De grootste van de drie (1 Kor. 13)

Paulus schrijft een hymne over de liefde en spreekt daarmee tot op vandaag velen aan. Bij een engagement nemen jonge trouwers deze tekst graag over en halen later dit gedicht nog even boven bij Sint Valentijn.

De Poolse cineast Krzysztof Kieslowski (1941 - 1996) gebruikt deze tekst van Paulus in Trois Couleurs – Blue. Deze drie films zijn geïnspireerd door de drie idealen van de Franse revolutie; vrijheid, gelijkheid, broederschap. Hij actualiseerde ze naar onze huidige tijd. In de film "Bleu" wordt het Hooglied van de liefde (1 Kor 13, 1-13) gebruikt als lied onder de titel 'Song for the Unification of Europe'. Het lied wordt in het Grieks gezongen in een originele uitvoering (Hoe commencialiseerbaar is de liefde? Thomas KuLeuven).

Kerk met spanningen

Bij de voorlezing in Korinthe van de brief van Paulus met daarin zijn gedicht over de liefde zaten een aantal toehoorders met rode kaken. Het gedicht klonk daar als een vermaning. De schrijver van de brief had de concrete situatie uit de kerk van Korinthe voor ogen. Het was een gemeente met veel gaven, maar ook grote tegenstellingen. Men pakt er uit met eigen kunnen en ziet en waardeert dit van anderen niet. De solidariteit was zoek. De rijken keken neer op de armen. Ze vergeten dat ze allen deel uitmaken van één lichaam. Paulus houdt hen daarom het mooie beeld van het lichaam voor ogen. Hij geeft dan verder aan hoe de liefde dit geheel kan doordringen en bezielen.

Er zaten onder de toehoorders mensen uit de kerk van Korinthe die veel hadden gegeven en toch zonder liefde waren. Mecenassen kunnen harde menen zijn, die vanuit hun geld veel invloed willen hebben.

Er waren talentvolle mensen, maar onder hen ook geblaseerden. Ze pochen op hun kunnen, ze pakken er me uit en zien enkel hun clan en niet het geheel. “Le pire des défauts est d’être blasé” (Michel Barnier ; LLB 4 nov. 2018. Hij is de hoofdonderhandelaar van de Europese gemeenschap over de Brexit).

Elk voor allen en allen voor Christus

In zijn brief geeft Paulus duidelijk aan wat voor hem van belang is. Hij looft de grote drie: geloof, hoop en liefde. Ze zijn aanwezig in elk van zijn brieven en ze steunen op zijn geloof, zijn vertrouwen en zijn liefde in en voor Christus. De leuze van Paulus had kunnen zijn: “ Elk voor allen en allen voor Christus.”

Geloof redt, de hoop is een anker, maar de kracht ligt in de liefde. “Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent” (Gal. 5,6). De liefde vat voor hem de ganse moraal samen. ‘Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld” (Rom. 13, 8).

Geloof, hoop en liefde: de drie groten. Liefde is de grootste. Charles Péguy heeft in zijn gedicht over de hoop de voorkeur gegeven aan het kleine meisje, dat stapt tussen het geloof en de liefde, haar twee grote zussen. Maar eenmaal het doel bereikt, moeten we niet meer hopen. We mogen dan enkel genieten van de liefde (Rom. 8). Wij moeten wat minder hopen en meer beminnen, beweert André Comte-Sponville: Espérer un peu moins, agir et aimer un peu plus.

Alles verdragen?

Lukt het ons om Paulus te volgen, wanneer hij zegt dat de liefde alles verdraagt? In de Bijbel keurt God niet alles goed. Wanneer Jezus werd geslagen, vraagt hij verantwoording aan wie hem heeft geslagen. Wij kunnen en mogen niet alles verdragen. We hopen tegelijk dat Gods liefde barmhartig kan zijn en dat hij kan vergeven wie zich tot hem bekeert, hoe groot ook het bedreven kwaad is geweest. “De liefde, alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.” Zal mijn liefde zo groot zijn, dat er geen plaats is voor haat en wrok en dat ik kan aanvaarden dat de vijand, wanneer hij zich heeft bekeerd bij God mag zijn zodat Gods liefde in alles en in allen kan zijn.

In fragmenten

De liefde is groot en alomvattend. Paulus beseft zijn beperktheid. Hij eindigt zijn loflied over de liefde met de erkenning dat ons denken stukwerk is. We weten niet alles, niemand weet alles. Wat we kennen is fragmentarisch. Ons inzicht groeit doorheen het leven.

Paulus drukt het heel mooi uit. “Toen ik nog een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik het kinderlijke achter gelaten. Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledige kennen, zoals ik gekend ben. Ons resten geloof, hoop en lief, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

We zijn gevormd door de etappen die achter ons liggen. We mogen niet blijven steken in wat achter ons ligt. We danken in eerbied voor de weg die we afgelegd hebben en staan open voor nieuwe vragen. ‘Ik was een kind en wist niet beter. Dan dat 't nooit voorbij zou gaan’ (Wim Sonneveld). ‘Naarmate ik ouder werd in het monastieke leven en verder doordring in de eenzaamheid, werd ik mij ervan bewust dat ik pas begonnen ben met het zoeken naar de vragen” (Thomas Merton, geciteerd in De Wijsheid van de abdijen, 15 november). We moeten bereid zijn verder door het leven te groeien. Daarbij helpt ons de omgang met de Schriften en het getuigenis en het contact van mensen die de weg van de liefde gingen en gaan. Zo iemand was Teresia van Lisieux. Ze heeft neergeschreven wat de teksten van Paulus in de brief aan de Korintiërs voor haar hebben betekend.

Mijn roeping is de liefde

“Omdat tijdens de meditatie mijn verlangens mij een echte marteling waren, deed ik de brieven van de heilige Paulus open om een antwoord te vinden. Mijn oog viel op het twaalfde en dertiende hoofdstuk van de eerste brief aan de Korintiërs. In het eerstgenoemde hoofdstuk van de eerste brief las ik dat niet allen apostelen, profeten of leeraars kunnen zijn en dat de kerk uit verschillende leden bestaat en dat het oog niet terzelfder tijd hand kan zijn. Het antwoord was duidelijk, maar stilde mijn verlangens niet, het gaf me geen vrede.

Zonder de moed te verliezen las ik verder en deze zin vertroostte mij. ‘Gij moet naar de hoogste gaven streven. Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles’ (1 Kor.12,31). En dan legt de apostel uit hoe zelfs de volmaaktste gaven niets zijn zonder de liefde, en dat de liefde de verheven weg is die zeker leidt naar God.

Eindelijk had ik rust gevonden. Bij het beschouwen van het mystieke lichaam van de kerk, had ik mij in geen van de ledematen die de heilige Paulus beschrijft, herkend of liever, ik wilde me in alle ledematen herkennen. De liefde gaf mij de sleutel van mijn roeping. Ik begreep dat, als de kerk een lichaam is dat uit verschillende ledematen is samengesteld, het noodzakelijkste en edelste lid haar niet kan ontbreken; ik begreep dat de kerk een hart bezat, en dat dit hart brandde van liefde. Ik begreep dat alleen de liefde de leden van de kerk tot handelen aanzette, en dat, als het vuur van de liefde zou gedoofd worden, de apostelen zouden ophouden het evangelie te verkondigen, de martelaren zouden weigeren hun bloed te vergieten. Ik begreep dat de liefde alles roepingen insloot, dat de liefde alles was, dat zij alle tijden en alle plaatsen omvatte, in één woord: dat zij eeuwig is!

Toen heb ik in de overmaat van mijn uitzinnige vreugde uitgeroepen: O Jezus, mijn Liefde, eindelijk heb ik mijn roeping gevonden: mijn roeping is liefde! Ja, ik heb mijn plaats in de kerk gevonden en deze plaats, mijn God hebt gij mij gegeven: in het hart van de kerk, mijn moeder, zal ik de liefde zijn; zo zal ik alles zijn. Zo wordt mijn droom werkelijkheid! (Overgenomen uit Getijdenboek jaar II, 1 oktober).