Doe de kruiken vol (Joh. 2,7)

 

 Wijnkenners hebben Bijbelse adelbrieven. Volgens de Bijbel was Noach de eerste om een wijngaard aan te planten (Gen. 9, 20). Zowel het eerste als het tweede testament prijzen de wijn. Goede wijn verblijdt immers het hart van de mens (ps. 104, 15). De bezoekers van de dorpskerkjes in Kana zien zowel in het katholieke als het orthodoxe kerkgebouw oude wijnkruiken. Of deze van het bruiloftsfeest komen, is sterk te betwijfelen.

De wijn van vreugde

Jezus wist wijn te waarderen. In tegenstelling met Johannes de doper, die geen wijn dronk, heeft Jezus dit wel gedaan (Lc., 7, 33-34). De avond voor zijn lijden heeft hij het dankgebed uitgesproken over de beker met wijn. Hij heeft toen gezegd: “dit is mijn bloed”. Hij heeft er deze woorden aan toegevoegd: “Ik zal niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok, tot de dag waarop ik met jullie de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader” (Mt., 26, 27). Zo plantte hij meteen de wijnstok tot in de hemel, waar hij voor altijd het bruiloftslied laat klinken.

In onze gewesten is wijn een feestdrank. Wij weten dat wij er best met mate van drinken. In het Gallo-Romeins museum in Tongeren liggen in een kast dikke scherven, afkomstig van wijnamforen met bijpassend dekseltjes. En daarnaast 35 drinkschaaltjes. Al deze voorwerpen hebben te maken met het drinken van wijn. Het zijn restanten van een nachtelijke drinkgelag dat uit de hand is gelopen. De geromaniseerde grootgrondbezitter toonde zijn prestige door het schenken van zuiderse kwaliteitswijn.

De grote hoeveelheid wijn op de bruiloft van Kana heeft niet alleen de tegenspeler van pastoor Munte in de Heren van Zichem verrast. Sint Hieronymus (347-420) snoerde de spotters de mond met zijn uitspraak “Er was zoveel wijn dat wij er nu nog van drinken.” Sint Augustinus gaf commentaar bij het evangelie van sint Jan. Hij zette daarin de goede toon om het wijnwonder te verstaan. Voor hem is de goede wijn op de bruiloft van Kana de wijn die Jezus tot op vandaag schenkt. Het evangelie van Jezus, dat is de goede, ja zelfs de beste wijn.

Jezus is de beste wijn

De kruiken waren met water gevuld. Geen kwaad woord over water, want water is goed. Wij zijn heel dankbaar om de beker koud water, aangeboden in Jezus ’naam (Mc., 9, 41). Na een overdadige maaltijd en bij een zware maag kan een glas water zo heerlijk smaken.

Toch is water smaakloos. Er is een verschil tussen water en wijn en er is zeker een groot verschil tussen wijn van mindere en deze van goede kwaliteit. Op een kransje kwam heel goede wijn naar boven. Een pastoor genoot er van. Hij bekeek de fonkelende kleuren in het glas, nipte aan zijn glas en zei toen: “Ja, nu ben ik zeker, God bestaat”. De goede dingen waren hem een bewijs van Gods bestaan. Een godsbewijs uit de tijd van het rijke Roomse leven! Maar het stond toch niet zo ver af van de overtuiging van Johannes en van de kring, waar het vierde evangelie is geschreven. Jezus is de goede wijn. Het gebeuren in Kana is daar gezien als een van de tekenen die verwijzen naar de “heerlijkheid” van Jezus.

Voor Johannes en voor zijn gemeente is er niet de minste twijfel dat Jezus de volle openbaring is. Wanneer de leerlingen in Jezus geloofden dan is dit zowel omdat het toenmalige religieuze aanbod hen niet bevredigde, maar ook omdat zij in Jezus de vervulling en voltooiing zagen van wat God als Heer van het Verbond doorheen het eerste testament reeds voor zijn volk had gedaan.

De eerste wijn die de bruiloftsgasten dronken was deze van het eerste testament. De Wet gaf er smaak aan. Het is de tijd van de wetsgetrouwheid en van het verlangen naar God, onder meer uitgedrukt in de psalmen. In de Bergrede appelleert Jezus aan de vijf vuistregels uit de eerste fase van de Openbaringsgeschiedenis. Jezus, schaft niet af, maar vervult. “U hebt gehoord dat tot de ouden gezegd is, maar Ik zeg jullie” (Mt., 5,21-48).

De fase van het water is de tussenfase. Ze bevond zich tussen het eerste en het tweede Testament. De smaak was er toen uit. Israël kende geen profeten meer. Het formalisme kreeg de bovenhand. Toch was het verlangen naar de komst van God niet gedoofd. “De armen in den lande” leefden in een intense Messiaanse verwachting. Zij stonden ontvankelijk voor die profeet uit Nazareth, voor die man, die sprak met gezag.

Met Jezus komt de nieuwe wijn en het nieuwe gewaad (Mt., 9,17). De Jezusbeweging brengt een nieuwe levensinspiratie en levensstijl op gang. De jonge gemeente was overtuigd dat zij de Messias gevonden had en dat Hij leven in volheid bracht. Zij heeft allerhande titels voor hem gebruikt om dit uit te drukken.

Een examinator die een groep studenten ondervraagt, kan betrekkelijk tevreden zijn met de kwaliteit van de antwoorden, tot wanneer er een student komt die echt flink en correct antwoordt. Dan zie je ineens hoe middelmatig de
vorige waren. Ik kan in veel dingen voldoening vinden en toch aanvoelen dat zij mij niet ten volle bevredigen. Ik blijf met honger leven tot wanneer ik inzie waar de goede weg is en deze dan durf opgaan. Dan ervaar ik wat me echt deugd doet en troost. Zo verging het Ignatius van Loyola. Een schot in Pamplona dwong hem tot een lange herstelperiode, waarin hij veel las uit de hem toen beschikbare lectuur. Dit waren verhalen over heldendaden van ridders en verhalen van heiligenlevens. Hij ontdekte geleidelijk dat de tweede soort verhalen hem meer deugd deed dan de eerste. Hij heeft zich toen afgekeerd van zijn vorig leven en zich toegewend tot de navolging van Jezus. De meest bekende bekeerling uit de geschiedenis is de apostel Paulus. Hij was een trouwe volgeling van de Wet, maar hij ontdekte de vrijheid die Jezus hem schonk. Sindsdien benadrukte hij heel sterk de nieuwe schepping in Christus. “Wie in Christus is, is een nieuwe schepping: het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen” (2 Kor, 5,17).

Waar zijn de wijnkenners?

Wij vinden vandaag naast Franse en Italiaanse wijnen andere wijnen, afkomstig, uit Australië, Zuid-Afrika, Californië en zoveel andere plaatsen. Zo er is nog een veel ruimer aanbod op de religieuze markt. Wij geloven binnen een pluralistische context. Daardoor vermindert geenszins die waarde van mijn overtuiging en de kracht van het geloof in Christus. Hoe breng ik echter het verhaal van het geloof? Beschouw ik het als een gesloten, een dominant of als een open verhaal? Hoe blijf ik trouw aan mijn overtuiging dat Jezus voor mij het volle leven is, zonder daardoor de persoon naast mij met een andere overtuiging te kleineren of deze gering te schatten?

De beste wijn, wie zorgt er voor?

Het doopsel in Christus verbindt de christenen met elkaar en het verbindt hen vooral met Christus. Kerken en christelijke gemeenschappen buiten de katholieke kerk bezitten uiterste belangrijke elementen voor het christelijk leven zoals het geschreven woord van God, het leven van de genade, hoop en liefde en andere innerlijke gaven van de Heilige Geest (Decreet van het tweede Vaticaans concilie over de katholieke deelneming aan de Oecumenische beweging, n° 3).

Wij zijn bewaarders van de goede wijn, die Jezus is. Hebben wij deze echter niet te veel versneden of voor ons alleen gehouden? Zien wij de medechristenen die deze wijn op hun wijze in hun gemeenschappen en kerken hebben bewaard? Waarderen wij hen en werken wij met hen samen voor gebed en in solidariteitsacties? Wij drinken immers uit dezelfde wijnpers.

Wij kunnen zes kruiken voor het altaar plaatsen. Met wat gaan we zo vullen? Met het water van onze zorgen, onze ontgoocheling? Met onze verlangen naar overeenkomst en vrede? Met onze wensen naar barmhartigheid en onze bereidheid tot geestelijke en lichamelijke werken van barmhartigheid?

Bij het begin van de internationale bidweek kunnen we ze vullen met Christuswijn, die naar gelang de confessie een eigen smaak heeft. We stellen de kruiken voor het altaar omdat bij de Heer de bron ontspringt van vreugde, Hij de bruidegom van zijn kerk. Wij zijn allen dienaars, die onze medechristenen de goede Christuswijn mogen laten proeven.

De tafelmeester proefde van het water dat in wijn was veranderd. Hij riep daarop de bruidegom opdat deze de goede wijn aan allen zou schenken. Al proevend krijgen wij de smaak voor het goede. De Kerk mikt op wijn van heel hoge kwaliteit. Zij wijst naar de heiligen om aan te tonen wat Christus in mensen tot stand brengt. In het derde millennium heeft de Kerk nood aan heiligen, gelaafd met de goede wijn van Christus.

The proof of the pudding is the eating. “Kom en zie”, zei Jezus tot zijn eerste volgelingen. Johannes en Andreas zijn daarop meegegaan. Zij hebben hem gevolgd. Zij zijn samen met Jezus opgetrokken naar de bruiloft in Kana. Zij hebben van de nieuwe wijn geproefd en ze hebben nadien nog een lange weg afgelegd om Jezus te ontmoeten en te begrijpen.

“Wie echt het christelijk verhaal wil leren kennen, zal het dienen te smaken. Slechts wie concreet in de navolging stapt, kan leren te geloven dat God liefde is, dat in Jezus ons genade geschonken wordt. Het christendom is niet restloos uitlegbaar, communiceerbaar, transparant te maken” (L. Boeve, op. cit, p. 142).

Wat in Kana is gebeurd, dat heeft Johannes in zijn evangelie opgenomen om te getuigen over Jezus. In het “ten uitgeleide” van zijn boek Onderbroken traditie schrijft de Leuvense hoogleraar Lieven Boeve het volgende: “Christenen zullen, vanuit de ervaren rijkdom van hun geloof, zich blijven geroepen voelen hun geloof door te geven en zij weten zich geplaatst binnen een missionair engagement, juist omdat hun opgenomen zijn in de dynamiek van de geloofsrelatie en -gemeenschap hen vervult. Wanneer een gelovige, in respect voor het arcanum, over zijn of haar geloof spreekt, dan heeft dit spreken in de actuele context altijd iets van getuigenis. Mensen die levensbeschouwelijk anders georiënteerd zijn, zijn het wel niet eens met wat er gezegd wordt, maar de authenticiteit die er mogelijk uit spreekt, kan wel beklijven” (Ibid, p. 143).

En wie spitst niet de oren als het gaat over goede wijn en wie wil er niet bij zijn als er feest wordt gevierd?