6e zondag door het jaar C - 2004

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 131 niet laden

Wat zijn vrome mensen?

Wat is vroomheid?

Zijn we vroom als we alle woorden van Jezus welwillend, zonder nadenken in ons opnemen? Zijn we vroom als we zelden of nooit stilstaan bij de schokkende naklank die ze in zich dragen? Zijn we vroom als we menen dat Jezus nooit een woord verkeerd zei?

Als Jezus van meet af aan, van bij het begin reeds, op weerstand stuitte, lag dat dan alleen maar aan de kwaadwilligheid van zijn tegenstanders?

Of lokte Hij het zelf niet nu en dan uit door dingen te zeggen en te doen die ook ‘vrome’ mensen voor het hoofd stootten…?

Mogen we de vraag vandaag iets verruimen?

Wat zijn Kerkmensen?

Wat betekent het op vandaag kerkelijk te zijn?

Zijn we kerkmensen als we weigeren de problemen te zien waar de Kerk hier bij ons voor staat?

Zijn we kerkmensen, als we vinden dat alleen wat vroeger goed was, ook vandaag goed kan zijn, en elke weg naar vernieuwing en aanpassing aan de maatschappelijke realiteit beschouwen als dwaalwegen…

Moeten we blij zijn als vandaag, anno 2004, tijdschriften de kop opsteken die als thema dragen: ‘nieuwe reformatie’: terug naar vroeger, terug naar de strengheid, naar het tellen van zonden, naar het controleren, naar druk uitoefenen, naar angst om het oordeel, angst om wie men maar is…

Wie is vroom?

Wie is met hart en ziel ‘kerkmens’?

Ik durf niet te zeggen dat ik het antwoord pasklaar op zak heb. Ik durf wel zeggen dat ik de vraag in mijn bidden en bezinnen van welhaast elke dag met me meedraag.

Is het niet het evangelie zelf die de sleutel van het antwoord aanbiedt?

Is het niet Jezus zelf die ons leert hoe of wat ons te doen staat.

Is het niet Jezus zelf die ons wakker schudt, zo nu en dan?

We hoorden vandaag de zaligsprekingen. Ze laten niemand onberoerd. Het valt aan te nemen dat rijke, welgestelde, vrolijke en gerespecteerde mensen Hem niet al te graag ‘Wee U…’ hoorden zeggen…

Maar zullen arme, hongerige, treurende en uitgestoten mensen, het dan zo prettig gevonden hebben dat Hij hen ‘gelukkig’ prees? Niemand kan toch ooit gelukkig zijn met armoede of met honger of met verdriet of met miskenning?

Het lijkt er wel op dat Jezus hier bijzonder cynisch uit de hoek komt.

Wat Jezus hier doet, is schudden, aan onze mouw, aan onze schouder.

Het gaat niet over armoede, het gaat niet over rijkdom. Het gaat over zelfgenoegzaamheid, het gaat over egoisme.

Jezus’ oproep is een oproep tot solidariteit. Het is een oproep om de handen uit de mouwen te steken en daadwerkelijk iets te gaan doen. Een arme moet niet gelukkig geprezen worden, hij moet geholpen worden. Wie honger heeft, moet gespijzigd worden. Wie treurt moet getroost worden.

Het Rijk van God moet gebouwd worden.

Met de middelen en de mensen die er zijn.

Het is de taak en de roeping van de Kerk, en wat men er ook van zegt, al eeuwen lang, altijd al, zet ze er zich met hart en ziel voor in.

Maar de Kerk, dat is meer dan pausen en bisschoppen, meer dan dekens en pastoors, meer dan diakens en religieuzen, meer dan een handje vol mensen…

De kerk dat bent u en dat ben ik, SAMEN.

De Kerk is geen optelsom van alleen maar kleine ‘ikjes’. De Kerk, dat is een grote WIJ.

We zijn verkeerd op weg, als we de kerk willen dienen, maar haar dienaren niet aanvaarden.

We zijn verkeerd op weg als we alleen maar kijken naar vroeger, en de realiteit van vandaag niet aanvaarden.

Maar we zijn vroom, als we het evangelie op ons leven leggen, en samen, ondanks de verschillen die we dragen, bouwen aan dat rijk Gods, vandaag. Hier en nu, niet met heimwee naar vroeger, want vroeger is voorbij, niemand kan terug.

Het rijk Gods is geen verre droom, het is WIJ SAMEN, vandaag, kerk vormen, kerk zijn… Met de liefde die Jezus eigen is, ook al schudt hij zo nu en dan eens aan onze mouw…

Hij mag dat… Hij wel, ja…

Amen.