Schuilen (2007)

Een paar weken geleden stormde het heftig. Er werd een weeralarm afgegeven, iedereen werd aangeraden om binnen te blijven. Op de weg was het een drukte van belang. Menig automobilist probeerde nog tijdig thuis te zijn, maar veel van hen moesten een schuilplaatsje zoeken om de nacht door te brengen. Met de treinreizigers was ’t al niet veel anders. Ook zij hebben onderdak voor de nacht moeten zoeken.  

Afgelopen week weer een weeralarm. Nu vanwege sneeuwval en weer bereidden mensen zich voor om een plekje te zoeken om te schuilen. Als kinderen vroeger hadden wij ook een schuilplaats. En plek waar volwassenen niet konden komen. Het was een flink gat onder de grond met daarop flink wat planken en die weer afgedekt met wat zand en takken. We dachten dat niemand onze schuilplaats zou ontdekken maar achteraf wisten onze ouders ’t al vanaf het begin.

Zo zijn er tal van schuilplaatsen om even zovele redenen. Je kunt je schuil houden in België voor de belasting, omdat je als voetbaltrainer zo ontzettend weinig verdiend. Je kunt een schuilplaats zoeken omdat je je onveilig voelt in Nederland, omdat je niet gewenst bent en ga zo maar door.

 

Jeremia zegt dat een echte veilige schuilplaats te vinden is bij God: “Gezegend is hij of zij die op de Heer vertrouwt en zich veilig weet bij de Heer”. Hij is als een boom aan het waken met wortels tot in het water. Hij heeft geen last van de hitte en blijft vrucht dragen.

Maar wat is dat dan: vertrouwen op de Heer?

Nou, misschien weten, geloven, merken, voelen, ervaren, dat je als mens niet alles zelf kunt, niet alles zelf hoeft te doen, niet alles hoeft te controleren, in de hand te hebben. Natuurlijk moet je je best doen in je leven, voor ’t geluk voor jezelf en anderen maar je mag ook weten dat God toch uiteindelijk de wereld draagt, de mensen, jou draagt. Niet als een tovenaar die alles kan maar als een stuwende kracht en blijvend houvast.

Paus Johannes de 23ste, de Paus van het 2e Vaticaans Concilie, zag God echt als zo’n veilige burcht en hij voelde, ook al had hij nog zo’n belangrijke taak, dat hij het niet alleen hoefde te doen. Elke avond voor het slapen gaan bad hij: “Heer ik ga slapen, wilt u vannacht op de mensen letten. Het is immers vooral Uw kerk”. Zo’n gebed zegt eigenlijk alles. Een groot geloof, van Johannes de 23ste, God, bij wie je je veilig mag voelen. God geen tovenaar van bovenaf maar een blijvend houvast door alle moeilijkheden van het leven heen.

God met wie je samen mag werken, want let wel, hij draait wel de verhoudingen om, lezen we in het evangelie.  Rijke stinkers, zelfvoldane mensen, oppervlakkige lachers en eigendunkers: wee jullie, want je hebt je loon al ontvangen

Met God mag je meewerken, zijn liefde mogen we uitdragen samen met hem, want alleen kunnen we niks. En zo mogen we ons voelen als een boom bij het water, waarvan de wortels niet opdrogen en die vruchten draagt.

Een geloof, waarin we op adem mogen komen in een tijd waarin geen tijd is voor adem, voor rust, voor stevige wortels die diepgaan. Korte oppervlakkige wortels krijgen niet genoeg water. Uiteindelijk dragen ze geen vrucht. Schuilen in geld en aanzien en wat al niet meer geeft nooit echte bescherming. Bij God mogen we die schuilplaats wel vinden, voor heel ons leven.

Amen.