De vijand mijn vriend?

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Vraagt het christendom niet teveel van een mens? De vijand liefhebben, is dat niet te hoog gegrepen? Is dat niet tegennatuurlijk? Mag God zoiets van een mens verwachten? Zolang deze vragen theoretisch worden gesteld, oogt de oproep van het evangelie wel mooi. Als het echter concreet raakt aan ons meest dierbare zelfrespect, wordt het heel, heel moeilijk. Een mens kan niet zomaar gedogen dat zijn goede naam met anonieme brieven wordt besmeurd. Een mens kan evenmin gedogen dat hij zijn zaak moet sluiten, omdat onbarmhartige roddels zijn geloofwaardigheid beschadigen. Vraagt het evangelie hier echt niet teveel? Moeten christenen, om christen te zijn, onmogelijke grenzen overschrijden?

Toch staat het zo te lezen bij Lucas. Een zekere naïviteit siert ons natuurlijk, maar moet ik echt het recht opgeven om mijn terechte kleine fierheid te beschermen? Iedere mens heeft toch recht op zijn eigen veilige territorium? Hebben we zelfs niet de plicht te zeggen: tot hier en niet verder? Mogen we ons niet afschermen tegen de vijanden van ons geluk? Wat bedoelt Jezus toch?

Zoals altijd zullen we dienen te lezen wat er precies te lezen staat. Wie is onze vijand? Wat betekent het lief te hebben? Wat betekent het de vijand lief te hebben? Laten we duidelijk zijn: op het eerste gezicht kan een mens de vijand van zijn vreugde niet zomaar omhelzen. Dat zou zelfs onrecht zijn en verraad. Zoiets mag de mens zichzelf niet aandoen. Dat mag zelfs God ons niet aandoen. Dan gaat Hij met ons een brug te ver. En toch staat er dat sterke imperatief: bemin uw vijanden. Eerlijk, ik geloof dat het onheuse ethiek is als je het zo eenvoudig stelt.

Maar... liefde en liefde is twee. Vijand en vijand is ook twee. Er is de vijand die ik wil doden en er is de tegenstander die ik moet bestrijden, omdat hij ongelijk heeft. Er is de warme genegenheid van de geliefde voor de geliefde, maar er is ook iets als eerbied voor de andersdenkende mens die mij stoort. Hij dient andere belangen en waarden en zo staat hij mijn belangen en mijn waarden in de weg. Wellicht vraagt Jezus dat wij hem echt bestrijden, maar verdraagt Hij niet dat we hem doden? Een tegenstander is namelijk niet noodzakelijk een vijand. En liefde is niet enkel innige vriendschap. Ook eerbied kan authentieke liefde zijn. Als ons hart maar niet doden wil! Als we maar leven gunnen aan de mens die in het andere kamp staat.

Het moge ons iets leren over onszelf. En dat is vermoedelijk het eigenlijke punt: wij zijn niet geroepen om te haten en om ons te wreken. Dat is helemaal niet vanzelfsprekend. Als wij diep gewond worden en beledigd, zijn wij bekwaam om te haten. En dus vijand te worden voor de andere mens. Zo gezien zou de oproep van Jezus niet allereerst om de anderen gaan. Zijn woord betreft ons: zullen wij weigeren om ooit zelfvijand te worden? Willen we werken aan een moeizame gezindheid van vrede, als de ander ons de oorlog verklaart?

Op dat punt zijn er eminente getuigen van het heilige evangeliewoord. Toen aan Etty Hillesum, dat joodse meisje, gevraagd werd om de Duitsers te haten, zei ze: er is al haat genoeg, ik wil daar geen gram haat meer aan toevoegen.

Zo heeft zij haar oorlog gewonnen.