Een weg verheven boven alles (1 Kor. 12,31)

Frans, een senior naar de negentig toe, stuurde op het feest van Sint Paulus ( 25 jan.) deze korte mail: “Deze dag zou een Hoogfeest moeten zijn voor de Christelijke kerken! Iemand rijdt God tegemoet met een zwaard, maar Hijzelf slaat hem neer en verandert diens zwaard tot de pen van een Vredesduif en laat hem de definitie schrijven van DE LIEFDE.” Een goede insteek bij 1 Kor. 13.

1 Kor 13, voor een aantal volstaat deze korte vermelding om onmiddellijk te vatten wat is bedoeld. Ze is misschien zelfs de meest gekende referentie uit de Schrift. Bruidsparen hebben zowel vroeger als nu voor deze tekst gekozen bij de viering van hun huwelijk.

Het is een hoofdstuk dat in de brief aan de Korintiërs eruit springt. Dit hooglied der liefde staat echter niet los van het voorgaande en volgende hoofdstuk van de brief van Paulus. Deze antwoordt op een aantal problemen binnen de kerk van Korinte. De kerk was daar bedreigd door verdeeldheid misschien omwille van sterke persoonlijkheden die elk hun eigen aanhang hadden. Allicht talentvolle mensen, die over opvallende gaven beschikten. Enkele van deze gaven waren de kunst in vreemde talen te spreken, het bezit van profetisch inzicht. Daarbij wist Paulus wat van alle tijden is dat er mensen zijn die veel doen en presteren en hoog worden gewaardeerd en toch de liefde niet hebben. Er zijn grote mecenassen, maar daarom nog geen liefdevolle mensen; er zijn helden en mensen met grote talenten en vaardigheden, maar zonder aandacht voor de eenvoudige mens in hun omgeving. Er zijn geleerden, die veel hebben gedicteerd maar nooit een dankwoord hadden voor de dames van hun secretariaat, die hun tekst moesten uittypen.

Paulus neemt een hoge vlucht in het hooglied, maar heeft een concrete gemeente voor ogen. Het is niet alleen in deze brief dat Paulus de liefde hoogacht. Hij deed het ondermeer in zijn brief aan de Filippenzen en in de brief aan de Romeinen (Rom. 12,9-21). Als hij de liefde prijst, dan heeft hij vooral het voorbeeld van Jezus voor ogen, al vernoemt hij deze hier niet in deze verzen. Hij denkt aan God, bij wie liefde de drijfveer is en die voor ons model is.

Paulus wijst een weg aan, ja de schoonste en de meest verhevene. De weg is een symbool voor het leven. De weg van de liefde is de beste wijze om ons leven gestalte te geven. Een Israëliet gaat de weg door de Wet te volgen (ps. 1,1). Een christen stelt een reisplan op, dat steunt op wat Christus heeft gedaan. “Jullie kennen de weg naar waar ik heen ga. Ik ben de weg” (Joh. 14,4-6). Christenen zijn aanhangers van de weg (Hnd. 9,2). Ga op deze weg, de beslissende weg: “Jaag de liefde na” (1 Kor. 14,1).

In dit hooglied met drie onderdelen zegt Paulus dat de liefde de gaven overtreft, als daar zijn leiding geven, wonderen verrichten, de gave van profetie en interpretatie, de gave in klanktaal te spreken ( 1 Kor. 12,27-30). De liefde is er voor iedereen. Voor Paulus is de liefde onmisbaar, ze is niet af te dwingen, ze is onvoorwaardelijk. Die ‘Unabdingbarkeit der Liebe’, met dit moeilijk te vertalen woord vat Jacob Kremer de eerste drie verzen van het hooglied samen (J. Kremer, Der erste Brief an die Korinther, Regenburger Neues Testament, p. 280). De liefde is onmisbaar. Zonder haar ben je er niet.

Vervolgens vernoemt Paulus een aantal eigenschappen van de liefde om dan te besluiten dat liefde van blijvende duur is. Haar oorspong ligt bij God. Wij kunnen beminnen doordat wij door Hem geliefd zijn. Dit houdt nooit op. God kent ons door en door. Zijn kennen is dit van de liefde. Als Paulus de liefde aanprijst als liefde tot de naaste, dan legt hij haar fundament in de liefde van God voor ons. Deze is geleefd door Jezus (2 Kor. 5,14; Gal. 2,20; Rom. 5,5-8; Rom. 8,35-39). Als Paulus de liefde beschrijft, dan put hij uit wat de Joodse Schriften zeggen over God en bij dat wat Jezus heeft verkondigd en gedaan. Er is een band met teksten als “Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is” (Lc. 6,36; Mt. 18,35) en met de oproep van de Bergrede.

De Heer heeft geduld. Hij is lankmoedig (ps. 103,8; ps. 86,15; Rom. 2,4; 9,22). God verschilt in zijn toorn van de mens (Hos. 11,9). De liefde is zogezegd het graf van het onrecht. Ze begraaft dit en biedt de mogelijkheid tot een nieuwe start. De liefde gelooft alles zonder daarom kritiekloos te zijn. “Ik geloof alles wat ze zeggen, zei een begeleider, maar ik denk er het mijne van.” Paulus heeft weet van de psychologie, dat wie zichzelf niet gaarne ziet ook de andere niet kan liefhebben. “Heb je naaste lief als jezelf” (Lev. 19,18; Mc. 12,31). Paulus zegt in zijn hooglied dat wij ons niet op en tot onszelf mogen beperken. Het goede dat wij doen, dient niet om ons ego te versterken. Liefde is een werkwoord, we zullen er mee bezig zijn tot het einde toe.

Is liefde de vorm die we levenslang geven aan ons afscheid”, een ietwat wondere zin van Leonard Nolens tijdens een Klara-uitzending op 24 sept. 2011. Paulus zou hier zeggen dat liefde van belang is op elk moment van ons leven, van bij de geboorte tot over de dood. Wat blijft er over van een mens en van een tijdvak? Het werk dat we deden, de verenigingen die we hebben opgericht, de kerken en de monumenten die we hebben gebouwd? Wat blijft is de liefde, die we in elke tijd te verkondigen en te beleven hebben. “Sterker dan de dood is de liefde”, zingt de geliefde in het Oud Testamentische Hooglied (Hoogl. 8,6). 

Wie iets van God heeft ervaren,
voelt een eeuwige honger
die nimmer verzadigd wordt,
een inwendig begeren en streven
van minnende kracht
en van de geschapen geest
naar een ongeschapen God (Ruusbroec).