De weerloze slaper (2001)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

DE SPEELRUIMTE VAN GOD

De dictator Saul werd geplaagd door angst. Achter elke boom vermoedde hij een vijand. Zijn beste vrienden vertrouwde hij niet meer. Zelfs voor zijn muziektherapeut, de herdersjongen David, had hij angst. Hij was jaloers op diens succes. Hij vermoedde een complot achter zijn populariteit. ‘s Nachts deed Saul geen oog dicht. Dat is te begrijpen. In de slaap lever je je over aan de kosmos. Dan geef je alles uit handen. Je laat alle touwtjes los. Inslapen is een vertederende daad van overgave.
De eerste lezing vertelt hoe Saul op David jaagt. De nacht brengt hij door in een beschermende grot. Hij laat zich omringen door een kring slapende soldaten.
Je overgeven aan de bewusteloosheid van de nacht is een riskant avontuur. De stem van zijn geweten houdt Saul uit de slaap. In boze dromen onderzoekt de angst zijn laatste mogelijkheden. Tenslotte valt hij in een diepe slaap. Zo  staat het in de tekst. Hetzelfde wordt ergens anders gezegd over Adam. God gaf aan Adam een diepe slaap en dan worden man en vrouw geschapen. De diepe slaap is de speelruimte van God.

RISKANTE BEWUSTELOOSHEID

De slaap is nog steeds een mysterie. De mens heeft slaap nodig om waakzaam te blijven. Tegelijk is een mens gedurende de slaap een makkelijke prooi. Daarom hebben mensen altijd een plek gezocht om zich veilig te rusten te leggen. Zelf heb ik de ervaring dat ik de eerste nacht in een vreemd hotel uiterst licht slaap. Van het geringste geluid schrik ik klaar wakker. Velen laten daarom hun nieuwe woning inzegenen. Je moet er gerust kunnen slapen. De slapende mens geeft zich helemaal over, bijna aan de dood. Het hoeft ons niet te verbazen dat zoveel mensen problemen hebben met inslapen. Vooral na het overlijden van een partner. De woning is niet veilig meer. Geen wonder dat velen pas slapen na een drankje, een verdovende pil of een klap op het hoofd!
Als u dadelijk tijdens de preek in slaap valt, ik zal u niet wekken; ik zal ik me vereerd voelen. Omdat u zich zo veilig voelde, hier!

OP ZOEK NAAR VEILIGHEID

Kleine kinderen voelen dat. Vooral als beginnen te dromen. Ze gaan niet graag naar bed. Ze slapen makkelijker zomaar in temidden van de drukte van de huiskamer. Ouders weten dat. Ze nemen hun kind op de arm. Ze voltrekken een ritueel. Elke avond dezelfde gang langs de posters op de kinderkamer. Bij elk schilderij hetzelfde verhaaltje. Het kind corrigeert als er een plaatje wordt overslagen. De herhalingen scheppen  veiligheid; ze maken de toekomst voorspelbaar. Er wordt nog een versje gelezen, want ook het rijm maakt de taal voorspelbaar. Sommige ouders bidden nu met het kind. Dit is het beste moment, nu het kind zich moet overgeven aan het heelal. Lieve God, we doen de ogen dicht. Wilt U nu waken over onze lieve Madelon, zodat we morgen weer vrolijk opstaan, en waak, God, over alle kinderen op aarde, Amen. Zoiets.

WIEGENDE MOEDER

Saul gaat angstig slapen. Hij geeft zich over aan God. Met groot wantrouwen, want hij heeft twintig sergeanten bevolen een cordon te vormen om hem heen. Nu verschijnt de jonge David in de grot. Hij heeft de man gevonden die hem naar het leven staat. Zij vrienden juichen. Hier ligt de kans van zijn leven. Met één worp van de lans kan hij het leven van Saul beëindigden. Saul is aan David uitgeleverd door God.
David ziet dat anders. De slapende Saul is geen vijand. Het kindje dat slaapt in je armen heeft zich helemaal aan jou toevertrouwd. Hoe kun je dat beschamen?
‘Wat is hij lief als hij slaapt’, zegt een moeder tevreden terwijl ze bijna verliefd naar haar vierjarig boefje kijkt. Het is een roeping om het slapend kind te wiegen en het vooral niet wakker te maken. Als de kleine eindelijk slaapt in de auto op weg naar Spanje dan neem je de bochten minder scherp en je remt voorzichtiger. De slaap is heilig. De slapende moeder in de plooien van de witte lakens van het ziekenhuis, de tere witte haren, het zacht snurken; ze vervullen je met eerbied. Ze eisen van je dat je de omgeving veilig maakt. Je legt je vinger op je lip en kijkt vermanend naar wie wat rommelig met een stoel kwam slepen.
De weerlosheid van de slapende roept een mens toe om als God te zijn: wakend en hoedend. David laat zijn vijand rusten. Hij neemt slechts de lans mee die in de grond steekt. Zo kan hij straks aan de agressieve, paranoïde Saul laten zien dat hij er geweest is en dat hij er als God geweest is: als een wakende moeder.
Wees barmhartig zoals uw Vader barmhartig is. Dat is de inhoud van Jezus’ toespraak

DE VRESELIJKE WRAAK VAN BERTIEN

Lieve kinderen. Bertien was woedend op haar broertje. Dat kwam zo. Guido had met zijn hanenpoten op een papier geschreven ‘Ik ben verliefd op Thei’. En dat had hij..., o het was te verschrikkelijk om er aan te denken, dat had hij op de rug van haar jas gespeld. Ze was ermee door de Julianastraat gelopen, de Vrijheidslaan en het Willemsplein. En, ja, dat was het ergste, ze was ermee over de speelplaats gegaan. Ze had bij de zandbak stil gestaan. Daar had ze de eerste kinderen horen fluisteren en giechelen, maar ze had het niet begrepen. Pas bij de kapstok had ze het gezien... Ze moest er niet aan denken dat Thei het te weten zou komen. Ze kreeg al een rode kop bij de gedachte. Ze was woedend. Ze zou Guido krijgen! Ze zou een strenge straf eisen bij pappa. Ze zou zijn mouwen dichtnaaien of een scheur in zijn gymbroek maken... Ze zou een papier op zijn pet plakken met de tekst ‘Ik ben verliefd op de juf...’ Bertien zat vol wraak. Zo kwam ze thuis. Ze zou beginnen met Guido enkele rake klappen te geven  Ze sloop de trap op naar de kamer van Guido. Ze deed heel zachtjes de deur open. Daar lag Guido. Hij sliep. Zij rugje gebogen. Zijn duim in de mond. De knieën opgetrokken. Hij ademde tevreden. Dit was de kans. Nu kon ze hem goed raken... Maar Bertien had er geen zin meer in. Wat was Guido lief als hij sliep! Straks zal ik wraak nemen. Nu niet. Nu vertrouwt Guido op iedereen om zich heen. Nu moet ik hem beschermen. Bertien deed de deur weer zachtjes dicht. Ze leek wel op God!