6e zondag door het jaar C - 2004

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 120 niet laden

Er mogen de laatste jaren nergens ter wereld
grote heren van de politiek of economie samenkomen
of er komt een hele beweging op gang van mensen
die komen betogen tegen hun samenkomst en de plannen die ze gaan bespreken..

Die massa volk protesteert tegen de manier waarop de economische machten
de zachte krachten en de gewone en arme mensen in de samenleven wegdrukken
en geen kansen tot ontplooiing meer geven.
Telkens zijn er ook spectaculaire tv-beelden
waarbij ongelukkiglijk altijd opnieuw een kleine groep heethoofden
die met deze antiglobalisten niets te maken hebben
er in slagen om de boel op stelten te zetten.
Ze zetten de betogers in een kwaad daglicht
door hun brutale manier van alles te vernietigen wat ze tegenkomen...

Spijtig, want zo gaat de boodschap die al die - vooral jonge mensen - uitdragen
verloren en wordt ze haast onbespreekbaar omwille van dat geweld.
De zaligsprekingen, zo heet in de volksmond het evangelie dat we hoorden.
Maar dat is eigenlijk een wat al te zoete benaming
voor wat vandaag in dit stuk Lucas-evangelie gezegd wordt.
Want er wordt niet alleen maar zalig geprezen,
neen, er klinkt ook tot vier maal toe een waarschuwend en dreigend: wee u!

Eerlijk gezegd klinken die laatste zinnen van dit evangelie
nogal hard, onredelijke en zonder nuances.
Het heeft allemaal iets weg van een antiglobalisten betoging
met rake teksten op spandoeken en luid roepende betogers.
Zo beschrijft Lucas deze toespraak van Jezus.
Het vraagt om uitleg en toelichting.

Hoe verstaan we deze zaligsprekingen van Lucas.
Ze klinken helemaal anders dan die van Matteüs die we met Allerheiligen beluisteren.
Het klinkt allemaal heel ongenuanceerd en vierkant.
Het is alsof Jezus hier de mensen tegen elkaar opzet:
de rijken tegen de armen.
De armen zijn goed, de rijken zijn slecht.

Maar dat kan nooit de bedoeling geweest zijn, want het evangelie wil juist de mensen met elkaar verbinden.
Ik denk dat we dit kunnen zeggen:
Lucas verheerlijkt de armoede niet.
Want er is een armoede die de mens aan lager wal brengt,
die hem degradeert en als mens kapot makt.
Daar wordt absoluut geen zalig over uitgesproken.
Want dat soort armoede is een regelrechte ramp voor de mens,
iets wat niet thuishoort in de wereld zoals God die voor ogen heeft.
Want de andere kant: dat wee u de rijken, mogen we ook niet gaan uitleggen
alsof alle mensen die er goed voorzitten, wel kunnen afschrijven.
Ook dat is al te simpel.

Maar, zoals er een armoede is die de mens degradeert en in de goot doet belanden,
zo is er ook een rijkdom die de mens degradeert en die hem aan lager wal helpt als mens.
Ook rijkdom kan voor de mens een ramp zijn.
Dat gebeurt als rijkdom of het verlangen ernaar onze echte baas is.
Rijkdom is een ramp als de waarde van een mens wordt afgemeten
aan wat hij kan kopen, aan de kleren die hij draagt en de schoenen waarop hij loopt...

Rijkdom is een ramp als de menslouter wordt beschouwd - en zich laat beschouwen -
als een consument, een gebruiker en verbruiker.

Rijkdom is een ramp als de zorg om het behouden of het vermeerderen van je bezit
zoveel kracht en tijd van je eist dat er voor jezelf en voor jouw medemensen geen tijd overblijft.

Rijkdom is een ramp als je er zo hard voor moet werken
dat je niet meer aanecht leven toekomt.

Rijkdom is een ramp als je gaat lijken op die man
die zondag toch even aan tafel komt om mee soep te eten en dan terug weg is.

Rijkdom is een ramp als je boven je krachten probeert te graaien
om meer te zijn dan warvoor je in de wieg bent gelegd.

Rijkdom is een ramp als je geen aandacht meer kunt opbrengen voor geestelijke waarden, voor spirituele zaken,
als je alleen mar boodschappen doet en geen boodschap meer hebt aan niets of niemand.

En dit is wel het allerergste: jouw rijkdom is vooral onmenselijk
als ze ten koste gaat van andere mensen.
En is dat niet dikwijls het geval?

Tussen landen en volkeren is het in ieder geval wel zo, dat weten we al lang.
De rijke landen worden steeds rijker, de arme landen steeds armer.
Dat zit in ons economisch systeem, in de structuren ervan.
Het is daartegen dat al die jongen mensen die men andersglobalisten noemt ook betogen.

Eigenlijk zijn ze mensen die goed het evangelie van Lucas beluisteren, zonder het misschien te weten.
Ze verkondigen het luid, zoals Jezus het ons ook wil duidelijk maken:
alleen fundamentele, ook politieke veranderingen, kunnen daarin verandering brengen.
Maar het zit ook in onszelf.

We willen allemaal wel iets van onze rijkdom afstaan aan armen,
we geven wel iets bij acteis als welzijnszorg en broederlijk delen,
als we maar niets van die armoede moeten over nemen: geen armoede aan mijn lijf alstublieft!
Lieve vrienden in de ogen van Lucas is rijkdom eigenlijk een handicap.
Je kunt er maar beter niet mee bedeeld zijn.
Want dan kom je niet zo gemakkelijk in het rijk Gods binnen.

Jezus zegde eens: een kameel gaat gemakkelijker door het oog van een naald
dan een rijke door de poort van de hemel.
Daarom worden de armen, de kleinen, zij die hongeren, zalig geprezen.
Want zij hebben een belangrijke voorsprong.
Ze staan meer open voor wat de mensen echt gelukkig maakt,
voor wat werkelijk waardevol is in het leven.
Ze durven ook gemakkelijk iets nieuw aan, want ze hebben weinig te verliezen.
En ook dat werkt in hun voordeel.
Zalig daarom de rijken die arm durven te zijn.
Want zij hebben vertrouwen in de woorden van Jezus
die hen naar de Vader in de hemel leiden.

Amen