin, dat Hij wist dat elke zogezegd gewone mens verlangt dat iemand hem wakker maakt om buiten het gewone te treden, om iets 'buitengewoons' te doen, om het buitengewone te riskeren, om aan het natuurlijke spel van geven en nemen, aan de natuurlijke strijd tussen recht en onrecht, aan de blijvende tegenstelling tussen vriend en vijand, aan de nutteloze revoluties, aan de steeds opnieuw herschreven theologieën, in één woord, aan de menselijke onmacht, 'als een vogel uit het net van de vanger' te ontsnappen.

Als ge blijft leven volgens de eeuwige spelregels, 'wat voor recht op dank hebt ge dan', zegt Jezus, wat hetzelfde is als wat Hij elders zegt: 'wat voor buitengewoons doet ge dan, doen de heidenen dat ook niet'? Het buitengewone is niet het 'bovengewone', het is niet als een atleet vlugger lopen dan de allermeeste anderen, die dan 'gewone stervelingen' zouden zijn. Het buitengewone van het evangelie spreekt niet over prestatie. Het evangelie lacht precies met prestatie. Het zegt niet: 'in elk van u zit iets meer', maar: 'in elk van u zit iets anders'. In elk van u wil de Andere spreken. Het evangelie is niet voor wie het vlugste loopt. Het toont alleen de juiste weg. Petrus liep het vlugst naar het graf, maar het was Johannes die na hem aankwam, die 'zag en geloofde'. Jezus spoort niet aan om vlug te lopen, maar om regelmatig te gaan zitten bij het leven met al zijn problemen om een 'overlopende maat' te leren geven, totdat zelfs de gedachte aan 'recht op dank' voor de liefde in het niet verdwijnt.