Niet gelijk?

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Jezus geniet bewondering door de menselijkheid die Hij in de wereld brengt. Hij verzacht de zeden. Bijvoorbeeld door te stellen dat men geen kwaad met kwaad mag vergelden. Die eis gaat in tegen de spontane wraakgevoelens die bij mensen opkomen wanneer hun onrecht wordt aangedaan. Wraak loopt gemakkelijk uit de hand en kent dan geen maat. Daarom stelde de Schrift, lang voor Jezus' komst, dat er gelijkheid moest zijn in de wraak: ‘Oog om oog, tand om tand.' Dat was al een verzachting van de zeden. Jezus doorbreekt dat ‘evenwicht'. Geen oog om oog, geen tand om tand. Hij eist dat men van elke vorm van wraak zou afzien. Geen wederkerigheid dus in het kwaad, geen gelijke behandeling. Daar vaart uiteindelijk iedereen wel bij.

Maar laten we niet naïef wezen. Het principe van gelijkheid is ons dierbaar. Iedereen is gelijk voor de wet, je moet voor iedereen gelijk doen. Als Jezus vraagt dat niet toe te passen in de vergelding van het kwaad, dan stelt Hij al een heel hoge eis. Hij gaat echter nog veel verder. Ook in het goede is wederkerigheid niet voldoende. Als je bemint wie jou beminnen, als je weldoet aan wie jou weldoen, dan volstaat dat niet. Sterker nog, dan doe je net wat de zondaars ook doen! Is Jezus dan gekant tegen het principe van wederkerigheid? In feite niet. Hij gebruikt het trouwens zelf: ‘Behandel de mensen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.' Dus toch wederkerigheid!

Wat is er dan verkeerd met die zondaars? Zij behandelen de anderen toch zoals ze zelf behandeld worden?

In dit soort aansporingen spreekt Jezus nooit alleen maar als zedenleraar of raadgever voor de maatschappelijke ordening. Hij ziet de mens nooit uitsluitend als moreel of sociaal wezen. Hij ziet hem ook altijd - en zelfs in de eerste plaats - in zijn relatie tot God, als kind van de Vader. Tegenover God voelen wij aan dat wederkerigheid niet zal volstaan. Er zal meer nodig zijn. Als God ons louter zou belonen naar onze verdiensten tegenover Hem, dan zou het pover uitvallen. Want, of wij dat nu graag horen of niet, wij zijn zondige mensen. Daar laat Jezus geen enkele twijfel over bestaan. En wie het nog niet weet, moet maar eens aandachtig de Bergrede herlezen (Mt 5-7). Als het zo met ons gesteld is, hopen wij dat God ons niet wederkerig, maar barmhartig zal behandelen.

Dat is de reden waarom Jezus van degenen die Hem beluis
-teren, eist dat ze de wederkerigheid niet enkel in het kwade, maar evenzeer in het goede zouden doorbreken. Door mensen niet te behandelen zoals zij door de mensen behandeld worden. Bijvoorbeeld door hun vijanden. Hier eist Jezus een liefde zonder maat, zonder berekening en zonder grenzen. Want zo doet God het van zijn kant tegenover zijn ‘vijanden', met name de zondaars, die wij per slot van rekening allemaal zijn. Jezus durft van ons te vragen elkaar te behandelen zoals God ons behandelt.