Driekoningenviering (2007)

 

Woorden beklijven. Wat me bij blijft is de zin "het was (dat mag ik wel zeggen) de moeite waard".
God ontmoet de mens en de dichter kan alleen maar stamelen ...ja het was de moeite. Dus wel degelijk een openbaring voor hem, maar meer kan of durft hij daar niet over te vertellen. Wel een lange uitleg over de tocht de reis naar het kind, de obstakels die de ontmoeting zouden kunnen tegen houden. De moeilijkheden komen van buiten af maar ook door weerstanden van binnenuit.

Het is een symbolische louteringsgeschiedenis van Eliot maar eigenlijk opengetrokken naar elke mens die zoekt, want de pelgrimstocht is een gekend thema in het kristendom, en eigenlijk ook in alle andere godsdiensten. Wat ik zeer merkwaardig vind bij Eliot is dat hij de zoektocht naar de bron, een pas geboren kind, laat verlopen langs de weg die nog komen moet. We volgen in de tekst de verdere geschiedenis van dit kind: de haan die kraait, de teerlingen die geworpen worden, de drie kruisbomen onder bewolkte lucht... Het is geen idylische tocht maar een visioen van rauwe werkelijkheid.
Vooraleer de wijzen het kind ontmoeten moeten ze de navolging ervaren, heel bizar. Er is een louteringstocht nodig en een sterven aan zichzelf.

Bij het lezen van Eliot's andere gedichten begreep ik een beetje wat hij bedoelde. Elders schreef Eliot :"We zullen niet ophouden met ontdekken en het einde van alle ontdekking zal zijn, aan te komen waar we vertrokken en de plaats te kennen voor de eerste keer".
Voor Eliot is de tijd geen cronologische opeenvolging van de dingen maar een cirkelvormige benadering en verdieping van de wezenlijke zin van ons bestaan...in mijn aanvang is mijn einde ...of zoals hier "was het doel dat ons dreef geboorte of dood?". De essentie, de ontmoeting in de diepte wordt niét beschreven.
Om er te komen is er veel doorzettingsvermogen nodig en het is de moeite waard. Erg aantrekkelijk is het allemaal niet want ook het resultaat wordt beschreven. Nà de loutering en nà de ontmoeting blijft er een mens over die binnenste buiten gekeerd is, er is een voor en een na, hij is veranderd. Hij voelt zich niet meer echt thuis in deze wereld. Deze ommekeer is wel herkenbaar, ieder van ons beleefde wel eens iets fundamenteel. Ik vond deze gedachtengang ook in de tekst van volgend lied.

Lied 18: "Door de wereld gaat een woord"

Heeft het gedicht nu iets met ons te maken? Of is het een persoonlijke ervaring van Eliot? Ik denk dat de kracht van elk groot kunstenaar er in gelegen ligt, dat hij een persoonlijke ervaring verwoordt die niet sentimenteel op zichzelf betrokken is maar geldigheid heeft voor ieder die er voor open staat. We zijn vervreemden door naar Zijn stem te luisteren, we passen dan niet meer helemaal in de wereld zoals ze draait.

Ik vond het ontroerend in de adventsperiode dat ook de kinderen in de nevendienst dat ontdekten. Ze hadden aangevoeld dat als een arm kind mee een verjaardagsfeestje komt vieren er een gemakkelijke en een moeilijke oplossing bestaat. De gemakkelijke: "Jij hoeft geen cadeautje mee te brengen." De moeilijke: "Feesten is samen zijn en daar hoeven geen cadeautjes aan te pas te komen." Dit is lastig, zullen ze gedacht hebben, maar ook voor de ouders is dit een strijd tegen het menselijk opzicht dat ons soms in zijn greep heeft. Tegen de stroom in varen, de conventies doorbreken en daardoor als rare vogels bekeken worden, wie wil nu een verjaardagsfeestje zonder cadeautjes?

Zo zijn er vele voorbeelden als 't gaat over vervreemding en er niet echt meer bij horen. Het is zelfs geen keuze meer maar een bewustwordings-proces. Dat is wat gebeurt na de ontmoeting met het weerloos kind. Het kerstkind ontmoeten is élke kwetsbare mens herkennen. En zo kom ik tot de vraag die ik mezelf stelde na de lezing van dit gedicht.
Waarom gingen de drie koningen terug naar huis met een gevoel van vervreemding zonder duidelijke verandering. Ze werden geen politieke vrijheidsstrijders, er wordt geen actie gevoerd en de slotzin is niet erg vreugdevol zo op het eerste zicht: "ik zal blij zijn als ik andermaal sterf".

Voor mij steekt hier de eeuwenoude spanning in tussen actie en contemplatie waar Eliot schijnt te kiezen voor de zachte weerstand van niet meehuilen met de wolven in het bos, zonder daarom heel de wereld op zijn kop te willen zetten. Er blijft heimwee, het was de moeite waard, er wordt naar terug verlangt, er is iets wezenlijks ervaren, maar het gewone leven loopt verder en alleen in kleine details zullen de anderen merken dat er iets anders leeft in ons, iets dat muren doet afbreken en kiest voor het kwetsbare.