Vader, Zoon en heilige Geest

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Jezus heeft nooit een overweging gehouden in de trant van: er is één God, en er zijn drie goddelijke personen. Wat Hij wél gedaan heeft is: Hij heeft over zijn VADER gesproken, en wel met zo'n warmte, dat de mensen er gelukkig van werden. Jezus heeft ook over de GEEST van zijn Vader gesproken, en Hij heeft beloofd die Geest naar de mensen te zenden. En de apostelen waren daar intens blij mee. Jezus had maar één doel bij al zijn spreken: dat was het welzijn van ons mensen.

Hij sprak over God, die een VADER is, of liever gezegd: die ABBA is. En dat was voor de mensen van zijn tijd een openbaring, want abba was een troetelnaam, een koosnaam die nog nooit op God was toegepast. Het betekent in onze taal: pappa. Daarmee maakte Jezus een eind aan alle vrees of angst voor God. Voor een vader kun je nog wel eens bang zijn, voor pappa nooit. Van een vader kunnen we ons nog voorstellen - al is dat heel moeilijk - dat hij zijn kinderen een ogenblik zou kunnen vergeten. Van een pappa kun je je dat totaal niet voorstellen. Zo sprak Jezus over God. Met deze warmte. Hij zal ons geen seconde uit het oog verliezen, Hij zal ons nooit in de steek laten, Hij zal ons op het juiste moment helpen.

Angst heeft bijna altijd op de toekomst betrekking. We zijn bang om iets dat komen gaat. We zijn bang dat ons straks iets overkomt dat we niet aankunnen. Welnu: met die angst wil Jezus afrekenen, als Hij ons spreekt over zijn en onze Vader. Jezus zegt: ‘Maak je geen zorgen voor de dag van morgen'. Er is een oud versje, dat hetzelfde zegt: ‘De mens lijdt het meest voor het kwaad dat hij vreest, maar dat niet op komt dagen; zo heeft een mens veel meer te dragen dan God te dragen geeft'.

Zo spreekt Jezus over God. En de apostelen hebben ervaren hoe weldadig dit spreken van Jezus was. Wat een kracht ervan uitging. Wat een troost het gaf. Telkens tilde Jezus door zijn woord hen boven de grootste moeilijkheden uit. En ze hadden maar één conclusie: wat Hij zegt moet Hij van God zelf hebben. Zo vertrouwd met God als Hij is niemand. Wat moet die mens een contact met God hebben. Hij moet wel Gods bloedeigen kind zijn. ZOON van God en tegelijk kind van mensen.

Ze zullen gedacht hebben: Wat moeten wij als Hij er niet meer is? Wij, zo'n handjevol mensen, met onze kleinmenselijkheid, met ons onvermogen.

Nee, zegt Jezus, Ik ga naar de Vader en dan zal Ik jullie de GEEST geven die er heerst tussen de Vader en Mij. Die geest van liefde, vrede en eenheid. Bid er om. Wacht erop'. En ze hebben gebeden. Ze hebben erop gewacht. Toen werd het Pinksteren voor hen. Toen hadden zij de Geest.

Zo sprak Jezus over God. Hij noemde niet het woord: drie-eenheid. Hij sprak zo over God, dat het mensen gelukkig maakte.