4de zondag C (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 194 niet laden

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom. Ieder weekend bidden wij de geloofsbelijdenis, maar geloven doen wij niet alleen in de kerk, maar ook en vooral in het leven van alledag.

Wij geloven bijvoorbeeld dat het niet zo'n mooi weer wordt en daarom hebben wij het dagje uit met familieleden afgezegd. Er zijn mensen die geloven, dat de beurzen weer gaan kelderen en daarom verkopen zij hun aandelen. Geloven heeft altijd gevolgen. Geloven beïnvloedt ons handelen.

En zo moet het ook zijn met ons geloof in God. Wij worden er andere mensen door. Bepaalde verkeerde gewoontes leren wij af en andere goede gebruiken leren wij onszelf aan.

Waarschijnlijk zullen wij allemaal - ook ik als priester - moeten toegeven, dat wij God een grotere rol in ons leven hadden kunnen laten spelen dan wij tot nu toe hebben gedaan. En dat ons leven dan ook anders, beter, zou zijn verlopen.

Misschien kunnen wij in deze viering het voornemen maken meer naar God en naar elkaar te luisteren. Hij belooft ons zijn liefde als wij trouw zijn geboden onderhouden. Durven wij het aan om ons leven te veranderen. Dan zullen wij Gods Zegen overvloedig ervaren.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Almachtige God, Gij roept ons op in U te geloven, maar telkens weer willen wij U ontvluchten. Breek de weerstand in ons hart en bemoedig ons met uw aanwezigheid; dat wij ons altijd naar U toekeren en ingaan op uw woord, waarmee Gij alle mensen uitnodigt tot uw Rijk. Door onze Heer, uw Zoon, die... . Amen.

KINDERWOORDDIENST

PREEK

Broeders en zusters, een volk mag op gegeven moment best trots zijn op zichzelf. En gezien hun geschiedenis hadden de Joden ook alle reden daartoe. Zij waren het volk van God. En ondanks tijden van zware beproevingen hadden veel Joden hun eigenwaarde behouden en versterkt. Maar er zijn ook momenten in de geschiedenis geweest, dat zij bijna allemaal hun identiteit vergeten hadden, niet meer leefden naar de geboden van God, en dat zij toch meenden beter te zijn dan andere volken.

In het evangelie van vandaag probeert Jezus Christus zijn volksgenoten duidelijk te maken, dat zij zich hierin vergissen. Door God te zijn uitgekozen betekent niet dat je automatisch beter bent dan een ander. Kijk maar, zegt Jezus, naar de tijd van de profeet Elia. Er was hongersnood in Israël en er waren veel weduwen, maar Elia mocht alleen een buitenlandse weduwe helpen. Alle anderen verdienden het niet om geholpen te worden. En in de tijd van de profeet Elisa waren er veel melaatsen, maar Elisa mocht alleen maar de buitenlander, de Syriër, Naäman genezen.

Als je geen goede instelling hebt kun je dit soort uitspraken, die gewoon waar zijn, niet verdragen. De Joden werden dan ook woedend en probeerden Jezus Christus in een afgrond te storten.

Dat is overigens het teken van een echte profeet. Tegen de profeet Jeremia zei God: Zeg de mensen alles wat Ik je heb opgedragen en laat je door hen niet afschrikken. Zo doet ook Jezus Christus zelf. Het speet Hem, dat zijn dorpsgenoten Hem niet wilden aanvaarden, en zich daarmee afsloten voor het goddelijke licht, maar Hij nam zijn woorden niet terug.

Hoe denken wij over onszelf? Zijn wij zo goed? Wij stelen niet, wij moorden niet, soms een klein leugentje om bestwil, oké, maar meer ook niet!

Als wij denken er daarmee te zijn, broeders en zusters, vergissen ook wij ons. De belangeloze liefde van Jezus en Maria, daar kunnen wij echt niet aan tippen. Hoe gauw zijn wij niet uit ons evenwicht gebracht door een woord of een gebaar van een ander. Dan worden wij boos of ongeduldig. Maar wij zijn wel onderweg naar het Koninkrijk van God, maken er zelfs nu al deel van uit, maar we zijn er nog niet.

"Ja maar, zo te reageren is toch heel menselijk!" Inderdaad, maar niet menselijk, zoals God in den beginne de mens had geschapen. Bij de schepping was er dankzij Gods aanwezigheid in het leven altijd harmonie in het hart van de mens. Het zoeken van het eigen geluk echter heeft deze harmonie verstoord, bracht onvrede, onrust.

God wil niets liever dan dat de mens ook al in deze wereld gelukkig is, maar de diepste bedoeling van dit aardse leven is dat wij ons voorbereiden op het leven bij God, want dit leven gaat voorbij, maar het leven bij God duurt eeuwig. En daarom zegt de heilige apostel Paulus in de tweede lezing, dat wij naar de hoogste gave moeten streven: de grenzenloze liefde, zoals die is in Jezus Christus, onze Heer.

Is zijn liefde in ons, beste mensen? Zeker weten, daarom zijn wij hier. Maar diep in ons hart hebben wij allemaal, ook ik, van die verborgen plekjes, die wij nog niet uit handen kunnen of durven geven. Bijvoorbeeld voor bepaalde zaken willen of kunnen wij nog geen vergeving vragen of aan anderen vergeving schenken. En dan kan God ons toch niet zo goed helpen als Hij zou willen.

Afgelopen woensdag hoorden wij tijdens de CaFE-cursus, dat God zo blij wordt als Hij aan ons denkt, dat Hij dan wel kan dansen van vreugde. En het is zo belangrijk om die waarheid diep tot je door te laten dringen. Maar onze God is wel een jaloerse God. Hij wil ons heel hart hebben. Hij geeft zich helemaal aan ons. En Hij wil dat ook wij onszelf steeds meer geven aan Hem en aan elkaar.

Broeders en zusters, in ons vormen lichaam en geest een eenheid met elkaar, zij beïnvloeden elkaar. Voel je je geestelijk goed, dan ga je rechtop door het leven. Voel je je geestelijk niet goed, dan laat je de schouders hangen. Voel je je lichamelijk goed, dan is het ook wat gemakkelijker om blij en optimistisch door het leven te gaan. Voel je je lichamelijk niet goed, dan kunnen ook je geestelijke krachten wat minder zijn.

En zo vormen moeder aarde en de manier van leven van haar kinderen ook een onlosmakelijke eenheid. Leven de mensenkinderen goed, ter ere van God en tot welzijn van elkaar, dan gaat het de aarde ook goed. Leeft het merendeel van de mensen niet goed, dan kreunt de aarde.

Jezus roept de mensen op de tekenen van de tijd te verstaan. Alleen de liefde zal zowel voor de aarde zelf als voor haar bewoners echte, blijvende vrede kunnen brengen. Wij hebben het hopelijk al vaker ervaren: de liefde kan alles overwinnen. Laat de toeleg op de liefde onze belangrijkste - en mooiste! - levensopdracht zijn. Kijken wij hoe wij de komende week God en onze medemensen weer ietsje meer kunnen liefhebben.