Jezus neemt het initiatief...

Mensen stromen samen om het Woord van God te horen, ook nu nog. Ook u bent hier naartoe gekomen om te luisteren naar het Woord van God. Vanaf het allereerste begin betrekt Jezus andere personen bij zijn unieke zending dat Woord van God aan de mensen te verkondigen en van meet af aan worden er vraagtekens geplaatst bij de keuzes die Hij maakt.

Jezus kiest voor de boot van Petrus om de samengestroomde mensenmenigte te onderrichten. De boot van Petrus, één van de twee vaartuigen die Hem daar te beschikking stonden. De boot van Petrus die staat voor het schip van de Kerk. Jezus laat niets aan het toeval over en iedere keuze die Hij maakt heeft een betekenis. Zowel zijn keuze voor de boot als voor de persoon van Petrus.

Het Woord van God wordt niet verkondigd los van de menselijke omgeving waarin het gehoor moet vinden. De Kerk is welleswaar niet van de wereld, ze steekt van wal en maakt zich los van de oever, maar bevindt zich wel in deze wereld, ze wordt gedragen op de golven van de tijd en ruimte.

Van meet af aan kunnen en worden er vragen gesteld bij die keuze. Biedt een bescheiden bootje wel het beste platform voor het uitdragen van het Woord van God? Zijn er geen geschiktere podia? Is er geen vastere bodem te vinden voor het Woord van God in deze wereld dan het vissersbootje van Petrus of de huidige Kerk?

Jezus kiest echter bewust voor dit podium om duidelijk te maken dat het Woord van God niet afhankelijk is van het podium waarop het wordt gepresenteerd. Het Woord van God geldt waar ook ter wereld het vanuit het schip van de Kerk wordt verkondigd omdat het draagkracht bezit vanuit zichzelf. De Kerk draagt het Woord van God, omdat het Woord van God de Kerk draagt! Dat Woord is vlees geworden in de persoon van Jezus die zelf plaats genomen heeft in de boot van Petrus. Niet de Kerk maakt Jezus tot wie Hij is, maar Jezus maakt de Kerk tot wat zij is: draagster van het Woord dat vlees werd en onder ons heeft gewoond.

Bij alles ligt het initiatief bij Jezus. Petrus merkt en beseft dat als eerste. De Meester stapt in zijn boot en vraagt hem van wal te steken. De Meester geeft hem opdracht naar het diepe te varen en de netten uit te werpen. En daar had hij zo zijn vragen bij. Het leek hem een uitzichtloze onderneming, ze hadden al de hele nacht gezwoegd en niets gevangen.

Op Jezus’ Woord, het Woord van een Meester, gooit hij, de ervaren visser, de netten toch uit en komt als gevolg van de enorme vangst tot de conclusie dat deze Meester wel de Heer moet zijn. Want wat hier gebeurt, zo weet hij uit zijn langjarige ervaring, is gewoon onmogelijk. Alleen voor God is niets onmogelijk en dus moet de Jezus die dit toch mogelijk maakt wel de Heer zijn!

En telkens wanneer een mens zich echt bevindt in de nabijheid van God beseft hij zonder dat iemand hem of haar dat hoeft te vertellen dat hij/zij een zondaar is. Hoe geweldig we ons ook buiten Gods aanwezigheid ook mogen vinden, in zijn daadwerkelijke nabijheid is alle glans er meteen vanaf. “Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens”.

Maar dat wist de Heer al, dat is Hem niet nieuw, daar is Hij juist voor gekomen, voor de mens die ergens berust in zijn gebrokenheid en erin berusten kan zolang God hem maar niet te na komt.

God wil ons echter meer nabij zijn dan wij onszelf en dat heeft Hij ons getoond in Jezus, zijn enige Zoon en onze enige Heer. Hij wil iedere mens die in zijn nabijheid wel moet beseffen een zondaar te zijn de weg wijzen om met die zonde te breken. De zonde die eigenlijk niets anders is dan de afwezigheid van het goede, de afwezigheid van God in ons bestaan. Wij zullen nooit in staat zijn echt met het kwaad van de zonde te breken zolang we God buiten de deur wensen te houden.

Petrus, de zondaar, Petrus die Jezus tot drie maal toe verloochend heeft, Petrus en na hem zijn opvolgers staan op Jezus’ initiatief aan het roer van het schip van de Kerk. Ook daar kunnen mensen zo hun vragen bij stellen, ook daar hebben mensen graag een mening over, ook daar weten mensen vaak een geschiktere kandidaat. Maar ook daar ligt het initiatief niet bij ons, maar bij Jezus zelf. En wat zou die Kerk, maar ook de wereld waarin wij Kerk willen zijn er al anders uitzien wanneer wij met die Petrus en zijn opvolgers ook vandaag zouden zeggen: Heer, op uw Woord gooien wij onze netten uit. Op uw Woord doen wij ook nu wat naar onze eigen inschatting eigenlijk een uitzichtloze onderneming is. Op uw Woord doen wij wat U ons vraagt omdat voor U niets onmogelijk is.