Als gij de koning der Joden zijt (2010)

Kijken naar Royalties en lezen in Points de vue helpt niet veel vooruit op het feest van Christus Koning.  Wat betekent het hedendaags koningschap?  Wat halen wij uit de geschiedenis van le Roi soleil en andere absolute vorsten?  Het keizerrijk van het Midden is al lang opgeheven.  In Pretoria (Zuid-Afrika) hebben Afrikaanse koningen en koninginnen in 2009 de eerste associatie opgericht.  Wat met de vele vedetten en mensen met topprestaties die zich een korte tijd koning wanen? 

Wie koning wil zijn, kan baat halen door op het Christus Koning feest op te kijken naar hem, die gekomen is om te dienen.  Het is de koning van de omgekeerde wereld.  Het beeld dat Lucas geeft van een koning aan een kruis, is er geen om mee te werven.  Een wonder koningschap waarvan de ware betekenis slechts vanaf het kruis wordt getoond (KKK 440).  Hoe kan je een koning op het kruis volgen?  

De profeten waren in Israël weinig opgezet met het invoeren van het koningschap.  Hoe leerzaam is het mooie sprookje over de bomen op zoek naar een koning (Rechters, 9, 7-15)..  Vooral Gods soevereiniteit telt.  De bijbel biedt aan koningen een spiegel aan opdat zij herder zouden zijn naar zijn hart.  Op de heiligenkalender staan enkele heilige koningen en vorstinnen.  Een van de laatste is de zalige Oostenrijkse Karel van Habsburg (1887-1922).

Vrij in zijn spreken, soeverein in zijn handelen, zuiver in zijn bidden, getuigt Jezus van koninklijke waardigheid en autoriteit.  Hij is bij Lucas vanaf het begin als koning aangekondigd.  "God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven.  Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen" (Lc 1, 31-33).  Deze teksten verbergen citaten uit het Oude Testament (2 Sam. 7,12-13 en Dan. 7,14).  Zij situeren Jezus in een lange geschiedenis met hoge verwachtingen.  Jezus wordt beschreven in politieke termen van het koningschap.  Jezus zal die invulling echter weigeren.  Hij wijst elke bekoring over het gebruik van macht af.  Aan het kruis steekt die bekoring even de kop weer op.  Wanneer Petrus Jezus als Messias erkent en hem de Gezalfde van God noemt (Lc. 9,20), brengt Jezus onmiddellijk zijn lijdensweg en het kruis ter sprake. 

In zijn parabels verwijst hij naar een koning op reis naar een ver land (Lc. 19,12).  Hij spreekt over de zoon van de wijngaardenier (Lc. 20,13).  De pachters willen deze doden.  Bedoelt Jezus daarmee zichzelf?  Jezus rijdt op Palmzondag als koning de stad binnen.  Zijn rijdier is geen paard, maar een ezelsveulen.  Jezus heeft het eigenmachtig als zijn rijdier opgeëist.  Het tafereel is beinvloed door de inhuldiging van koning Salomo (1 Kon. 1,33).  Jezus betreedt Jeruzalem wanneer en hoe hij wil.  Leerlingen roepen vol vreugde: "Gezegend hij die komt als koning, in de naam van de Heer!"  Jezus mag dan koning en dat ten stelligste bevestigen.  "Hij kan de erkenning niet afdwingen en zijn stad niet redden tegen haar wil" (H. Servotte, Lucas literair, p.116).   

Op Witte Donderdag viert Jezus het paasmaal.  Het krijgt bij Lucas een koninklijke toon.  Het paasmaal is als een onderpand en een voorafschaduwing van het koninkrijk Gods.  Jezus "zal niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok totdat het Koninkrijk van God is gekomen."  Zijn leerlingen zijn met hun gedachten elders en denken aan eigen carrièreplanning.  Zij begrijpen niet dat zij hun houding moeten afstemmen op deze van Jezus: "De grootste  moet de minste worden en de leider de dienaar" (Lc. 22,26).  "Jezus introduceert het beeld van de koning om aan zijn leerlingen te beloven dat zij zullen delen in zijn koninklijke macht.  Zij zullen zetelen om te oordelen over de twaalf stammen van Israël (Lc. 22, 29-30).  Deze woorden zijn paradoxaal door de situatie waarin ze worden uitgesproken.  Zij verbinden de diepste nederigheid met het hoogste gezag.  Zo gaat het ook met Jezus; hij zal worden overgeleverd, maar zijn Vader biedt hem het koningschap aan" (Ibid. p. 125).  Tijdens zijn passie beheerst Jezus de situatie zowel tegenover het sanhedrin als ten overstaan van Pilatus.  Deze "stelt de vraag naar het koningschap van Jezus en raakt zo zonder het te vermoeden het thema aan van de verwerping en de moord van de koningszoon (Lc. 20,9-16).  De term koning komt in heel het proces tegen Jezus ongewoon frequent voor, het weze dan als vraag van Pilatus, als schimpscheut van de beulen, als ironisch opschrift boven aan het kruis" (Ibid. p. 130).   

Op het kruis stelt Jezus een koninklijk gebaar.  Hij verhoort de berouwvolle misdadiger die aan Jezus vroeg hem te gedenken in zijn 'koninkrijk'.  Hij opent hem de weg naar het paradijs.  Jezus toont bij het afscheid wat hij zijn leven lang heeft gedaan: mensen redden en bevrijden, heil brengen, zonden vergeven, perspectief bieden.  Dit doet hij tot "HEDEN" toe. 

Alle menselijke helden
leden, streden, stierven in menselijke trots:
hij alléén vindt in.deemoed kracht.
Hij weet wat iedere droefheid verzacht.

Zijn ziel is helder als bergmeer,
sterk als wat daarin spiegelt, de rots,
als haar morgenlicht teer...

Er is in Christus iets wat altijd lacht. 

(H. Roland Holst van der Schalk).