In de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

In de aanvang van ons leven werden wij gedoopt: in de naam van de Vader en de Zoon en de H. Geest. Zo werden wij kinderen van God, en op het einde van ons leven zal de priester ons zalven in de naam van de Vader en de Zoon en de H. Geest. Zo worden wij opgenomen in Gods heerlijkheid.

Elke goede christen begint de dag in de naam van de Vader en de Zoon en de H. Geest en sluit de dag op dezelfde wijze. Hoe dikwijls op een dag maken wij het teken van het kruis als een teken dat wij alles willen doen in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest? Zo stellen wij heel onze dag en heel ons leven onder de zegen van de drievuldige God.

Het is daarom wel eens goed de rijke inhoud van deze geloofsbelijdenis een ogenblik te overdenken, om te vermijden dat het een lege formule wordt.

In de naam van de Vader. Aangespoord door een gebod van de Heer en door zijn goddelijk woord onderricht mogen wij zeggen: Onze Vader. Het is zeker ongehoord dat wij de Schepper van al wat bestaat ‘onze Vader' mogen noemen. Waar zouden wij het recht halen om zo te spreken als Jezus het ons niet zou hebben geleerd? Dat God machtig is, dat de Schepper almachtig is, dat leert ons zeker ten dele de grootheid van de schepping, de schoonheid van de natuur. Dat God de bron is van ons bestaan, dat alle leven van Hem komt, dat kunnen wij met een beetje nadenken wel begrijpen. Ook heidense filosofen zijn zover gekomen. Alle volkeren, hoe verscheiden ook hun beeld van God is, hebben hun afhankelijkheid betoond door het Opperwezen te eren door liederen, offers en gezangen. Ook heeft elke mens wel een ingeboren overtuiging dat God het goede moet belonen en het kwade straffen. Maar geloven dat God barmhartig is als een vader en liefdevol als een moeder, dat kunnen wij eigenlijk alleen geloven omdat Jezus, het Woord van God, het ons geopenbaard heeft. Met ons verstand kunnen wij dat moeilijk achterhalen, wij zien zoveel boosheid in de wereld, zoveel leed en lijden, hoe kan een goede God dat alles toelaten? Maar alle woorden en daden van Jezus getuigen van de liefde van God. Hij is de trouwe getuige dat God barmhartig is en dat Hij wil dat alle mensen gered zullen worden. Op zijn woord durven wij ons in leven en dood aan die barmhartige Vader toevertrouwen.

In de naam van de Zoon. Jezus, Zoon van de Vader, ware God uit de ware God, één in wezen met de Vader. Wat zouden wij zijn zonder Jezus, die voor ons, mensen, en omwille van ons heil, uit de hemel is neergedaald? Hij heeft ons liefgehad en zich voor ons overgeleverd. Zijn woorden en Zijn leven waren een onophoudelijke openbaring van Gods goedheid en menslievendheid. Door Zijn verrijzenis heeft Hij ons getoond dat wij in Hem leven en verrijzenis zullen bezitten, als wij in Zijn naam geloven. Als wij Jezus navolgen zullen wij niet in de duisternis wandelen. Als Jezus voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Wie zal ons dan nog kunnen scheiden van de liefde van God? Hij laat ons niet als wezen achter, Hij zal bij ons zijn alle dagen van ons leven.

In de naam van de heilige Geest. Ik geloof in de heilige Geest die Heer is en het leven geeft. Van die Geest spreekt de Schrift telkens, waar God zich meedeelt aan de mensen, waar Gods kracht over kleine mensen vaardig wordt. Die Geest heeft Jezus uitgestort over ons als een geest van troost en bijstand, als een geest van waarheid en liefde. Die Geest is ons gegeven als een band van liefde, die in onuitsprekelijke verzuchtingen bidt vanuit ons hart: Abba, Vader. De gaven van de Geest zijn de bruidssieraden van de Kerk: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid. Die Geest is de ziel van ons bestaan. Zij die zich door die Geest laten bezielen, zijn kinderen van God.

Zo staat heel ons leven onder de bescherming van God. Sterk in het geloof, begiftigd met de onverwoestbare hoop en bereid tot dienende liefde willen wij onze weg door het leven gaan, in de naam van de Vader en de Zoon en de H. Geest, totdat wij de volle openbaring van Gods geheim mogen ervaren als wij eens opgenomen worden in de volheid van Zijn heerlijkheid.