3e zondag door het jaar

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 174 niet laden

Er waren eens drie blinden die een olifant ontmoetten en hem betastten:

De eerste betastte de slurf en zei: "Een olifant lijkt op een slang".

De tweede voelde de poten en zei: "Welnee, volgens mij lijkt een olifant helemaal niet op een slang. Hij lijkt veel meer op de zuilen van de Tempel".

Maar de derde betastte de oren en zei: "Jullie zijn allebei mis. Een olifant lijkt op een groot blad van een woekerplant in het bos".

Ze begonnen ruzie te maken. Ieder beweerde dat hij gelijk had. Toen ze elkaar te lijf wilden gaan gingen plots hun ogen open. Daar stond de olifant.

Ze werden beschaamd, bogen het hoofd want elkeen zag zijn klein stukje gelijk en zijn groot stuk ongelijk.

Zou het zo ook niet vaak onder de mensen zijn. Wij zien een stukje van de waarheid en menen heel de waarheid te zien en we gaan mekaar te lijf, we maken ruzie soms jarenlang omdat we gelijk hebben of menen gelijk te hebben. Vaak zijn mensen als de drie blinden uit het verhaal. Ze zien slechts een stukje van de waarheid.

 

Zo is het vele eeuwen geweest tussen de christenen van de verschillende kerken. Ze beweerden allen de volle waarheid te hebben en gingen elkaar in naam van de waarheid in woord en daad te lijf. In onze eeuw en vooral de laatste jaren is hierin verandering gekomen. Er is een beweging ontstaan die opzoek is naar eenheid. Oecumenische beweging. De veiligste weg om tot christelijke eenheid te groeien is de weg naar de bijbel.

De H. Schrift, zowel het oude testament als het nieuwe testament is geheel geïnspireerd door de gedachte van eenheid. Het hoofdthema van het boek der boeken is immers de verzoening tussen God en de mensen en tussen de mensen onderling.

En wat is verzoenen anders dan bijeen brengen van wie uit elkaar zijn gegroeid. Zo naar elkaar toegroeien dat ze elkaar zoenen. Daarom kan men de bijbel met recht het boek van de christelijke eenheid noemen. Hij biedt de meest authentieke en veiligste norm voor het werk van de hereniging. Daar moeten we gaan zien hoe het nu moet; welke de eenheid is die God in Christus naam van ons verwacht.

Daarom luisteren we samen naar de schrift.

 

In de tweede lezing vergelijkt Paulus de christelijke gemeenschap met het menselijk lichaam.

 

1. Het lichaam bestaat uit vele ledematen die heel verscheiden zijn. Al deze ledematen hebben hun eigen taak en bijdrage te leveren. Het lichaam zal zich maar goed voelen als elk lidmaat zijn eigen taak vervult. Hoe klein of bescheiden deze ook lijkt te zijn. Eenheid bestaat dus niet uit eenvormigheid, maar kan best samengaan met verscheidenheid. De kerk moet ruim zijn, zo ruim als de wereld. Er moet plaats zijn voor alle mensen en culturen.

 

2. De verscheidenheid moet gericht staan op eenheid en samenwerking. Augustinus gaf hier een gulden regel. We moeten streven naar eenheid in het wezenlijke, vrijheid in het overige en in alles de liefde.

 

Echte oecumene begint in ons dagelijks leven, ten opzichte van de mensen met wie we dagelijks samen leven. Daar moeten we aandacht hebben voor de verscheidenheid en streven naar eenheid in deze verscheidenheid. Moge onze eenheid met de Heer uitgroeien tot eenheid onder elkaar

 

De verschillende kerken zijn heel wat bescheidener geworden waar het gaat over de waarheid of de ware kerk. Men ziet de waarheid als een dynamische werkelijkheid, als een nooit voltooide opgave. Men kan de waarheid zomaar niet in pacht hebben. Zij is geen monopolie van een bepaalde kerkgemeenschap, ook niet van de R.K. kerk. Ook wij zijn nog niet de volmaakte kerk zonder vlek of rimpel. De ware kerk is de kerk zoals Christus ze gewild heeft. Tot deze kerk moeten wij ons allen bekeren vooral in gebed en evangelisch leven.

Hieruit volgt dat wij het werk van de hereniging niet moeten zien als het sluiten van een compromis, noch als een terugkeer tot de R.K.kerk maar wel als de vrucht van een innerlijke en uiterlijke bekering van alle christenen tot de waarheid die Christus is.

 

Zo is het ook vaak in ons dagelijks leven.

Als er tussen mensen onenigheid ontstaat dan is het vaak zo dat men in 't begin denkt: ik heb gelijk, de andere heeft ongelijk. Na een zekere tijd begint men in te zien dat ikzelf ook wel een beetje ongelijk heb en de andere een beetje gelijk.

Als zij op dat moment de bescheidenheid durven opbrengen om in te zien dat zij door hun ruzie een veel groter waarde van de familie-eenheid aan het verspelen zijn, dan zijn zij op weg om te groeien naar een diepere eenheid. Een houding van bescheidenheid is een spoor dat leidt tot eenheid.