Ze joegen hem de stad uit (2010)

Je krijgt geen tweede keer de kans om een eerste goede indruk te maken.  Het optreden van Jezus in Nazaret was geen succes.  Hoe kwam het dat de sfeer zo vlug omsloeg?  De mensen in de synagogen waren aanvankelijk geïnteresseerd.  Waarom wilden ze hem nadien buiten drijven?  Is het omwille van zijn afkomst (Lc. 4,22)?  Bekijken ze deze negatief of positief?  Willen ze zijn afkomst aanwenden in hun eigen voordeel?  "Al naar gelang van de intonatie waarmee 'dat is toch de zoon van Jozef' gelezen wordt, opent zich een andere mogelijkheid.  In het ene geval spreekt blijde verbazing over het feit dat de man die ze menen te kunnen situeren als een dorpsgenoot, met een dergelijke boodschap komt: in het andere geval spreekt de sceptische twijfel of een dorpsgenoot zoiets wel kan" (H. Servotte, Lucas Literair, Altiora, Averbode, p. 34).

Hun wrevel kwam voort uit wat Jezus had gezegd.  Schone beloften, die naar zijn zeggen met hem in vervulling zouden gaan.  Hadden ander kandidaten voor Messias al niet iets dergelijks beweerd? 

De evangelist Lucas is overtuigd dat met Jezus Gods tijd aanbreekt.  Maar volgens hem staan de mensen van Nazaret daar niet achter.  In de misval te Nazaret ziet hij al de latere afwijzing van Jezus door een deel van zijn volksgenoten.  Hij geeft aan dat Jezus van bij het begin botst op tegenkanting en dat succes broos is.  Als schrijver van de Handelingen kent Lucas de manier waarop Paulus heeft gewerkt.  Deze richtte zich aanvankelijk tot de Joden en ontmoette hen in hun synagogen.  Na tegenstand in de synagogen trekt hij naar de heidenen.  Wat in de Handelingen is gebeurd, plaatst Lucas al in zijn verhaal over Jezus te Nazaret.  

Van de Zee vergelijkt de tekst van Jesaja met wat Jezus ervan aanhaalt.  Jezus liet enkele woorden weg.  Hij stopte midden in een zin: "Jezus heeft het over het jaar van het welbehagen van onze God.  Dus: de vijanden zullen verslagen worden, de goddelozen zullen ten ondergaan, het land zal gezuiverd worden van alles wat Gods heil en Gods wil weerstaat, en het arme Galilea dat de eeuwen door zo te lijden had gehad onder dreunende soldatenlaarzen, onder geweld en onderdrukking en misbruik van macht, zal bevrijd worden.

Maar dat gebeurt niet, in de verste verte niet.  Jezus probeert de goddelozen met liefde te winnen en zal straks eten met hen die het oordeel over zichzelf hebben afgeroepen.  Hij is tegen niets en niemand, hij zet niemand ergens tegen op, hij is de genade in eigen persoon.

 

Maar dat is eenzijdig, zeggen ze in Nazaret.  Waar blijft het oordeel, waar blijft de wraak, waar blijft de ondergang van al het anti-goddelijke?

En als hij zegt: heden is dit Schriftwoord in uw oren (in uwe oren, niet voor uw ogen) vervuld, dan maakt hij het alleen nog maar erger.  Want dat klopt niet.  Jesaja 61 gaat niet in vervulling, zolang de Romeinen los rondlopen, de tollenaars doorgaan met uitzuigerij, Herodes breeduit op zijn troon blijft zitten, elke verzetshaard grondig wordt opgeruimd en zelfs Johannes de Doper zijn dagen in de gevangenis moet slijten.  Is dit Schriftuitleg!  Genade!  Waar blijft het oordeel (het oordeel over anderen welteverstaan?" (R. W. van der Zee, Vandaag, p.77).  

Jezus reageert bits op hun afwijzing.  Hij provoceert zelfs.  Wij krijgen daardoor een andere lezing.  De mensen van zijn vaderstad willen aanspraak maken op Jezus en op de wonderen die hij verricht.  Zij wensen dat die wonderen ook bij hen zouden gebeuren.  "Genees jezelf en je eigen volk, in plaats van naar anderen toe te gaan", zeggen ze.  "Geobsedeerd door de zorg voor haar eigen prestige is de stad stokdoof voor de profeet, die niet wenst om met wonderen het aanzien van de stad te vergroten.  Bekrompen eigenbelang en een profetische boodschap van bevrijding botsen hier op elkaar.  Er is geen gulden middenweg.   Ze staan lijnrecht tegenover elkaar" (Joop Smit, Bij nader inzien,  Lannoo, Tielt, p. 144).   

Jezus mikt hoog met het citaat van Jesaja, zeker door het op zichzelf toe te passen.  Hij wil ons daarmee optillen.  Maar we houden eerder aan wat is.  Zo verstoort Jezus de rust van wie houdt van middelmatigheid.  Johan Dear, een jezuïet uit Noord Amerika, schreef voor onruststokers in het spoor van Jezus de litanie Troublemaking.  Het was het slot van een toespraak over vrede in 2004:  

In a world of hate and fear, be holy troublemakers of all-inclusive, universal love.

In a world of merciless cruelty, be holy troublemakers of compassion and mercy.

In a world of lies, be holy troublemakers of truth.

In a world of injustice, racism and sexism, be holy troublemakers of justice and equality.

In a world of death, be holy troublemakers of life.

In a world of despair, be holy troublemakers of hope.

In a world of war, be holy troublemakers for peace.

In a world of violence, be holy troublemakers of Gospel nonviolence in the name of the troublemaking, nonviolent Jesus. 

Het kan lang duren eer een mens zich niet meer ergert aan Jezus.