Uit eeuwigheid ben ik gevormd 2004

Laurens van nog maar net 17 jaar vertelde het mooi toen ze hem vroegen over hoe hij dacht over de drie ene God. Hij vertelde dat hij het altijd wel geinig had gevonden: God die in de hemel is, altijd geweest trouwens en Jezus die na zijn dood naar de hemel is gegaan. Maar zei hij: de heilige geest is in iedereen verborgen en dus ook voor iedereen anders. Veel mensen zeggen: Ik geloof op mijn eigen manier en in mijn eigen God natuurlijk. Daar zit heel veel in. Misschien dat ze dan ook bedoelen: God zit in mij en die God is in mij. En hij zei ook nog: als ik van mezelf denk dat ik iets fout heb gedaan, zegt God in mij: Jongen dat ben ik allang vergeten. Dat is een onwijs gave God!

Een gelovige jongen, die Laurens. Volgens mij slaat hij de spijker op zijn kop. Natuurlijk, aan de ene kant lijkt God heel ver weg. Soms zelfs zo ver weg, dat je hem niet meer kunt vinden. Dan kun je jezelf afvragen: Bestaat die God wel? Ik heb hem toch niet nodig? Je kunt ook heel kwaad worden op die verre God. Ik wil 'm niet kennen als ie zomaar drie kinderen laat vermoorden. Ik wil 'm niet kennen als ie toelaat dat zoveel mensen oorlog voeren in zijn naam.

God die ook ver weg is omdat ie zo groot is en zo anders dan wij mensen kunnen bedenken. God die buiten onze begrippen van tijd en van ruimte staat omdat hij groter is dan wij ooit kunnen bedenken. De totaal andere. En daarom zegt Laurens van hem: Hij is God in de hemel.

Die God kwam heel dichtbij mensen in Jezus, die heel menselijk laat zien wie God is, wat God wil zijn en waar God voor staat. Elke keer weer lezen hier in de kerk verhalen over die Jezus over hoe hij zieken opzocht , over hoe vreemdelingen vrienden werden en hij haat omkeerde in vriendschap en liefde.

Die verhalen laten zien wie God is, wat God wil. Maar ook die Jezus , zegt Laurens, is nu bij God.

Geinig vindt ie de Geest, die overal en in iedereen verborgen is. Vorige week hoorden we van die geest in het Pinksterverhaal. Met het vormsel bidden we om Die Geest voor onze kinderen, die al wat ouder worden en met die boodschap van Jezus vooruit willen. Die Geest zit in mensen, in ons, in U in mij in iedereen. Dat hoef je echt niet altijd even duidelijk te voelen. Soms is die geest dood en je maakt 'm ook dood door geestdodend te leven: als je voorbij gaat aan het mooie van het leven, als je voorbij gaat aan het verdriet of het geluk van een ander mens, als je voorbij gaat aan de schoonheid van de natuur, aan het wonder in jezelf en in de mensen om je heen. De Geest van God leeft als je Hem zelf levend maakt. Die Geest van God, zegt Laurens, zegt: Joh, vergeef jezelf, want ik heb je allang vergeven. Die geest van God verlangt van ons God en goed te zijn voor onszelf en voor de mensen om ons heen. Die Geest van God verheft ons ook boven onszelf uit: net een stapje hoger, net een beetje meer; doen wat ongewoon en ongebruikelijk goed is.

In de eerste lezing staat een moeilijke zin: Uit eeuwigheid ben ik gevormd. Door de geest van God ben je er altijd geweest en mag je er ook altijd zijn. En in het evangelies staat: Die Geest zal jullie leidsman zijn. Daarom mag onze zoektocht naar God beginnen bij onszelf, bij de geest in onszelf. De reis naar God is -voorlopig in elk geval - geen verre reis naar een verre hemel of zo, maar een diepgaande reis tot in het diepste van onszelf.

Vandaag worden we uitgenodigd die weg te gaan op reis naar God, niet ver weg, maar in het diepste van ons eigen hart. Amen.