Godsvertrouwen voert tot eenheid

Beste vrienden,

„Ergens in een grote stad gaf een koorddanser zijn kunsten op grote hoogte ten beste. Aan het einde van de voorstelling kwam de hoofdattractie, de man duwde een kruiwagen over de heen en weer bewegende kabel naar de overkant. Toen hij de andere kant had bereikt kreeg hij van de begeesterde toeschouwers een stevig applaus. Toen vroeg hij hen of ze hem in staat achtten om die kruiwagen ook weer terug te duwen. Het applaus wird nog veel  luider. Toen vroeg de kunstenaar aan een man die vlak onder de mast stond: „En U, acht u mij daar ook toe in staat?“ De man antwoordde enthousiast: „natuurlijk kan u dat!“ „Wel dan“, zei de kunstenaar, „komt u maar naar boven en gaat u in de kruiwagen zitten. Ik zal u naar de overkant duwen.“ Toen werd die toeschouwer helemaal bleek om zijn neus. Zo had hij het eigenlijk toch niet bedoeld!    

Wat zou u het liefste doen? Vanop veilige afstand applaudisserend genieten van de acrobatie, of op de uitnodiging ingaan en aan het spektakel meewerken? Zou u liever in uw zetel achteruit leunen en van de voorstelling genieten of toegeven aan de verlokking van het buitengewone om zelf een deel van het hele gebeuren te zijn?   

Toegegeven: Het risico, het artistieke en de acrobatie hebben een grote aantrekkingskracht. Alleen zo kan ik verklaren waarom bungee-jumpers, paragliders, façadeklimmers en andere beoefenaars van extreme sportdisciplines zo’n groot succes kennen. Alhoewel, wanneer we het van dichterbij bekijken, dan zien we dat al die overlevingskunstenaars hun risico’s nauwkeurig berekenen en dat ze dat risico, God zij dank, met hulp van technische controle-instanties en de nodige veiligheidsmechanismen, ook zo laag mogelijk houden.

Voor die toeschouwer uit ons verhaal is het echter veel moeilijker om te beslissen. Er was daar geen sprake van dubbele bodems, van een vangnet of van andere veiligheidsmaatregelen. Maar daar gaat ons verhaal ook helemaal niet over. Hier was maar één zaak van belang: „Vertrouw ik die koorddanser? Kan ik erop vertrouwen dat hij me in die kruiwagen veilig naar de overkant brengt? Kan ik op zijn uitnodiging ingaan, omdat ik volledig op hem kan vertrouwen? Vertrouwen schenken aan iemand anders is altijd een gewaagde onderneming. Want de grootste uitdaging voor ons, mensen, is toch niet of we het ene of het andere al dan niet zouden doen, maar ze luidt veeleer: vertrouw ik die andere? Kan ik ingaan op datgene wat die anderen me zeggen? Is het wel de moeite waard om het risico van een relatie aan te gaan, die me misschien ook zal veranderen, die me misschien volledig in beslag zal nemen, die mijn oude gewoonten in vraag zal stellen? En wat voor gewone menselijke relaties al zo avontuurlijk is, dat geldt in nog veel grotere mate toch ook voor onze relatie met God. Wat zal er niet allemaal veranderen in mijn leven wanneer ik „Ja en Amen “zeg tegen God? 

Kan ik hem vertrouwen? Kan ik mij volledig toevertrouwen aan Hem en aan zijn woord?

De schriftlezingen van vandaag zeggen hier duidelijk „Ja“op! In het evangelie lezen we bij het begin van Jezus’ openbaar leven: „De Geest van de Heer rust op mij, daartoe heeft Hij me gezalfd. Om aan armen de goede boodschap te brengen, aan blinden het licht in hun ogen, en de verdrukten de vrijheid.” En tot bekroning van dat alles wordt ook nog gezegd dat dat niet allemaal zal gebeuren op sint juttemis, dat het niet allemaal maar mooie toekomstmuziek is, neen, dat gebeurt vandaag „“Vandaag is het Schriftwoord dat u gehoord hebt in vervulling gegaan! “

In tegenstelling tot ons, die steeds vasthangen aan het verleden en hopen op de toekomst; die toch zo dikwijls leven tussen de vergissingen van gisteren en eergisteren en die ons zorgen maken over wat zal komen, is Jezus een spontane mens die in het heden leeft.

Vandaag is voor Hem de beslissende dag en daarom ook de dag van het heil. Daarom roept hij zijn leerlingen weg van hun haard, van hun veld en van hun vissersboot – en dat zonder verder dralen!

Daarom handelt Hij ook onmiddellijk wanneer bij de bruiloft de wijn op is, wanneer een blinde hem vraagt om te zien of wanneer een lamme zich terug vrij wil bewegen; hij handelt wanneer de dove terug aan het leven wil deelnemen en de melaatse hem smeekt om een huid waarmee hij terug onder de mensen kan komen.

En daarom geneest hij ook, alhoewel het verboden is en door zijn tegenstanders kritisch wordt bekeken, op de Sabbat. „Vandaag moet je doen wat vandaag gedaan kan worden“ is zijn motto. Door die ingesteldheid zegt hij in zijn „openingstoespraak“ in de bescheiden synagoge van Kafarnaum ook: „Vandaag heeft het woord van de profeet Jesaja zich vervuld.“ Voor iedereen was het nu duidelijk: Het rijk Gods is nu aangebroken! Door deze mens, en door datgene wat hij zegt, kan de wereld uit haar hengsels worden getild, wanneer wij mensen ons willen bewegen. Morgen kan het al te laat zijn.  

Het rijk Gods begint vandaag en niet morgen; dat werd de rode draad in jezus‘ verkondiging, zowel in woord als in daad. Dat toont ons het grote vertrouwen dat Hij in God stelde. Hij heeft het aangedurfd om God helemaal, en in alles, te vertrouwen. Dat blijft voor Hem natuurlijk niet zonder gevolgen; In zijn eigen stad wordt Hij, omwille van die boodschap, en omwille van dat vertrouwen, helemaal niet ernstig genomen en in Jeruzalem, de religieuze centrale, wordt Hij ter dood veroordeeld en terechtgesteld. 

Critici kunnen nu natuurlijk zeggen: Wat heeft zijn vertrouwen Hem uiteindelijk opgebracht? En toch geloof ik dat Jezus niet anders had kunnen handelen. Zijn verrijzenis is voor mij uiteindelijk niets anders dan de bevestiging door God van alles wat Jezus heeft gezegd en gedaan.  

Maar die boodschap, die Jezus in de kleine synagoge van Kafarnaum, uit het boek van Jesaja heeft voorgelezen, wat kan die boodschap voor ons vandaag betekenen? En dan begin ik te dromen:

Ik droom ervan dat wij die blijde boodschap, in Jezus naam, naar de mensen zouden uitdragen; de boodschap dat ook hun leven perspectief heeft omdat ze niet meer onder de last van hun schuld moeten leven.

Ik droom van mensen die, eindelijk, niet meer uitgebuit worden, maar die rechtop kunnen leven en een rechtvaardig loon krijgen.

Ik droom dat mensen, zowel autochtonen als allochtonen, jong of oud, hier of in hun thuislanden, een toekomst mogen hebben. Een toekomst die ze met eigen arbeid en eigen inkomen kunnen uitbouwen.

Ik droom ervan dat jonge gezinnen de nodige steun krijgen om hun kinderen goed te kunnen opvoeden en dat wij als maatschappij, de krijtlijnen zo veranderen, dat jonge mensen ook weer met overtuiging ouders willen worden. 

Ik droom ervan dat mensen, die gevangen zijn in hun gedachten, die slechts een lijn, een enkele weg kennen, zouden ontdekken dat er nog veel andere wegen zijn om je geloof te leven.

Ik droom ervan dat wij, als christenen van verschillende richtingen, elkaar gastvrijheid en deelname aan de maaltijd kunnen aanbieden. Op die manier kunnen we meer en meer tot eenheid komen. 

Ik droom ervan dat alle christelijke kerken en geloofsgemeenschappen erin zouden slagen om steeds meer vanuit de geest van Jezus, vanuit die geest van liefde en verzoening te leven. Dat ze steeds weer de dialoog met elkaar aangaan. Geen van ons is als christen een modelmens – zeker niet. Maar we moeten proberen om elkaar vast te houden en te steunen; elkaar te dragen en te verdragen. We mogen niet persé vasthouden aan een diep verdeeld verleden, we mogen zeker hopen op een hopelijk vereend morgen maar leven en aan die eenheid werken moeten we vooral vandaag. Daartoe vertrouwen we op Gods oneindige barmhartigheid en liefde, vandaag en niet pas morgen!

Dat is wat ik droom, maar ik weet ook dat ik in mijn leven van alledag het nodige moet doen opdat mijn droom, en Gods woord, waar kunnen worden, en wel nog vandaag!   Amen.