God is niet eenzaam (2007)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden

* Het feest van de H. Drie-eenheid werd ingesteld in de 14de eeuw als sluitstuk van de heilsliturgie, die we gevierd hebben vanaf advent en kerstmis, over veertigdagentijd en Pasen tot Pinksteren. Het is een soort apotheose zoals de slotdoxologie op het einde van het eucharistisch hooggebed, waarin alle eer gebracht wordt aan de Vader door de Zoon in de eenheid van de H. Geest: God.
* Paus Johannes-Paulus II zei n.a.v. het jubeljaar 2000: "De goddelijke Drievuldigheid vormt het begin en het einde van de heilsgeschiedenis." In die drie namen werden we gedoopt, en in die drie namen beginnen we met het kruisteken ons gebed: "In de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest." En elke eucharistieviering vangt aan met de begroeting: "De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God onze Vader en de gemeenschap van de H. Geest zij met u allen."

1. Dit feest confronteert ons meer dan ooit met de vraag: Wie is God dan wel? Wat bedoelen we als we "God" zeggen ? En wat met "Drie-eenheid"?

- Het is een feit dat sinds alle tijden alle cultuurvolkeren zochten naar een duiding van het laatste waarom van het bestaan. De primitieve volkeren stonden voor het mysterie van de kosmos, dat hen oversteeg. Ze wilden het duiden als het werk van goden in bergen, rivieren en wouden, die ze uit schrik met starre magie trachtten naar hun hand te zetten. Net zoals mensen van bij ons ook zeggen: "Er moet toch iets zijn dat ons te boven gaat". Die eerste goden kregen gaandeweg hun plaats in cultusbeelden en tempels; ze kregen er zelfs een nationaal en politiek karakter.
- Daartegen zijn drie soorten reactiebewegingen gekomen: (a) Vooreerst de wijsgeren (zoals Plato en Aristoteles in Griekenland en Icken-Aton in Egypte) die tot de nuchtere vaststelling kwamen: "Die goden zijn menselijke projecties; zij kunnen niet de laatste verklaring of zingeving zijn van ons bestaan. (b) En een tweede uitzuiverende beweging gebeurde in het verre Oosten, waarin het Hindoëisme al een eerste reactie was tegen de veelgoderij in Azië, die opgevolgd werd door het Boeddhisme, waarbij van God zelf niets meer overbleef dan deemstere en vage naamloosheid. - Al deze godsdiensten hadden met elkaar gemeen: dat ze ontstaan zijn uit het tastend zoeken van de mens; en dat ze vooral zochten naar zelfredding zonder verder perspectief. (c) De derde reactiebeweging is later gekomen onder vorm van het atheïsme, dat zich meestal ging afzetten tegen een dominante, afstandelijke God, die - zoals Sartre het zei - ons door het sleutelgat beloert en ons klein wil houden of straffen: reactie tegen een soevereine god-farao, een dwingeland, een harde heerser. Het atheïsme heeft ons geholpen om zulk godsbeeld opnieuw in vraag te stellen,

2. Niemand van ons kan zeggen wie God is.

Ook wijsgeren niet. Het ligt nog minder in het bereik van de natuurwetenschap. Alleen God zelf kan zeggen wie Hij is. Het nieuwe in de geschiedenis is dat God zelf zich inderdaad geopenbaard heeft langs de weg van het Godsvolk, het volk van Israël en heel bijzonder in het "Woord" dat Hij gesproken heeft, zijn eigen Zoon: Jezus van Nazareth.
- Hij heeft zich kenbaar gemaakt als een levende God, die Liefde is. God is in zijn diepste diep zelf gemeenschap. God is niet eenzaam. Hij bloeit open in communicatie binnen zichzelf en naar buiten. Hij wil met ons in liefderelatie komen. Daarin ligt heel de leer van het Verbond dat God met zijn volk ging sluiten. In dat zoeken naar ons gebeurde de menswording: God werd mens opdat wij in de kracht van zijn Geest op Hem zouden gelijken. De mens is ontworpen naar Gods beeld en gelijkenis. Hij moet over zijn "ik" heen. Alleen in gemeenschap kan hij zichzelf worden en ontluiken.
- Zo iets hebben de mensen niet uitgevonden. De God van de bijbel is niet een uitvinding, maar een ontdekking. Een ervaring. Een ontmoeting. De openbaring van de Drie-ene God heeft haar wortels doorheen heel de bijbel. Wel heeft men in de Kerk geprobeerd dit alles overstijgend geheim te formuleren. In de 4de eeuw werd het ook nodig dit te doen om het christelijk geloof duidelijk te stellen tegen allerlei verkeerde interpretaties en ontsporingen. Maar dogmatische formuleringen blijven begrensd. Ze zijn benaderingen van mensen die enkel stotteren over God. Sommige westerse theologen hebben dit rijke mysterie uitgepeld als een ajuin; de schillen blijven over. Alleen spiritualiteit en contemplatie kunnen die versplintering helen en tot leven brengen.
- Het gaat immers veeleer om een beleving. De beroemde starets Siloam zei: "Wie in God leeft, is dag en nacht, in welke mate ook, met heel de mensheid begaan." Daarom mocht de orthodox Ferodov, in zijn reactie tegen een wereldvreemde kerk in de Oostbloklanden zeggen: "De H. Drie-eenheid is ons sociaal programma." De Drie-eenheid stuwt ons naar de anderen. De Duitse romanschrijver Ernst Wiechert had God bestreden, alsof God geen hart had voor de zwaksten. Het mysterie van de menswording bracht hem tot zijn "Missa sine nomine". Toen bekende hij dat niemand zich van de wereld afkeert, die zich eerst niet van God heeft afgewend. Chiara Lubbich trok naar Tokio om voor 12.000 boeddhisten te spreken over het geloof in de H. Drie-eenheid, dat haar gebracht had naar het hart van de liefde. De Zwitserse priester Maurice Zundel, bevriend met Paus Paulus VI, hield niet van de starre catechismustaal. Hij bracht zijn leerlingen tot God ook via de kunst, en hij zei: "De H. Drie-eenheid is het mysterie van de mens zelf. Indien Mohammed de ware toedracht van dit geheim had gekend, zou de Islam zich niet tegen die leer hebben verzet."