Tijd door het jaar (C)

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom. Wij vieren vandaag een koningsfeest. Nu zijn er van die koningen, staatshoofden, waarvan je denkt "Waren we ze maar kwijt". Gelukkig hebben wij geen dictators in het Westen, maar er zijn wel mensen van wie wij denken: Moeten zij niet het goede voorbeeld geven!?

Er zijn ook koningen, die niet alleen zeer geliefd zijn, maar die ook een goede en rotsvaste overtuiging hebben. Mensen, die in belangrijke kwesties tegen een regering durven ingaan en opkomen voor het werkelijke heil van de mensen. De Belgische koning Boudewijn was zo iemand.

Vandaag vieren wij een koning, die zó rotsvast was in zijn overtuiging, dat Hij voor die mening wilde sterven. Eigenlijk stierf Hij allereerst in Naam van de gehoorzaamheid. Gehoorzaamheid aan zijn hemelse Vader. En op de tweede plaats stierf Hij voor de mensen. Zijn dood bracht ons het leven.

Een werkelijk vorst is Hij, die zichzelf verarmt om de ander te verrijken.

Proberen wij goede onderdanen te zijn van deze Christus, Koning van het Heelal. Zijn wij er voor de ander.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Almachtige eeuwige God, Gij hebt uw welbeminde Zoon tot Heer verheven, tot Koning van alles wat bestaat. Voor onze vrijheid heeft Hij het uiterste doorstaan en zo een nieuwe toekomst mogelijk gemaakt. Wij vragen U, dat ons werken voor het dagelijks brood een hulde wordt aan U, een eredienst, totdat Hij wederkomt, Jezus Christus, uw Zoon. Die met U leeft en heerst ... . Amen.

PREEK

Misschien heeft u het weleens meegemaakt. Je gaat met lood in de schoenen naar iemand toe, die ongeneeslijk ziek is. Je vindt dat je er heen moet - vrienden immers in goede èn in slechte dagen - maar je ziet er tegenop, want wat moet je zeggen? Je zou zo iemand willen helpen. Maar je kunt de zieke niet genezen. Je kunt de pijn niet een beetje wegnemen. Maar eenmaal binnen vangt de zieke jou op in plaats van omgekeerd. Hij stelt je op je gemak, praat open over de situatie, en is ook vol belangstelling voor jouw wel en wee. En als je eenmaal weer buiten staat, dan denk je: Wie heeft nu wie opgebeurd? Het is de wereld op z'n kop. Degene, die zwak leek, was juist erg sterk.

Zo zijn er meer voorbeelden te vinden dat het zwakke het sterke beschaamt. Kleine kinderen kunnen volwassenen ontmaskeren. Wij houden soms een bepaalde schijn op. Wij doen ons beter voor dan wij werkelijk zijn, maar dan komen kinderen met een spontane opmerking of vraag en alle façades, glanzende voorgevels, vallen weg. Dan zien andere mensen wie wij echt zijn.

De wereld op z'n kop vinden wij ook voortdurend in het evangelie. Terwijl bij een koning iedereen aan een gouden koets denkt, prachtige diamanten kronen, hofhoudingen en veel deftig eerbetoon, vinden wij vandaag een Koning aan een kruis, totaal ontluisterd en vernederd, tussen twee misdadigers. Een kroon van doornen en een Kruis i.p.v. een troon. En toch zegt Hij vóór Pilatus: Ja, Ik ben Koning.

Maar Hij zegt er wel bij: Mijn koningschap is niet van deze wereld. D.w.z. dat het niet is wat wij denken dat het is. De geestelijke leiders van Israël zeggen tegen Jezus terwijl Hij aan het Kruis hangt: Als je de beloofde Messias bent, red dan jezelf en kom van het Kruis af. En de soldaten sluiten zich daar honend bij aan. Dat is onze wereld: red jezelf, kom voor jezelf op.

Maar nee, i.p.v. zichzelf te redden, redt Jezus Christus een moordenaar, die met Hem aan het Kruis hangt. Tot op het Kruis blijft Hij wie Hij is: Degene, die er op uit is anderen te redden. Het ergste geboefte kan bij Hem nog een plaats vinden. Bij Jezus Christus is er toekomst voor iedereen, altijd.

Niet de koningen en de keizers van deze wereld maken bij God indruk, het zijn niet de generaals, de politici of rijke en machtige zakenlieden, die het doen bij God, maar de kleine, de zwakke mens... vanwege zijn openheid, zijn gevoel van afhankelijkheid.

Vinden wij het niet erg als wij geen machtige invloed hebben in deze wereld. Als wij ons onder de bescherming stellen van deze gekruisigde Koning, staan wij onder zijn macht. Hij is machtiger dan alle koningen tezamen.

Dat gaf ook de grote apostel Paulus aan in zijn brief aan de christenen van Kolosse: "Blijmoedig danken wij God, de Vader, omdat Hij u in staat stelde te delen in de erfenis van de heiligen en te leven in het licht. Hij heeft ons ontrukt aan het domein van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon".

Wij behoren tot zijn koninkrijk. Jezus Christus is de Koning. Wij zijn van Hem afhankelijk. Volgen wij Hem na. Zijn wij er voor de anderen. Ook al lijkt het er op dat wij onszelf daardoor in deze wereld onmachtig maken, Gods macht werkt dan... door ons. Durven wij het aan: in machteloosheid machtig te zijn door onze God en Heer, Jezus Christus.