Evangelieprikje 2016 (het laatste!)

Koningen, koninginnen, prinsen en prinsessen ... het blijft nog altijd tot de verbeelding spreken. Er zijn dan ook heel wat sprookjes die deze mensen opvoeren. De echte koningen en koninginnen van deze wereld zijn al iets minder sprookjesachtig. In onze tijd gaat het vaak om mensen die een louter protocollaire rol hebben, maar die in realiteit niks te zeggen hebben. De meesten van ons vinden het ook niet erg dat de periode van alleenheersers heeft plaats gemaakt voor een democratisch verkozen bestuur. Dat was in Jezus’tijd natuurlijk nog anders. De koning was niet alleen de leider van het volk, hij was ook de legeraanvoerder en opperrechter bijvoorbeeld. Maar bovenal was de koning iemand die gezalfd was en in wie Gods geest duidelijk werkbaar was. Lange tijd wilden de joden geen koning, omdat ze vonden dat alleen God de naam koning waardig was. Als dan onder druk van het volk toch een koning wordt aangesteld zal dat gebeuren door een profeet en zal hij vooral moeten doen wat God zou doen.

Tijdens Jezus’openbaar leven is er bij veel mensen de idee gegroeid dat Jezus wel eens die koning zou kunnen zijn die hen terug kon leiden en die dus de zoveelste bezetter op rij – op dat moment de Romeinen – eindelijk zou buiten kuisen. Hoe komen mensen daar bij? Jezus heeft toch nooit gevochten, geen enkele veldtocht geleid? Men komt daarbij omdat men merkt dat God zeer werkzaam is in Jezus. Maar het is net omdat Gods Geest zo werkzaam is in Jezus dat Hij nooit de koning kan worden waar de meeste joden van dromen. Hij is niet in de wereld gekomen om te oordelen en te veroordelen, niet om het zwaard op te nemen maar om te getuigen van Gods liefde voor de mens, om aan alle mensen te laten weten dat God hen graag ziet. In die zin heeft Jezus een leven geleefd dat vol.edig ten dienste staat van de mens. Volgens onze traditie gaat Hij daar in zo ver dat Hij al onze menselijke zwakheden op zich wil nemen, zich wil opofferen als een universele zondebok.

En zo komt het dat we vandaag op het feest van Christus Koning geen tekst lezen over Jezus op een troon, of aan het hoofd van de troepen tijdens een veldtocht, zelfs niet over Jezus als opperrechter. In plaats daarvan biedt de liturgie ons een tekst aan van een gekruisigde Jezus. Zelfs aan dat kruis is er geen sprake van enige eerbied voor die onschuldige man, integendeel, Hij wordt bespot als een machteloze koning van de joden, een koning die anderen kan redden maar niet in staat is zichzelf te redden. Maar zelfs in die moeilijke omstandigheden verhaalt het evangelie ons over de grootsheid van deze koning. Hij verweert zich niet, zelfs niet als een van de andere misdadigers die met Hem gekruisigd worden ook met Hem begint te spotten. Jezus heeft niet alleen opgeroepen om geweld nooit te beantwoorden met geweld, hier past Hij het ook toe. De mensen die Hem bespotten, Hij heeft er blijkbaar ook niks meer aan te zeggen, zij luisteren toch niet. Maar aan die andere misdadiger die gekruisgid wordt, heeft Hij wel nog iets te zeggen: hij zal met Hem zijn in het paradijs. Ook al al spreekt die man enkel op het einde van zijn leven een schuldbekentenis uit en spreekt hij op een onhandige manier zijn geloof tegenover Jezus uit, voor Hem is dat voldoende.

Zusters en broeders, misschien zal het ook ons wel eens ovekomen dat we in een moeilijke periode terecht komen. En misschien zullen er dan ook mensen zijn die zeggen en/of denken: zie ze daar, een gans leven hebben ze gebeden, hebben ze zich ingezet voor anderen, hebben ze verteld over God, maar je ziet het: als puntje bij paaltje komt, geeft God niet thuis! Hoe gaan wij ons dan gedragen? Gaan we Jezus en God ook verwijten dat ze ons niet redden uit die penibele situatie of gaan we net op dat moment ons geloof in een gekruisigde en verrezen God weer uitspreken? Op dat moment zal het echt duidelijk worden of we Jezus als Koning zien of niet. Durven wij ons toevertrouwen aan een God die liefde is en dus per definitie niet strijdvaardig is, onze vrije wil resepecteert enz ...? Enkele recente gebeurtenissen – de Brexit en de Amerikaanse verkiezingen – kunnen ons de indruk geven dat mensen steeds meer kiezen voor een hardere aanpak, voor minder solidariteit. Ik denk dat het wat ingewikkelder is, maar toch moeten we erkennen dat die God van liefde toen en nu en wellicht ook niet in de toekomst voor veel mensen geen optie is. Voor mensen die geld of bezit of macht als Koning in hun leven hebben gekroond, blijft die God van de liefde belachelijk, iets voor naïevelingen. Dat moeten we aanvaarden, daar moeten we leren mee leven. Jezus tot Koning kronen – tot Gods gezalfde kronen – betekent dat we kiezen voor de moeilijke weg van de liefde, van mensen verenigen, van mensen nieuwe kansen te geven zelfs als ze dat in onze ogen niet verdienen, ... Het betekent dat we blijven geloven in de kracht van de Liefde die we stamelend God noemen, zelfs als die liefde pijn doet of ons in penibele situaties brengt. Want ook dan zal onze Koning zeggen: eens ben jij bij mij in het paradijs.