3e zondag door het jaar C

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Pas op zijn dertigste treedt Jezus echt naar buiten met zijn meningen, zijn kijk op het leven en zijn kijk op God. Pas nadat het geloof in Hem thuis is uitgezaaid, en het in Hem gaandeweg gegroeid is, komt Hij naar buiten met zijn visie op geloof en godsdienst. Pas dan gaat Hij zeggen hoe mensen elkaar moeten dienen en God moeten eren. Na enige tijd in de stilte van de woestijn te hebben doorgebracht, komt Hij - gesterkt door de heilige Geest, zegt Lucas - terug in Galilea. Hij trad er op als rabbi in hun synagogen. Dat zijn geen erken, maar 'leerhuizen', waar de oude boeken van Mozes en de profeten werden gelezen, bestudeerd en uitgelegd.

Op een dag is Hij daar waar zijn wortels liggen, in Nazaret, en als gelovige jood gaat Hij ook daar op sabbat naar de synagoge. Ze reiken hem daar de boekrol aan, en Hij leest er een passage uit voor van Jesaja: 'De Geest des Heren rust op mij; Hij heeft mij gezalfd en gezonden om aan armen goed nieuws te brengen, en aan gevangenen vrijheid aan te kondigen; om blinden weer te doen zien, onderdrukten weer te doen opstaan; gezalfd en gezonden ben ik om een tijd van genade van de Heer af te kondigen'. Deze woorden, zegt Jezus, terwijl Hij de boekrol dichtdoet, gaan thans waar worden.

Wanneer een president of premier zijn ambtstermijn begint, legt hij of zij gewoonlijk een regeringsverklaring af. Daarin worden de grote lijnen van zijn plannen geschetst. De gelezen woorden van Jesaja, zegt Jezus, zijn mijn beginselprogram. Dus: armen, gevangenen, blinden, verdrukten helpen en voor hen een nieuwe tijd doen aanbreken.

Oorspronkelijk dachten zij die het hoorden en zich tot zijn volgelingen rekenden, oorspronkelijk dachten zijn leerlingen dat Jezus dat allemaal zou gaan doen. En toen Hij al een paar jaar later veel te vroeg de dood vond, dachten zijn leerlingen dat Hij wel spoedig zou terugkeren om die nieuwe tijd alsnog te laten aanbreken. Pas gaandeweg kwamen zijn volgelingen tot de ontdekking dat iedereen daaraan moest meewerken in zijn geest.

Samen vormen wij daarom - zo schrijft Paulus - het ene lichaam van Christus. En alle ledematen hebben daarin hun eigen plaats en taak. De één kan niet tot de ander zeggen: 'Dat doet hij of zij wel', of: 'Daar heb ik hem of haar niet bij nodig'. Nee, legt Paulus uit, we hebben elkaar in de geloofsgemeenschap allemaal nodig, en iedereen heeft zo zijn eigen kwaliteiten tot opbouw van het geheel.

Dat schrijft hij aan de eerste en nog jonge parochie van Korinte, een havenstad, en dus ook een kerk met allerlei soorten talen en culturen, allerlei mensen en meningen. Een veelkleurige kerk is het, waarin de joodse christenen toch denken een beetje meer te zijn, en sommigen denken geleerder te zijn dan de meeste anderen. En Paulus accepteert en respecteert die verscheidenheid: jullie zijn verschillende ledematen, die niet buiten elkaar kunnen. Alleen ben je niks, samen vorm je het ene lichaam van Christus.

En allemaal samen, hoe verschillend sommige mensen in de diverse parochies of kerken ook zijn, allemaal samen hebben we dezelfde taak: bezield door dezelfde Geest armen, gevangenen, blinden en verdrukten bijstaan, en voor iedereen een tijd van genade doen aanbreken. Dat beginselprogram van Hem, gelezen op die dag in Nazaret, moet onze blijvende zorg zijn.