Heeft God nog een plaats in onze "stad"?

4e zondag door het jaar                     Cyclus C   2013 (3/02)            1 Kor 13, 4-13

                                                                                                             Lk 4, 21-30

 

Heeft God nog een plaats in onze “stad”?

 

 

Beste vrienden,                                                

 

„Globalisering“ is een begrip dat ons de laatste jaren steeds vertrouwder in de oren klinkt. Bijna geen enkel nieuwsbericht of politiek interview kan er nog aan voorbij.  De hele wereld is als een dorp of een kleine stad geworden en de verschillende economieën geraken steeds meer met elkaar vervlochten.  Gebeurt er iets in het kleinste hoekje van de wereldbol, dan weten we dat reeds binnen enkele minuten via internet.  Soms vraag ik me wel eens af: “welke rol speelt God nog in die kleine stad die onze wereld geworden is?  Ik krijg soms de indruk dat God steeds meer naar de rand gedrukt wordt. Voor veel mensen speelt het geloof helemaal geen rol meer en op het eerste gezicht kan ik echt niet zien dat er hen iets ontbreekt of dat ze iets zouden missen.    

Met een beetje overdrijving zou je bijna kunnen zeggen dat datgene wat we daarnet in het evangelie hebben gehoord, zich hier en nu herhaalt. Iedereen staat als één man op en jaagt Jezus uit de stad weg. Misschien wel iets overdreven, maar toch wel juist!  Kijk maar naar het „Christelijke Europa“ – Men is indertijd wel akkoord geraakt over een gemeenschappelijke grondwet, maar een verwijzing naar God mocht daar niet in voorkomen. Dit in tegenstelling met de meeste nationale grondwetten van de deelstaten. Alles moet “neutraal” zijn. 

God wordt dus ook uit het groeiende stadsdeel Europa verdreven. En dan moeten we ons intussen ook ook al beginnen afvragen of er in het gemeenschapsonderwijs in de toekomst ook nog godsdienst zal mogen worden onderwezen of dat dit vak geleidelijk zal worden vervangen door een soort van  “levensbeschouwelijk neutrale ethica”.    

Zo zouden we nog een heleboel voorbeelden kunnen aanhalen maar ik ga dat hier nu niet doen omdat ik er van overtuigd ben dat jullie uit jullie kennissenkring of misschien zelfs jullie familie zelf genoeg gevallen kennen waar God geen rol meer speelt en reeds sinds lange tijd uit het dagelijkse leven van de mensen verdreven werd. 
Nu kunnen we ons natuurlijk troosten door te zeggen dat het Jezus in zijn tijd niet anders is vergaan en dat Hij toen reeds dezelfde ervaring heeft opgedaan die wij vandaag beleven.   Tenslotte werd Hij zelfs in zijn geboortestad als lastig ervaren en daarom uit de stad gejaagd.   Maar is dat een reden waarom wij vandaag beter met die situatie zouden kunnen omgaan?
En mogen wij dat zo maar? Ik zou dat met klem willen ontkennen!! Want wat zou uiteindelijk de consequentie zijn?  Een stad zonder God!   

Maar wat betekent het wanneer de wereld ten gevolge van de globalisatie wel steeds meer naar mekaar toegroeit, maar dat God in die wereld geen rol meer speelt? Ik bedoel: waar we God verjagen daar nemen wij mensen zijn plaats in. En de consequentie daarvan is niet te overzien. De mens roept zichzelf uit tot maatstaf voor alles en probeert om nog alleen dat te doen wat hem dient en wat voor hem nuttig is. Dan is het klonen van mensen plots toegelaten, alleen maar om die embryo’s direct daarna weer te doden omdat men verse stamcellen nodig heeft voor wetenschappelijke experimenten. Dan kunnen kinderen worden gekweekt als een soort levend magazijn voor organen. En waarom zou het ook niet toegelaten zijn? Het gaat tenslotte om de mens, en die heeft het toch voor het zeggen en staat toch aan het hoofd van alles wat er is. Want, zo zeggen de voorstanders: Het gaat toch om het algemeen welzijn en misschien kunnen we, dankzij die experimenten, later ook mensen genezen.   

Het is toch wel een eigenaardige samenloop: Omdat Jezus, in tegenstelling met wat de mensen daar verwachtten, in Nazareth geen mensen door een wonder heeft genezen, hebben ze Hem uit de stad weggejaagd.

Maar wie God verdreven heeft, heeft nog maar alleen zichzelf tot maatstaf. Wie God verjaagt verliest zijn oriëntatie en zijn gids in het leven. En wie God loslaat, kan nog maar alleen steun vinden bij zichzelf.  Ik ben er vast van overtuigd: Daar waar geprobeerd wordt om de wereld heel bewust zonder God vorm te geven, daar gaat die wereld kapot, omdat ze door God gemaakt is en ook helemaal op Hem is afgestemd. Hij is het middelpunt van die wereld. En daar waar de wereld van haar middelpunt wordt gescheiden, daar is geen houvast meer, daar heerst alleen nog chaos.  Daarom gaat het vandaag om zo veel meer, dan alleen maar om het reserveren van een plaats voor God. Zo een soort van reservaat voor God en voor religie. Wie Jezus uit de stad wegjaagt, wie Jezus tot aan de rand van de afgrond opjaagt, die verbant de liefde naar de rand van de maatschappij. Maar waar de Liefde, en God is liefde, verbannen wordt, daar worden ook al die mensen, waar Jezus zich destijds voor heeft ingezet, eveneens verbannen en uitgesloten.  Wanneer we er nu voor ijveren dat God zijn plaats in het centrum van onze wereld, in onze maatschappij, en ook in onze leefgemeenschappen terug moet krijgen, dan moet ook altijd de mens in het centrum van ons doen en handelen staan.  Maar niet zo dat de mens zichzelf tot maatstaf van alle dingen uitroept, maar omdat God ons, de mensen, naar zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen. De Vlaamse werkloze evenzo als de vluchteling uit Afrika, de psychisch zwakke evenzo als de gehandicapte en de vrouw in pleegzorg die iedereen schijnbaar alleen nog maar ten laste valt – en zelfs de pas geconcipieerde ongeboren mens die misschien nog maar alleen uit 8 of 16 cellen bestaat.   Ieder van ons werd geschapen naar Gods beeld en gelijkenis en heeft daarom een onschendbare en onaantastbare waardigheid. En die moet worden beschermd. En daarom kunnen we God slechts dan in het centrum van ons leven halen wanneer we het menselijke leven liefdevol, maar zonder compromissen, beschermen.    

Net zoals Abbé Pierre, de vader van de Franse daklozen dat deed. Hij heeft zich consequent ingezet voor alle leven dat naar de rand werd verdrongen. Hij heeft die mensen de liefde laten voelen die de apostel Paulus in zijn brief aan de Korinthiers heeft beschreven.

En de Bisschop die een zaligverklaring van deze eenvoudige man reeds bij voorbaat afwees omdat abbé Pierre’s mening in sommige punten, zoals het celibaat, afweek van het officiële kerkelijke standpunt, die zou de lezingen van vandaag nog eens grondig moeten bestuderen en zich afvragen of hij wel iets heeft begrepen van de liefde, waarmee God bedoeld wordt en die God ons ook dagelijks laat voelen. Het Evangelie van vandaag is nog goed afgelopen. de opgewonden menigte drijft Jezus wel tot aan de rand van de afgrond, om Hem naar beneden te storten, maar Hij draait zich om, schrijdt door hen heen en verwijdert zich.   

Hoe dikwijls laat God zich niet naar de rand van onze wereld drijven, tot volledige onbeduidendheid, tot aan de afgrond. Dat gebeurt overal waar het menselijke leven gering wordt geacht, waar het wordt misbruikt en geknecht.  Maar Hij laat zich niet uit de wereld verdrijven, want het is Zijn wereld en omdat wij, U en ik er zijn. Het is onze taak om Hem altijd weer in het middelpunt te plaatsen, door ons voor het leven in te zetten, door ons liefdevol om die medemensen te bekommeren die onze hulp nodig hebben. Zo halen we God terug binnen in onze stad – en zo ervaren de mensen door ons, hoe bevrijdend en verrijkend God en zijn boodschap voor ons allemaal zijn.  Amen.