Geroepen!

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 459 niet laden

1. Er loopt een rode draad door de lezingen van vandaag. Alle drie gaan ze over de roeping van mensen. Jesaia, Paulus en Petrus. Een vrome man, een kerkvervolger, een visser. Hun verhaal leert ons hoe God ook nu nog mensen aanspreekt en roept.

Alle drie hebben zij God ontmoet op een bepaalde plaats

- Jesaia tijdens een grootse viering in de tempel.

- Paulus op de weg naar Damascus: op een dwaalweg

- Petrus bij de visvangst: bij het dagelijks werk.

 

2. Alle drie komen zij tot het besef dat ze onwaardig zijn voor die taak.

- Wee mij want ik ben verloren! Want ik ben een mens met onreine lippen.

- Het laatst is Jezus aan mij verschenen. Ik een misgeboorte. Mislukt geval zouden wij zeggen.

- Ik ben niet waard apostel te worden

- En Petrus viel Jezus te voet en zei: "Heer, ga van mij weg want ik ben een zondig mens".

Alle drie nemen zij hun taak op zich vanuit het besef: God roept mij.

 

Jesaia zegt: "Hier ben ik. Zend mij".

Paulus getuigt: door de genade ben ik wat ik ben. Ik heb harder gewerkt dan alle anderen: niet ik maar de genade van God in mij.

 

En toen Jezus tot Simon zei: "Weest niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen; was zijn antwoord duidelijk. Zij brachten de boten aan land en lieten alles achter om Hem te volgen.

Het eerste wat deze verhalen duidelijk maken is dat God op vele plaatsen de mens kan aanspreken. Gods roepstem laat zich op verschillende plaatsen horen.

Voor Jesaia was het de tempel, voor Paulus onderweg, voor Petrus tijdens het vissen.

Toen ik enkele weken geleden op zoek was naar doopcatechisten heb ik dat ondervonden. Ik kwam bij een moeder om haar aan te spreken om doopcatechist te worden. Ze zei onmiddellijk "ja"! Ik hoorde dat zondag afroepen in de kerk en er was iets in mij dat zei: zou dat niets voor mij zijn. En dus ze deed het.

Een ander moeder was juist bezig haar kleinste kindje te verzorgen. "Mijn kindjes, zei ze, dat is voor mij alles". Toen kwam ik met mijn vraag. Zou je ook iets willen doen voor andere kindjes? En ja, ze deed het. Ze werd geroepen te midden van haar werk. Zo deed God vroeger reeds, zo doet hij ook nu nog.

Het tweede dat mij opvalt is dat de 3 geroepenen uit de lezingen zich hoegenaamd niet als helden voelen. Integendeel: ze zijn er zich heel goed van bewust dat ze maar mensen zijn. Ja, zwakke zondige mensen. De eer ligt helemaal niet aan hun kant.

Ik denk dat dit ook nu nog zo is. Meermaals hoorde ik de bedenking

"Dat je mij daarvoor komt vragen".

"Denk je dat ik dat zal kunnen".

"Ik ben niet zo'n goeie katholiek, zei een ander".

Ik denk dat dat een heel evangelische houding is: dat we bewust zijn dat we eigenlijk te klein zijn voor de taak waartoe God ons roept. Op uw woord, zegt Petrus, wil ik het proberen.

In Gods rijk ligt de bron van onze mogelijkheden bij God, niet bij de mens. De diepste kracht van de geroepene ligt bij God.

Het is goed dat wij ons dit steeds bewust blijven. Het spoort ons aan tot bescheidenheid, maar ook tot vertrouwen. Dank zij God ben ik tot meer in staat dan ik durf vermoeden.

Op de derde plaats vraagt God om een duidelijk antwoord op zijn uitnodiging. De mens staat vrij tegenover God. Hij dwingt niemand. Hij nodigt uit.

Zo zien we dat mensen ingaan op de uitnodiging terwijl anderen ze afwijzen.

Jesaia zegt: "Hier ben ik. Zend mij".

Paulus getuigt: Door de genade ben ik wat ik ben.

Petrus bracht de boten aan land en laat alles achter om Hem te volgen.