Kale struiken of groene bladeren (2007)

 

a. Zegenen en vervloeken

Woorden blijven hangen als ze onszelf raken. Zij richten iets uit. Een negatief woord valt meestal zwaarder dan een positief. Jezus heeft zowel een positieve als een negatieve aanpak. Hij prijst en hij klaagt aan. Zegenen en vloeken, twee manieren om hetzelfde uit te drukken? Mensen vervloeken, dit is zeer erg. Kan dit in de mond van profeten, die beweren te spreken in naam van God ? Vervloeken, dit is iemand het slechte toewensen. Het is zeggen dat zo iemand niet zou mogen bestaan. Wie vervloekt wordt, krimpt ineen. Hij wordt kleiner. Hij geraakt verbitterd.

Vervloeking en verwensing kunnen uiting zijn van verontwaardiging omdat een gedrag tergend is. Vervloeken is zeggen dat iemand zich in een beklagenswaardige situatie bevindt, waarvan hij zich niet bewust is. Een rijke beseft niet hoe arm hij zijn kan.

Jeremia trekt een scheiding tussen mensen die God uit hun leven bannen en anderen, die helemaal op Hem vertrouwen. Zijn woord is als een aanklacht tegen een autonome moraal. Loopt er niet een grote scheidingslijn tussen mensen die opkomen voor zelfbeschikking en zij die op God vertrouwen ? Gods hart reikt echter veel verder dan onze scheidingslijnen.

b. Van bomen leren

Jeremia spreekt vooral over de vreugde met God verbonden te zijn. O groene boom, o wijze boom ! Jeremia - in feite een zacht mens - keek naar bomen, omdat deze zoveel te zeggen hebben. Mensen en bomen hebben veel met elkaar gemeen.

Zij groeien als ze ruimte krijgen; ze kunnen hun takken ontvouwen en hun mogelijkheden ontwikkelen.
Zij hebben wortels in de grond, nodig voor een stevig fundament
Zij hebben een schors, verschillend van soort tot soort.
Zij hebben kringen in hun stam, weerspiegeling van hun levensgeschiedenis.
Zij hebben kneuzingen, geleidelijk vergroeid in de boom.

Bomen en planten verrassen door hun taaiheid. Een bos kan zelfs na een zware brand herleven. Het is niet omdat een boom zijn blaren verliest dat hij dood zo zijn.
Mgr. Laridon vergeleek vrienden met bomen omwille van hun trouw en standvastigheid (Bomen over vriendschap).

De bijbel heeft het voor bomen. Ze stonden in het aards paradijs (Genesis) en zij sieren het hemelse Jeruzalem (Apocalyps). Jezus looft bomen die vrucht dragen. Zij kunnen dit doordat zij sap opzuigen en doorgeven. Van oude appelbomen kunnen wij sappige appelen blijven plukken.

c. God, het stevig fundament

Wij kunnen die groene boom zijn, dicht bij het water, zo wij leven vanuit verbondenheid met God. Dit sluit de verbondenheid met medemensen niet uit.

Jeremia had ongetwijfeld slechte ervaringen met medemensen. Mensen kunnen hun medemens, zelfs hun vrienden, ontrouw worden, hen in de steek laten en hen verraden. Met wantrouwen kan niemand een gemeenschap opbouwen. Wie elkeen wantrouwt, gaat ten onder aan zijn eigen voorzorgsmaatregelen. Een man had in zijn huis zoveel klemmen geplaatst tegen mogelijke indringers dat hij op een avond zelf vastzat. Wie slechts op zichzelf vertrouwt, leeft in onvruchtbare gebieden, waar niemand woont.

De opsteller van psalm één en Jeremia hebben een voorkeur voor de eenzame boom. Een wijze houdt rekening met een stuk eenzaamheid. Een wijze kan alleen zijn. Dit betekent niet dat de wijze op zich zelf draait en zich afsluit voor God en de anderen. Wie zichzelf centraal stelt, vereenzaamt radicaal. Wij leven immers in een netwerk van verbanden, dat ons draagt en voedt. Zuster Els was jarenlang ziek. Zij verbleef in haar kamer en kon geen arbeid meer verrichten. Toch had ze grote invloed. In tijd van droogte kon zij andere troosten. Wie vertrouwen uitstraalt, is een zegen.

Wie God als gezel heeft is nooit minder alleen dan wanneer hij alleen is. “De ziel houdt op eenzaamheid te zijn wanneer zij heiligdom wordt” (Sint Bernardus). God wil bij de mensen thuis zijn. Hij wil in ons heiligdom wonen. Gelukkig zijn wij wanneer wij Gods vertrouwen aanvaarden en dit beantwoorden met het vertrouwen van het hart. De grootste genade is te kunnen aanvaarden dat wij aanvaard zijn.

Vertrouwen was een pijler in het opvoedingsproject van Don Bosco. Hij had een lastige leerling, aan wie hij een vermaning moest geven. De jongen was bezig met algebra. Don Bosco kwam naast hem staan en schreef: a + b – c. Daarmee wou hij zeggen “allegro piu buono et bene, mino cattivo.” Wees blij, plus daarbij meer en meer goed en minder kwaadaardig. Open je hart voor het vertrouwen van de Heer en straal dit meer en meer uit.