Heb je vijand lief, het zal hem gek maken - Carnaval (2004)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

OVERAL VIJANDEN

De anderen zijn je vijanden niet! De lange rij klanten bij de kassa is je vijand niet. Het volle gezinsautootje, ook op zoek naar een parkeerplaats, het is je vijand niet. Het nieuwe kind in de klas met haar grote mond; de telefoonjuffrouw die je eindelijk vond na tien minuten geduldig intypen van cijfertjes is je vijand niet. De samengeschoolde luidruchtige jongeren op de hoek zijn je vijanden niet. De automobilist die je al twee keer heeft ingehaald, of die langzaam voor je rijdt ook niet! De wereld wordt gevaarlijk als we bij voorbaat veronderstellen dat anderen onze vijanden zijn.
‘En zal ik je eens wat zeggen?’ zegt Jezus. ‘Als je een wereld van vrede wil, dan beschouw zelfs je vijanden maar niet als je vijand!’

DE KWEZEL EN DE ONGELOVIGE

Er was eens een oude vrouw. Ze stak haar geloof niet onder bidstoelen en kerkbanken. Soms zong ze luid psalmen in haar tuin. Nu was de buurman een overtuigde atheïst. Hij ergerde zich aan het vrome burengerucht. De laatste tijd ging het slecht met de vrouw. Haar pensioen was klein en ze was te oud om haar tuintje te bewerken. Ze begon honger te lijden. Ten einde raad liep ze haar tuin in en riep naar boven: ‘Heer hoor mijn bede: ik kom om van de honger!’ De buurman spitste de oren. Hij kocht een zak vol levensmiddelen en zette die voor het huis van de buurvrouw. ‘s Anderendaags vond de vrouw het voedselpakket. Luid begon ze God te bedanken. Toen sprong de buurman te voorschijn: ‘Ha, nu heb ik je, kwezel. Deze boodschappen waren dus van mij!’ Daarop begon de vrouw met dubbele energie te dansen en God te prijzen: ‘Alleluja, God, U hebt me niet alleen gevoed, maar u hebt er ook nog de duivel voor laten betalen.’
Het is een verhaal van onbegrip. God bestaat immers precies in de roep om hulp van de vrouw en de compassie van de buurman. God bestaat niet in het elkaar aftroeven en irriteren. God is in de liefde.

BEHOEFTE

Koning Saul is achterdochtig. De meisjes in het land zingen liederen over hun held David. Saul is jaloers en hij ziet David als zijn grootste bedreiging. Op zekere dag - vertelt de bijbel - gaat Saul in een spelonk naar de w.c. Toevallig had David die zich daar verstopt. Dé kans om Saul te doden. Maar hij doet het niet! Hij bewijst dat hij een vriend is.

BEANTWOORDE LIEFDE

Een gids leidt toeristen rond in een Valkenburgse grot. ‘De echo is hier buitengewoon’, zegt hij. De toeristen luisteren geboeid. ‘Roep maar iets in die gang.’ ‘I love you!’ roept iemand en luid klinkt de echo ‘I’love you!’ Hierop neemt een Fransman het woord: ‘Je t’aime’ En de stem weerkaatst: ‘Je t’aime’. ‘Ich liebe diech!’ En de gang roept terug: ‘Ich liebe dicht’. Daarop durft Sjeng ook mee te doen. ‘Iech goan miech eine drinke...!’ Prompt klinkt de echo: ‘Wach, iech goan mit!’
We zijn niet elkaar tegenstanders We zijn geroepen om elkaar lief te hebben in alle talen. We zijn geroepen om voor elkaar te bidden. Om elkaar een jas niet te weigeren. En als we worden geslagen, zijn we uitgedaagd niet terug te slaan. Misschien opent dat de ander de ogen voor de waarheid. ‘Heb je vijand lief en hij wordt hartstikke gek’, las ik ergens (Eleanor Doan). Het zal hem in elk geval aan het denken zetten.

REDDING NABIJ

Het gebeurde dat een brandweerman ruw aanbelde. De oude man deed open. ‘Kom direct mee, de rivier gaat overstromen’, riep hij. De man weigerde. ‘God heeft me eerder geholpen hij zal het nu ook doen!’ De waterspiegel steeg. De man vluchtte naar de eerste etage en bad tot God. Langs het huis kwam een bootje. Een politieagent riep de man toe: ‘Stap in dan breng ik je in veiligheid.’ Maar de man zei pertinent: ‘God zal me helpen, dat heeft Hij eerder gedaan.’ Enkele uren later zat de man op het dak. Het water spoelde om zijn woning. Daar kwam een helikopter. Een reddingswerker wilde de man meenemen. ‘Niet nodig!’ riep de man. ‘Er is hulp onderweg.’ Maar toen God almaar niet ingreep begon de man te wanhopen. Huilend sprak hij zijn laatste gebed: ‘God ik heb u altijd gediend. Waarom laat u mij nu in de steek?’ Uit de hemel donderde een stem: ‘Jou in de steek laten? Ik heb je een brandweerauto, een boot en een helikopter gestuurd, maar jij hebt al mijn hulp afgewezen.’ Gods vriendelijkheid komt tot ons door mensen.

KALE JANUS

Lieve kinderen. Vanwege Karnaval vertel ik iets dat nergens iets mee te maken heeft. Willem en Janus waren broertjes. ‘De meester heeft me keihard aan mijn haren getrokken’, klaagde Janus bij zijn vader. ‘En hij had helemaal niks gedaan’, vulde Willem aan. Vader greep Janus bij de kraag en sleurde hem naar de kapper: ‘Helemaal kaal scheren’ zei hij. We zullen die meester wel krijgen.’
De volgende dag kwam de kale Janus en zijn broertje Willem weer uit school. Janus fluisterde Willem toe: ‘de meester heeft me aan mijn oren getrokken. Niks tegen pappa zeggen!’