Zijn koningschap is barmhartigheid

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Bijna elke predikant zal vandaag zijn preek beginnen met de vraag of dit feest nog wel past in onze tijd. Wij leven immers in een democratische staat, de macht komt niet van de koning maar van het volk, en elke mens heeft gelijke stem en gelijke rechten. Koningen met hun hofhouding, hun pracht en praal, hebben geen werkelijke betekenis meer voor onze tijd.

En als wij vandaag in het evangelie op het kruis deze ondubbelzinnige uitspraak lezen: ‘Dit is de koning der Joden', dan moeten wij ons toch wel heel bewust afvragen wat dit koningschap van Jezus betekent. Jezus heerst vanaf het kruis.

Pascal zegt dat er drie manieren van heersen zijn: er zijn koningen die over de volken heersen met geweld en ten koste van bloed. Er zijn ook geleerden die de wereld veroverd hebben met hun verstand en kunnen. Dan is er nog een derde manier van heersen, de heerschappij die Jezus uitoefende in zijn lijden en sterven: heersen door het in liefde gegeven zijn aan de anderen. In deze orde is Jezus de grootste, de Koning bij uitstek.

Eigenlijk vreemd dat juist de scène van de kruisiging ons het best toegang kan verschaffen om het koningschap van Jezus te begrijpen. Toen Jezus verheerlijkt werd op de Tabor, legde Hij zijn leerlingen het zwijgen op. Dat deed Hij ook wanneer Hij een wonder verrichtte. Alleen in de kruisigingscène wordt openlijk gesproken over Jezus' koningschap. Als Hij geboeid en geslagen voor het volk staat, gekleed in een purperen spotmantel, met de doornenkroon en met de rietstok in de hand, zegt Pilatus: ‘Hier is uw koning' en zonder het te begrijpen zegt hij de waarheid. En Jezus bevestigt die waarheid: ‘Ja koning ben ik, hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen'...

Wat is er zo koninklijk aan Jezus? Hierop geven al zijn bespotters zonder het te weten antwoord: ‘Anderen heeft Hij gered'. Maar als ze zeggen: ‘Zich zelf kan Hij niet redden', dan vergissen zij zich, want Jezus hoeft zich niet te redden. In koninklijke vrijheid heeft Hij zich solidair verklaard met alle mensen die lijden, die vernederd en geslagen worden, die marginaal gemaakt worden. Om die mensen te redden is Hij gekomen en toont Hij zich als Zoon van God.

Lucas verwijst naar de goede moordenaar: hij is voor ons een voorbeeld van een gelovige. Hij wijst zijn spottende metgezel terecht: ‘Wij krijgen wat wij verdiend hebben... maar Hij heeft niets verkeerds gedaan...' Hij kan door de sluier heen zien en iets ontwaren van het koningschap van Jezus. Hij erkent dat Jezus zonder schuld is, dat de liefde het motief is van zijn lijden. Hij gelooft dat Jezus de rechter zal zijn: ik sterf nu voor wat ik verdiend heb, maar Gij zult mij niet veroordelen en daarom zegt hij: ‘Jezus, denk aan mij, wanneer Gij in uw koninkrijk gekomen zijt'. Het treft mij dat hij ‘Jezus' zegt. Van wie wist hij dat? Er moet wel heel veel vertrouwen in zijn hart zijn binnengestroomd dat hij Hem ‘Jezus' ‘God redt' wil noemen en een beroep doet op de barmhartigheid van Jezus.

En Jezus bevestigt zelf de waarheid van die woorden, hij bevestigt zijn koningschap: ‘Vandaag nog zult ge met Mij zijn in het paradijs'.

Het koningschap van Jezus bestaat in de vergeving van de zonden en in het schenken van eeuwig leven. Bij God bestaat geen gerechtigheid zoals de moordenaar die moest ondergaan: loon naar werken, bij God bestaat de gerechtigheid daarin dat Hij zelf de mens rechtvaardigt, niet op grond van zijn verdiensten, maar uit genade. Hier op het kruis begint het koningschap van Jezus en zoals Jezus zelf getuigt, is dit koningschap niet van deze wereld, maar het kan wel in deze wereld aanvangen en het is in staat om de maatschappij tot in haar fundamenten te veranderen. Overal waar mensen gaan leven in die levensstijl van Jezus, daar neemt dat Rijk zijn aanvang. Een rijk zoals de prefatie zegt van waarheid, heiligheid en liefde, recht en gerechtigheid, een koninkrijk van vrede. Dat alles hebben wij ook nu nog broodnodig. En zo hebben wij direct een antwoord gevonden op de vraag of het feest van Christus Koning nog wel van deze tijd is.