Gezonden en weggezonden

De lezingen die we vandaag horen brengen enkele mensen samen, die een gezamenlijk kenmerk hebben: hun handelingen worden gestuurd door God. We hebben het hier over: Jeremia, Elisa, Elia, Jezus en Damiaan.
De eerste drie zijn profeten uit het oude testament, dan is er Jezus de Messias en dichter bij ons Damiaan, die we nu de heilige Damiaan moeten noemen. Wat is er in hun handelen zo belangrijk dat ze ook voor ons wat te betekenen hebben?

Beginnen we met Jeremia. Van hem lezen we dat God hem voorbestemd had en ik citeer: "Voordat hij in de moederschoot gevormd was"! Dus ondanks zijn aanvankelijk protest en ik citeer weer: "Ik ben te jong, ik kan nog niet praten" volgt hij het woord van God. "Omgord uw lendenen en trek er op uit". Hij volgt dit bevel ook, omdat hij weet, het is hem door God verzekerd, dat God hem zal bijstaan en steunen. Hij weet dat hij tegenkanting zal krijgen, maar dat weerhoudt hem niet zijn opdracht en roeping te volgen.

Dan komen we bij de twee profeten uit vroegere tijden. Allebei verrichten ze een genezingswonder. Elia wekte het kind van de weduwe in Sarepta uit de dood op en Elisa genas de Syriër Namaäm van een kwalijke huidziekte.
De talrijke wondere genezingen die Jezus verrichtte moeten we niet opsommen, die zijn ons door de verhalen van de evangelisten genoegzaam bekend.

En dan komen we bij onze Vlaamse held en heilige: pater Damiaan. Zijn leven en werk, volledig voor en samen met de melaatse mensen op Molokaï, wie van ons kent ze niet?
Buiten het feit dat zij allemaal geroepen zijn door God en genezingen kunnen doen, valt er nog iets op in hun handelswijze. Het is Jezus zelf die er ons attent op maakt. Zij werken niet in hun eigen vertrouwde omgeving.

Elia en Elisa gaan naar de "heidenen", Jeremia brengt zijn boodschap ook ver van huis en tot woede van de mensen van Nazareth zijn heel veel wonderen gebeurd in Kafarnaüm. En onze Damiaan is ook niet in een kliniek in Leuven of Brussel gaan werken.
Wat moeten wij daarin verstaan? Voor mij is dit althans duidelijk: God is er voor iedereen en niet alleen voor enkele uitverkorenen. Is het daarom dat Jezus zoveel tegenkanting kreeg omdat zijn woord en vooral zijn daden weerklank vonden bij iedereen, dat de boodschap die Hij bracht ook de niet joden kon bekoren, dat Zijn invloed zo groot werd dat het een bedreiging vormde voor de gevestigde orde?

Zo komt het natuurlijk tot een woeduitbarsting in de synagoge wanneer Jezus zegt dat het woord dat Hij zojuist gelezen heeft, namelijk een tekst van Jesaja, vandaag, en dan doelt Hij op zichzelf, in vervulling is gegaan. Hij wordt bedreigd maar, en zo staat het zo mooi vermeld:"Hij ging tussen hen door en Hij ging zijns weegs". Hij laat zich niet afschrikken en gaat Zijn eigen weg.

Dat is natuurlijk eigen aan die mensen die zich geroepen weten, ondanks tegenkanting en verzet blijven ze doen wat ze als opdracht gekregen hebben of wat ze voor zichzelf uitgemaakt hebben dat dit de weg is die ze moeten gaan. Ze beperken zich niet tot hun eigen vertrouwde kringetje, waar ze zeker zijn van applaus en waardering. Neen ze durven zich op onbekend terrein begeven, ze durven"hun nek uitsteken"
Voor mij is dit de boodschap die ik vandaag uit de teksten krijg. God is er voor ieder van ons en als wij die boodschap verstaan dan weten we ook dat er van ons iets verwacht wordt. Het is natuurlijk niet iedereen gegeven alles op te geven en verre oorden op te zoeken om goede daden te verrichten. Gelukkig kunnen we ook steun geven aan diegenen die het wel doen.

Vandaag is er een bijzondere omhaling voor de Damiaanactie. Een gelegenheid om onze goede daad dichtbij te doen voor mensen ver weg, voor mensen die misschien niet tot onze cultuur en geloofsgemeenschap behoren, maar wel in de eerste plaats mensen in nood. De profeten hebben het voorgedaan, Jezus heeft het nog eens herhaald en Damiaan heeft en zijn levenswerk van gemaakt.

Wij weten allen hoe het hem vergaan is. Dat hij zijn liefdeswerk met de dood zou bekopen. Dat moet hij geweten hebben, in die tijd was er immers nog geen geneesmiddel tegen lepra gekend. Ondanks dit weten heeft hij toch van die stinkende chaos waar alleen onrecht, willekeur, ziekte en dood de plak zwaaiden bij zijn aankomst, een normale leefgemeenschap kunnen maken. Gemakkelijk is het niet gegaan, we weten dat hij veel tegenkanting ondervond, niet het minst bij zijn kerkelijke overheid, maar gedreven door een unieke stroom van energie die zijn bron heeft in God, heeft hij het onwaarschijnlijke kunnen bereiken: een menswaardig bestaan voor zijn zieke mensen en uiteindelijk begrip voor de titanenstrijd die hij voerde.

We weten dat het sterven van Damiaan geen einde heeft gemaakt aan zijn werk. Ook nu nog gaat de strijd tegen deze ziekte door, zovelen die aan dit werk hun beste zorg besteden rekenen op onze hulp vandaar het tweede mandje bij de omhaling.