Godsvertrouwen (2004)

Het is uit het leven gegrepen: Dat verhaal van die boer die een stukje grond had gekocht waarop het onkruid een halve meter hoog stond. Na een jaar ploeteren stond er de tarwe schitterend bij. Toen hij dat tevreden stond te bewonderen kwam de pastoor voorbij, die opmerkte: "Met Gods hulp heb je 't hier prima in orde gekregen." "Dat is waar", zei de boer, "maar hebt u ook gezien hoe beroerd het er uit zag toen God het alleen moest doen". Hier stoten we op een drievoudig dilemma dat zich beweegt tussen vertrouwen op jezelf, op medemensen en vertrouwen op God. Het eenzijdig en absoluut kiezen voor één van deze drie laat in het verleden alleen maar mislukkingen zien. Vertrouwen op mensen biedt geen alibi voor het vertrouwen op God en het vertrouwen op God geen alibi voor het vertrouwen op mensen. Dat had die boer ook wel begrepen.

Ter voorkoming van panieksituaties nemen we eenvoudige maatregelen. Sluit altijd deuren en ramen, plaats extra sloten op voor- en achterdeur, een deurspionnetje, een brandalarm in elke kamer, antivirus en een firewall rond je emailberichten. Toch kan er ook dan nog een heleboel misgaan: vogelgriep, watersnood, vernielingen, mislukte oogsten en een ramp op de aandelenbeurs.

Kleine kinderen hebben een heel ander middel om zich te beveiligen tegen panieksituaties. Ze houden heel eenvoudig de hand van vader of moeder vast: wat er dan ook gebeurt, ze zijn altijd samen, nooit alleen. Ze voegen een extra dimensie, een extra aspect toe aan elke gebeurtenis. Gebeurtenissen worden niet vermeden maar de betekenis wordt anders.

Onze verhouding tot God wordt wel eens vergeleken met die van een kind aan de hand van vader of moeder. Die vergelijking is soms misleidend maar veelal ook bemoedigend.

Misleidend is de vergelijking als we daardoor de neiging zouden krijgen om schaapachtig Gods water over Gods land te laten lopen. Met zo'n houding op grote schaal zou het in onze Lage landen tot een ramp leiden.

De vergelijking is bemoedigend, want zoals een kind aan de hand van de vader of moeder, een nieuw aspect toevoegt aan elke gebeurtenis, zo doet dat ook degene die op God vertrouwt onder moeilijke omstandigheden. Wie op God vertrouwt, wordt niet beveiligd tegen ongewenste gebeurtenissen, maar zoals de oude Job raakt hij door rampen niet in paniek en als hij de tijd krijgt ontdekt hij vroeg of laat wat de ramp voor betekenis heeft gekregen in een groter geheel en vertrouwen in het leven kan zich blijven bewegen tussen God en mensen.

Vijftien jaar geleden werd in de buurt van Johannesburg een Meisje van Engelse afkomst getroffen door puin veroorzaakt door een explosie. Zij kwam uit een familie van mensen die fel gekant waren tegen de toen nog bestaande wetten van Apartheid. Ze werd getroffen door een sabotageactie die bedoeld was tegen apartheid, verloor een arm en werd blind. Tien jaar later verklaarde ze voor de waarheidscommissie dat de ramp haar leven ten goede had veranderd: ze was nu echt deelgenoot geworden van de duizenden die ongewild slachtoffer zijn van opstanden, oorlogen en zinloos geweld. Zo'n conclusie is nauwelijks mogelijk zonder een speciale verhouding tot God de Almachtige die de mogelijkheid tot zulke gevoelens diep in ons hart heeft geplaatst.

Volgens de profeet is dat wat gebeurt als je op God vertrouwt: Wat je ook overkomt, God zal je de zin van goed en kwaad openbaren aan de degene die zich daarvoor openstelt en daarvoor de tijd neemt. De eenzijdige keuze voor wat wij mensen vermogen zou ons dikwijls alleen maar wanhopig maken. Het kan anders: God en mens, hand in hand.