Effeta,
Waarom laat een evangelist in zijn (Griekse) verhaal
opeens dit woord vallen in een andere taal?
Hij had tal van andere uitdrukkingen kunnen gebruiken
maar hij laat Jezus 'Effeta' zeggen, in het Aramees,
Jezus' eigen taal. Het moet een sleutelwoord zijn geweest
zoals 'Perestroika' rond de jaren 90 of Sjalom/ Salam in onze dagen.
'Effeta' betekent: 'Ga open'.
Dat is meer dan een woord dat toevallig gesproken is
tot een dove mens die ze bij Jezus brengen.
Er is een gevangenis, een gesloten cirkel
waar mensen niet uitkomen: en die moet open.
Barnard zegt over dit evangelie:
'Het is een verhaal van een teken
maar ook een tekenverhaal, teken-taal, beeldspraak.
Wij lezen erin een gelijkenis van Pasen voor de mensen,
een parabel van Adams genesis.
"Effeta", zuchtte onze Heer.
Er kwam opening in de gesloten kringloop.
Er drong een woord door het afwerende cordon van de feiten.
Het sleutelwoord van deze zondag, Effeta,
is niet alleen gesproken van mond tot mond,
van woord tot doofstomme,
van vleesgeworden Woord tot mensgeworden vlees.
De kerk heeft in dat Aramese woord, een van de weinige
die letterlijk overgeleverd zijn van onze Heer,
een roep gehoord die tot de hele mensheid,
ja tot heel de aarde uitgaat! ‘
En hij gaat diepzinnig verder:
‘Is niet het graf geopend
als een mondholte waarin het Woord verzwegen lag,
oefent Hij niet in dit gelijkenisteken zijn eigen opstanding.
En is niet het paasevangelie de eigen kiem van heel ons heil,
het sacrament van de menselijke toekomst? ‘
De prachtige woorden van Willem Barnard,
een oecumenische persoon bij uitstek, doen dit verhaal recht.
Het is een tekenverhaal.
Daarom wordt het zo uitgebreid beschreven.
Net of Jezus met deze genezing meer moeite heeft dan met andere.
Dat is ook zo, want het valt niet mee om door de doofheid van de mensheid heen te breken en een nieuw begin
met luisterende mensen te maken.
Is heel de menselijke geschiedenis niet een geschiedenis
van verstopte oren van de meesten en slechts enkele luisteraars?
Vlak voor dit verhaal vertelt Marcus
over een doorbraak van de bestaande orde.
Jezus trekt naar het land van Tyrus en Sidon.
Dat is een grensoverschrijdende actie.
We horen daar vertellen hoe hij
met een heidense vrouw ingesprek is haar kind geneest.
Daarna klinkt het Effeta-verhaal. En dat is gericht tot de joden zelf.
Ook hier wordt een schijnbaar niet te passeren grens overschreden
die van het niet willen horen van de gelovigen.
Gelovigen kijken vaak neer op niet gelovigen:
van hen valt niets te verwachten.
Dat kan nog wel eens meevallen!
Neen, veel hardnekkiger zijn de blokkades
waar God mee te maken heeft bij zijn eigen volk zogezegd.
De mensen die zeggen:
‘we kennen U wel, ja we zijn van Uw partij.'
Gelukkig voor ons brave gelovigen heeft God
altijd toch verwachtingen van de zijnen,
ook van ons van de kerken die later uit Israels stam ontsprongen.
Gelukkig legt God zich niet neer bij verblinding,
lamlendigheid en en verstoptheid
waar ook gelovige mensen last van hebben.
Hij breekt ons open: Hij geneest!
We lezen het bij de profeten:
‘De ogen van de blinde gaan open,
de oren van de dove gaan open,
de kreupele zal springen als een hert . . .'
Allemaal tekenen die in het Marcus-evangelie geschieden.
De genezing van de dove kost de meeste moeite.. zei ik.
Dat is niet verwonderlijk. De hele geschiedenis van God met de mensen is immers afhankelijk van het horen!
Horen wordt dan het werkelijk opengaan voor Gods roepstem
en dat is een groeiproces dat zijn tijd nodig heeft.
Het gaat er hem niet om een massale beweging
van enthousiastelingen die Halleulia roepen op de been te krijgen,
maar of er mensen zullen zijn die werkelijk kunnen horen...
en doen!!
Van het eerste hoofdstuk van het evangelie af is Jezus (volgens Marcus) op zoek naar mensen die werkelijk medewerkers willen zijn. Als je reageert en jouw oor open blijkt te zijn
kun je meedoen met de mensen die door te horen
zelf voor de God van Abraham, Izaäk en Jakob hebben gekozen
en zijn woorden gaan doen.
Net zoals de Schepper zucht en de levensadem in de mens blaast,
zo brengt de Mensenzoon hier leven in een afgesloten doods bestaan.
'Effeta' horen we vandaag, een letterlijk van de Heer overgeleverd woord om zuinig te bewaren
en over ons eigen bestaan te laten uitspreken.
De lezing met de kinderen was uit het eerste boek Samuël.
Een kind wordt daar geboren: een zoon aan zijn volk geschonken: Samuel.
Zijn naam betekent: GOD HOORT ONS WEL.
En als dat kind groot wordt zal het zelf ook willen horen.
Hij wordt een modelkind,
een voorbeeld van stugge trouw aan de tora.
Samuël is - in tegenstelling tot de zonen van Eli -
nog in staat de roepstem van de Enige te horen.
Hij was slapende waakzaam
om te doen wat hem te doen staat.
Hij zal David in Betlehem zalven,
het volk Israël rond de Wet verzamelen
opdat de goede hoorders klaar kunnen staan
voor de Messias: de zoon van David.
Aan de deurpost van een joods huis is een klein kokertje vastgenageld. Daarin zit een opgerold stukje perkament (papier),
beschreven met Hebreeuwse woorden.
Bij het naar binnen gaan raakt de bewoner het even aan,
als was het een kostbaar kleinood.
'Mezoeza' heet dat kleine ornament. Daarna kust hij zijn hand.
Dit gebaar is een antwoord.
Want de woorden die de mezoeza bewaart zijn tot hem gericht.
Het zijn de in de Deuteronomium genoemde woorden:
'Hoor Israël'.
Het zijn woorden uit de Tora,
waarmee de Eeuwige zich richt tot zijn volk:
'Hoor Israël, de Heer JHWH=de bevrijder) is jullie God!
Je zult HEM beminnen met geheel je hart,
met geheel je ziel, heel je verstand en heel je vermogen,
al uw krachten.'
Tijdens Jezus' opgang naar Jeruzalem,
in de laatste dagen voor zijn dood geeft Jezus antwoord
aan een schriftgeleerde die hem vroeg-
'Wat is het allereerste gebod?'
Matteüs vertelt dit gebeuren ook,
maar laat bij Jezus' antwoord de beginwoorden
van zijn antwoord weg. 'Hoor Israël, de Heer uw God is één.'
Daarmee ontkoppelt Matteüs Jezus meer
van zijn volk dan Marcus doet.
'Hoor Israël, de Heer uw God is één'.
Het is dat getuigenis dat op ons christenen
(op het eerste gehoor) niet zo'n indruk maakt
(omdat wij denken dat één betekent: niet twee of vier)
maar dat de jood tot tranen toe ontroert
omdat hij daarin zijn diepste geloofsemoties belijdt:
'Hij - die God van ons - is één, Hij is uniek!!'.
De consequenties zijn zondermeer schokkend.
Als je dat gehoord hebt zul je het aanschijn der aarde veranderen,
je zult de liefde doen: Gods Sjaloom naderbijbrengen
want 'je zult je naaste beminnen als jezelf (Lev. 19,18)'.
Zo zal Jezus later de Tora gaan verkondigen.
En er zullen schriftgeleerden zijn die verheugd zijn
over deze verkondiging:
'Juist, meester' horen we een van hen bij Marcus zeggen-
‘terecht hebt Gij gezegd: Hij is de Enige,
en er bestaat geen andere buiten Hem;
en Hem beminnen met heel zijn hart,
heel zijn verstand en heel zijn kracht
en de naaste beminnen als zichzelf ...
dat gaat boven alle brand- en slachtoffers'.
Door de laatste toevoeging
relativeert hij alle andere vormen van kerkelijke eredienst.
Het is fijn als het Muellerorgel in de oude Bavo zijn tonen laat horen
de koorzang in deze kerk zo prachtig klinkt
maar dat alles heeft alleen maar zin
als dat onze oren helpt richten op de God
die ons leven wil veranderen.
We horen Psalm 51 meeklinken:
'In brand- en slachtoffers schept Gij geen behagen o God,
als ik mijn hart gebroken en vernederd heb is dat mijn offer,
neem het aan (Ps.51, 18-19)'. De persoon zelf is in het geding!
Met de woorden Hoor Israel in het hart
moet een wetsgetrouwe jood het huis binnengaan.
Zo ook die mens van Nazareth.
'Hij ging op naar Jeruzalem'
zullen we over enkele weken weer horen.
Dan zullen de woorden van het Sjema Israël (Hoor Israël)
aan Hem op kracht worden beproefd.
Wie staande kan blijven voor God,
al gaat hij ook aan de mensen ten onder, dat is de ware Zoon.
Hij zal sterven aan die mensen, maar ook vóór die mensen,
want zijn Vader, de Eeuwige, kan niets anders zijn
dan een God van mensen. Ze dragen zijn beeld.
De boodschap die Marcus ons vandaag ook weer verkondigt is:
'De tijd is vervuld, het Koninkrijk is nabij gekomen'.
Dat is geen werkelijkheid die zich buiten jou om voltrekt
maar door jouw eigen antwoord,
jouw eigen nabijheid gerealiseerd wordt.
Laat zien dat je oren open zijn: handel.
Kies voor de armen en de weerlozen,
wees er voor de mensen die je nodig hebben.
"Hoor Israel de Heer uw God is uniek".
Wie voor deze God kiest,
zal aan Zijn eenheid met de verworpenen der aarde
niet voorbij kunnen gaan.
In een Pools dorpje in de 18e eeuw was grote opwinding.
De Rebbe met de goede naam, de Baälsjem Tov,
zou de gemeente bezoeken.
Een jonge moeder was van haar huis weggehold
en had haar kind achtergelaten.
Ze was naar de synagoge gegaan om niets
van de woorden van de grote Rebbe te missen.
De synagoge was vol: het was de avond voor de grote verzoendag. Maar vergeefs moest de gemeente wachten
op de rabbijn om het Kol Nidre in te zetten.
Men ging men hem zoeken en ...vond hem.
Hij was in een klein huis een kind aan het troosten.
Op weg naar de synagoge had hij een kind horen huilen
en was in een klein huisje naar binnen gegaan.
Toen het kind weer stil geworden was
had hij zijn weg vervolgd naar de wachtende gemeente.
‘Hoor Israël, de Heer uw God is één',
God en de mensen die pijn hebben
kunnen niet van elkaar worden losgerukt:
ze zullen altijd in één adem worden genoemd.
Gods oren zijn uitstekend:
Samuel betekende immers: God hoort ons wel.
God had het geschrei van zijn mensen gehoord in Egypte.
God hoort wel goed... nu de mensen nog.
Goed dat wij samen zijn deze zondag
mensen van verschillende kerken
vanuit onze ene doop samen tot verantwoordelijkheid geroepen.
Ja de lofzang mag klinken, God houdt daarvan,
maar die zal begeleid worden en ondersteunt
door de trouwe dienst aan onze naaste.
Altijd zijn wij hier ook samen met het Leger des Heils
dat die dienst aan de naaste
in zijn hoofdprogramma heeft.
En is de dienst vandaag niet veel mooier
dan alle andere diensten
omdat wij samen meer zijn dan alleen.
We beelden in onze veelvormigheid
en onze gezamenlijke actiebereidheid
uit dat wij willen horen en doen.
God sterke en zegene ons allen.
Effeta. Amen