Lachen en huilen (1998)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

DE GEHAAKTE BEDDENSPREI

In mijn kinderjaren werd er veel over de oorlog gepraat. We vonden dat vervelend. Waarschijnlijk hadden we er genoeg van meegekregen om te vermoeden dat het afschuwelijk onmenselijke tijden waren geweest. Een kinderlijke hang naar veiligheid gebood ons erover te zwijgen. Maar af en toe kwamen de verhalen toch, als er grotemensen-bezoek was of we in Venlo de stationsoverkapping zagen vol kogelgaten en de spookachtige schoorstenen of het gebombardeerde industrieterrein van de Mosa.
Ik herinner mij mijn verwarring toen mijn vader aan tafel een grap vertelde als een waar, in de oorlog gebeurd, verhaal. Een vrouw had wat extra melk nodig voor haar kinderen. Daarom besloot ze een gehaakt beddensprei uit te trekken. Voor een bolletje witte katoen kreeg ze van de melkboer wat extra melk. Dat ging vele weken goed, totdat de sprei op was. Toen wendde de melkboer zich tot de vrouw: "Ach., mevrouw, hebt u niet nog wat wit garen voor me? Weet u, mijn vrouw is er een sprei van aan het haken, en ze komt een bolletje tekort! Lachen deden we niet. Oorlog en armoede openden een wereld van liefdeloosheid waarin een kind niet wonen wil. Je kon er eerder om huilen. Voor de groten lag dat anders. Zij hadden veel gehuild en ze hadden veel te verwerken. Lachen en huilen liggen dicht bij elkaar en misschien kun je huilen met lachen verwerken.
Ik begreep niet wat er te lachen viel om oorlog en voedselschaarste, maar wie de nood had meegemaakt wist het al te goed.

HUILEN OM DE WET

Na de herbouw van de tempel is het volk bijeen gestroomd. Logisch, een tempel het levenswerk van enkele generaties. Ik stel me voor dat het voor de mensen zo belangrijk was als de delta-werken in Zeeland. Dit huis van God zou voor nieuwe voorspoed en vrede zorgen. Priesters, levieten en andere uitleggers van de godsdienst beleven topdagen. Er is vraag naar hun kunsten. Ze doen hun best om alle wetten van Mozes te declameren en uit te leggen. Hun toehoorders beginnen te huilen, staat er dan. Ze zijn ontroerd omdat ze in alle voorschriften de nabijheid van een beschermende godheid ervaren; een nabijheid die ze de afgelopen jaren zo pijnlijk hadden ontbeerd. Het ellendige verleden van oorlog en rampspoed ligt achter hen. Ze zijn ontroerd.

TALEN VAN OVERGAVE

Nehemia grijpt dat aan en zegt: jullie moeten niet huilen, je moet vrolijk zijn, je moet feest vieren, je moet lachen. Net zo makkelijk, want lachen en huilen zijn allebei talen van sprakeloosheid en overgave. Ieder van ons heeft dikwijls ervaren dat lachen en huilen soms hetzelfde zeggen.
Onuitwisbaar bewaart iedereen wel ontroerende herinneringen aan een ziekbed waar alle machteloosheid en solidariteit gestalte kregen in een hartelijke lach om een grap, waarschijnlijk door de zieke zelf gemaakt met de nodige zelfspot.
Zoals nabestaanden vertelden over vader, oud en sterk, die in het ziekenhuis lag aangesloten aan tientallen slangetjes en draadjes. Een zuster was gekomen om allerlei aansluitingen te controleren en terwijl ze boven zijn hoofd bezig was vroeg de ernstig zieke "Zeet g'r mich an 't zeuke?" ("Bent u mij aan het zoeken?")

LACHEN AAN HET GRAF

Ik heb een foto waarop ik bij het graf van mijn vader sta. Ik bijt zowat de wijsvinger van mijn rechterhand af om een lachaanval te verbergen. De begrafenisondernemer, tevens koster, organist en winkelier - er viel geen droge korst brood te verdienen als koster - had namelijk het woord gevoerd aan de groeve en meegedeeld dat de familie Brouwers één kop koffie ter beschikking stelde aan de verst-gekomene. Op dat moment zag ik helder en troostend het geamuseerde gezicht van mijn vader en zijn trillende linkerwenkbrauw als hij weer eens een schitterend verhaal over diezelfde koster had. Lachen en huilen liggen vlak bij elkaar.
Zo stonden de Israëlieten te huilen bij de voorlezing van de wet en ze besloten er een blijvend feest van te maken. De "vreugde om de wet", "Simchàth Torah", wordt op de extra negende dag van het Loofhuttenfeest, in het najaar door orthodoxe joden ook nu nog gevierd. De boekrol wordt in processie door de synagoge gedra gen met de gelovigen dansend er achteraan, soms tot extase toe. De kinderen krijgen allerlei zoetigheden cadeau en de lectoren worden bijzonder gevierd.

EVANGELIE OM TE LACHEN EN TE HUILEN

Het aanstekelijke in het verhaal over de voorlezing van de wet is natuurlijk de emoties die de verkondiging bij het volk teweeg brengt. Er wordt gepreekt en ze huilen en lachen. Jezus preekt en er wordt enthousiast geklapt. Wie verder leest ziet hoe de toejuichingen omslaan in boosheid en agressie. Maar de mensen blijven niet onverschillig. Tegenwoordig wordt zoveel evangelie verteld aan dovemansoren.
We moeten dat onze toehoorders niet verwijten. We moeten misschien zelf weer leren lachen en huilen en geëngageerd zijn in de verhalen die we over Jezus doorgeven. Ik kun u overigens verzekeren dat het gemakkelijker is om toehoorders te laten lachen dan om ze te laten huilen, maar dat ligt misschien ook aan de opvoeding in deze eeuw.

GOED NIEUWS EN SLECHT NIEUWS VAN MONIQUE

Lieve kinderen Monique stapte recht op Kevin af, hield haar handen stijf achter haar rug en zei met pretoogjes en zeer beslist: "Ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws." Toen ze Kevins aandacht had ging ze verder. "Ik heb een reis naar Euro Disney gewonnen". "Dat is inderdaad goed nieuws" zei Kevin jaloers. "Ja maar ik durf niet in een vliegtuig", zei Monique. "Dat is slecht nieuws", zei Kevin aarzelend. "Dus wilde ik jou eigenlijk vragen". "Dat is goed nieuws", zei Kevin. "Maar mijn moeder wil dat ik mijn neefje Wim laat gaan." "Dat is slecht nieuws", zei Kevin. "Maar Wim is erg ziek" ging Moniques verder. "Dat is goed nieuws" zei Kevin. Kevin werd een beetje duizelig van al dat goede en slechte nieuws, dat hopen en vrezen, dat lachen en huilen. Maar een maand later in Eurodisney voelde hij zich nog veel duizeliger. Er is altijd iets te lachen en te huilen, en vaak allebei tegelijk! Zo moesten de mensen 25 eeuwen geleden lachen en huilen tegelijk toen ze ontdekten dat God bij hen zou blijven als ze zich aan de tien geboden hielden.