Zusters en broeders
Vandaag hoorden we in de eerste lezing de mooie tekst uit de brief van Paulus aan de christenen van Korinthe. Een tekst die als gegoten lijkt voor de oecumenische bidweek voor de eenheid van de christenen.
Palus vergelijkt de christelijke gemeenschap met het menselijk lichaam. En hij zegt:
“Veronderstel dat de voet zegt: ‘omdat ik geen hand ben, behoor ik niet tot het lichaam’, behoort hij daarom niet tot het lichaam? En veronderstel dat het oor zegt: ‘Omdat ik geen oog ben, behoor ik niet tot het lichaam’, behoort het daarom niet tot het lichaam? Als het hele lichaam oog was, waar bleef dan het gehoor? Als het hele lichaam oor was, waar bleef dan de reuk? In werkelijkheid echter heeft God de ledematen en de organen elk afzonderlijk hun plaats in het lichaam aangewezen, zoals Hij het gewild heeft. In feite zijn er vele ledematen, maar slechts één lichaam. Het oog kan niet tot de hand zeggen ‘ik heb je niet nodig’. En evenmin kan het hoofd tot de voeten zeggen ‘Ik heb je niet nodig’. Welnu, gij zijt het lichaam van Christus en ieder van u is een lid van dit lichaam”
Deze tekst van Paulus is een zeer boeiende tekst, en voor zijn doen een zeer concrete tekst. Ieder heeft zijn plaats in de christelijke gemeenschap.
En blijkbaar was het nodig dat Paulus zijn tijdgenoten van Korinthe daar even aan herinnerde. Korinthe was een zeer drukke stad. Het was een havenstad waar reizigers en kooplieden van heel de wereld elkaar aantroffen. Alle gekende godsdiensten van die tijd waren er vertegenwoordigd en de jonge christelijke gemeenschap van toen bestond dan ook uit bekeerlingen van vele andere godsdiensten. De mensen van Korinthe hadden vele talenten. Paulus sprak in de lezing over apostelen, profeten, leraars, wonderkrachten, gaven van genezing, hulpbetoon, bestuur en velerlei aard. Er gebeurde veel in de christelijke gemeenschap. En waar mensen samenleven, botst het soms. Verschillende hoofden, verschillende opvattingen, dat is normaal. En waarschijnlijk ging het er in die gemeenschap van Korinthe soms wel luid aan toe.
Paulus vindt het belangrijk om eventjes de puntjes op de i te zetten.
Iedereen is er nodig. Je mag niemand verwaarlozen, iedereen hoort er bij. En men moet niet
proberen de taak van anderen over te nemen. Neen, ieder heeft zijn talent en kan
vanuit dit talent zijn of haar steentje bijdragen. Paulus vraagt zich luidop af:
Zijn soms allen apostelen? Allen profeten? Allen leraars? Allen wonderdoeners?
Neen dus. Maar samen vormen we wel het lichaam van Christus.
Deze woorden van Paulus kunnen ons aan het denken zetten. En we mogen ze
toepassen op onze wereld van vandaag. Zowel op de kleine wereld van onze
parochie als op de grotere wereld.
Even toepassen op onze parochies. In onze parochie hebben we ook velerlei talenten. God heeft zijn talenten kwistig uitgedeeld aan zijn mensen en gelukkig zijn er velen die hun talenten ook in dienst stellen van de parochie.
Er zijn de talenten die we hier in de kerk vaak aan het werk zien of horen; de lectoren, acolieten, koorleden. Ze zijn trouw op post, en dank daarvoor. Maar ook de mensen die meer achter de schermen werken, zij die regelmatig zorgen voor mooie bloemen of geregeld de kerk kuisen. Je moet het maar doen. De mensen van de kerkfabriek, die nauwkeurig de financiële aspecten van de kerk bijhouden en zorgen dat de bvb de rekening van de verwarming tijdig betaald worden, zodat we in het weekend geen last hebben van de koude; het is een inzet die minder in de kijker valt, maar daarom niet minder belangrijk is. Dank je wel.
En dan heb nog vele medewerkers, parochiale contactpersonen, leden van de parochieraad, mensen van de liturgische werkgroep, vormselcatechisten, medewerkers aan het parochieblad en het parochiesecretariaat, leden van ziekenzorg die regelmatig ziekenbezoek doen, mensen die de communie dragen bij zieke huis- of buurtgenoten en zoveel anderen die zich inzetten op de parochie. Ook daarvoor dank je wel.
Maar daarnaast heb je ook de trouwe kerkgangers die op het eerste zicht niets speciaal doen. Ook zij hebben hun plaats, meer nog, ook zij zijn onvervangbaar. Mensen die van buitenaf hier eens een weekendmis volgen, zeggen me soms: bij jullie wordt er nog gebeden, de mensen bidden mee. En die biddende sfeer ligt allereerst aan jullie, gewone misgangers die met ons meebidden. Ook jullie zijn onvervangbaar in onze kerkgemeenschap.
En niemand hoeft zich de meerdere of de mindere te voelen van de nadere. En van niemand moeten we verwachten dat ze alles doen, dat ze op alle domeinen uitblinken. Als ieder op zijn plaats zin of haar talenten gebruikt, dan zal de parochie goed draaien.
Zo mogen we ook denken aan de eenheid en verbondenheid onder de grotere christelijke kerken. Na eeuwen van ruzie en verwijten zijn we stilaan naar elkaar aan het toegroeien. En we hebben elk onze eigenheid. De orthodoxe oosterse kerken zijn zeer getalenteerd voor hun wondermooie liturgie, de protestantse kerken hebben een bijbelvastheid die we mogen bewonderen en zij kijken met waardering naar de daadkrachtige solidariteit van onze kerken. Ook hier zou Paulus goedkeurend knikken, zolang we maar niet vergeten dat we elkaar nodig hebben, en dat we samen wereldwijd één lichaam van Christus vormen.
Laten we ons dan ook inzetten voor een meer broederlijke en zusterlijke gemeenschap. We weten dat er al zeer veel gebeurt, en daar mogen we dankbaar voor zijn. Maar we beseffen dat er nog veel meer kan gebeuren, zowel in de parochie als in de grotere christelijke gemeenschap. En daar mogen we vandaag ook voor bidden. Amen.