Wij loven U, Vader, Zoon en Geest

 

In de Liefhebber, een programma van Radio Klara, sprak Katelijne Boon met Wim Vanseveren, sinds 1 september 2015 directeur van het Vlaams-Nederlands Huis de Buren. De eerste keuzeplaat was Deo Gratias uit het werk van Johannes Ockeghem. Terugblikkend op zijn curriculum zei Wim Vanseveren dat hij God dankte, ‘wat je daar ook moogt onder verstaan’. Iets dat hij niet meer had en misschien miste. Hij vergeleek zich wat met Marnix Gijsen, die afscheid had genomen van het geloof van zijn jeugd. Een van de redenen was ontevredenheid om de kerk, meer begaan met regelgeving dan met zingeving.

Waar de ene zegt: er is geen God, zegt een andere eerder omzichtig dat hij of zij het niet weten, dat er wellicht ‘iets is’ maar dat zij de hypothese God niet nodig hebben. Wie belijdt dat er een God is en dat Hij de enige is krijgt het verwijt van superioriteit en onverdraagzaamheid. Ze verwijzen naar wat radicalisme heeft aangericht in het verleden en wat nu gebeurt met de aanhangers van IS.

De Godsvraag is een van de belangrijkste vragen, ze is de kernvraag. Voor christenen lijkt deze opgelost. Zij zijn gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Geest. Zij behoren tot de kerk, “één verenigd volk dat deel heeft aan de eenheid van Vader, zoon en H. Geest” (Lumen Gentium n° 4;  prefatie 23).

Gij drie personen, o heilige Drievuldigheid

Het feest van Drievuldigheid voedt onze dankbaarheid om de Drie-eenheid. God overtreft en overstijgt ons en is tevens op ons betrokken. Hij omvat ons. Hij inspireert ons. Hij neemt ons op in een groter geheel. God de Vader toont zijn gelaat in Jezus. Samen ademen zij in ons door de Geest. Onze toekomst ligt in de gemeenschap van de Vader, de Zoon en de Geest.

Jezus, de Vader, de Geest; ze zijn alle drie aanwezig in de afscheidsrede van Jezus. Jezus leidt zijn leerlingen binnen in de diepe verbondenheid met zijn Vader en de Geest. Bij hem is er geen verzet van een zoon tegenover zijn vader; Hij weet zich de veelgeliefde Zoon van de Vader. Vaders en zonen hebben vaak spanningen en botsingen. “De vaders hopen in hun zonen zichzelf te hervinden; de zonen zijn doodsbang in zichzelf de vader te ontdekken” (Jan Greshoff). Bij Jezus was het zo niet. “Al wat de Vader heeft, is het mijne. Ik en de Vader zijn één.”

Omwille van hun geloof in de Drie-ene God krijgen christenen vragen vanuit de Islam. Kinderen op school kunnen andere leerlingen beschuldigen van afgoderij alsof deze zouden geloven in drie goden. In de Koran wordt gesteld: “Ongelovig zijn zij die beweren: ‘Allah is een derde van drie.’ Er is alleen een enige God. De Messias, de zoon van Maria, is maar een gezant” (Koran; Soera V, 73, 75).

Discussies brengen ons niet dichter bij elkaar. Wel eerbied voor het geloof van de medemens en trouw aan wat ons dierbaar is. Christenen spreken over het wonder van drie in één, van eenheid in verscheidenheid. Er is heel veel denkwerk gebeurd over de Triniteit, maar de oorsprong ervan is de ervaring van de gelovige mens in de bijbel, in Oud en Nieuw Testament, in het leven van Jezus en in dit van de jonge kerk.

Meestal begint een eucharistieviering met de groet en de wens van Paulus aan de christenen van Korinthe: “De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen” (1 Kor. 13, 13). Met deze woorden begonnen Paus Franciscus en Patriarch Kyrill van Moskou en geheel Rus hun gemeenschappelijke verklaring na hun historische ontmoeting in Havana. Zij schrijven: “Door de wil van God de Vader, van wie alle gaven afkomstig zijn, in de naam van onze Heer Jezus Christus, en met de hulp van de Heilige Geest, de Trooster, zijn wij bijeen gekomen in Havana. Wij danken God, verheerlijkt in de Drie-eenheid, voor deze ontmoeting, de eerste in de geschiedenis.”

“Met vreugde zijn wij bij elkaar gekomen als broeders in het christelijk geloof die elkaar ontmoeten ‘om van mond tot mond te spreken’ (2 Joh. 12), van hart tot hart, om de wederzijdse relaties tussen de Kerken te bespreken, de cruciale problemen van onze gelovigen, en het vooruitzicht op vooruitgang van de menselijke beschaving.”

Verantwoordelijk voor de schepping

Paus Franciscus wijst in zijn tweede encycliek op de zorg voor moeder aarde en onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het huis van de mens. De paus legt hierbij banden met de Drie-eenheid. Vader, Zoon en Geest staan in relatie: in relatie met elkaar en in relatie met de schepping (Laudato si, 238-240).

“De Vader is de uiteindelijke bron van alles, liefdevol en meedelend fundament van wat bestaat. De Zoon, die Hem weerspiegelt en door wie alles is geschapen, verenigde zich met deze aarde, toen Hij in de schoot van Maria een menselijke gestalte aannam. De Geest, oneindige band van liefde, is ten innigste tegenwoordig in het hart van het heelal en bezielt het en wekt het op tot nieuwe wegen. De wereld is geschapen door de drie Personen als één goddelijk beginsel, maar ieder van hen verwezenlijkt dit gemeenschappelijk werk overeenkomstig de eigen persoonlijke identiteit. Daarom moeten wij heel de Drie-eenheid prijzen, wanneer wij met bewondering kijken naar het heelal in zijn grootsheid en schoonheid.”

Een spiritualiteit van solidariteit

Voor christenen leidt het geloven in de éne God, die een trinitaire gemeenschap is, ertoe te denken dat heel de werkelijkheid in zich inderdaad een trinitair stempel draagt. Paus Franciscus volgt hier de heilige Bonaventura, kerkleraar en volgeling van Frans van Assisi. Deze franciscaanse heilige leert dat ieder schepsel in zich een specifiek trinitaire structuur draagt. Hij nodigt ons uit om de werkelijkheid trinitair te leren lezen. De wereld is naar goddelijk model geschapen. Hij is een weefsel van relaties. “De schepselen neigen naar God en op zijn beurt is het eigen aan ieder levend wezen naar iets anders te neigen, en wel zo dat wij binnen het heelal talloze constante relaties kunnen tegenkomen die verborgen met elkaar verweven zijn.” De paus schrijft verder: “Dit nodigt ons niet alleen toe uit de vele banden te bewonderen die er tussen schepsels bestaan. Het laat ons de sleutel ontdekken tot onze eigen ontplooiing. Want de mens verandert, groeit en heiligt zich naarmate hij buiten zichzelf treedt om te leven in gemeenschap met God, met de ander en met alle schepselen. Zo neemt hij in zijn eigen bestaan de drievuldige dynamiek op die God er vanaf zijn schepping heeft in gelegd. Alles is met elkaar verbonden en dit nodigt ons uit om een spiritualiteit van de solidariteit ontwikkelen, die voortkomt uit het mysterie van de Drie-eenheid.”

Het gezin, beeld van de familie in God

In de post-synodale exhortatie over het gezin brengt paus Franciscus eveneens de band ter sprake tussen de Drievuldigheid en het koppel van man en vrouw, vruchtbaar in hun liefde. “Het liefhebbend koppel dat leven wekt is het echte levend ‘Beeld’ dat in staat is God, de Schepper en de Verlosser, weer te geven. Vandaar wordt die vruchtbare liefde het symbool van de innerlijke werkelijkheid van God (vgl. Gen 1,28). De bekwaamheid van het menselijk paar om leven door te geven is de weg, waarlangs de heilsgeschiedenis zich ontwikkelt. In dit licht wordt de vruchtbare verhouding van het koppel een beeld om het mysterie van God te ontdekken en te beschrijven, dat fundamenteel is in de christelijke visie van de Drievuldigheid, die in God de Vader, de Zoon en de Geest aanschouwt. De drieenige God is gemeenschap van liefde. De familie is zijn levendige afstraling.” Paus Franciscus verwijst naar wat de heilige paus Johannes Paul II daarover zei: “Onze God is in zijn diepste kern geen eenzaamheid, maar familie, omdat Hij in zich zelf het Vaderschap, het Zoon-zijn en de Liefde, die het wezenlijke is in een familie, aanwezig stelt. Deze Liefde binnen de goddelijke familie is de Heilige Geest” (Amoris laetitia, 11).

Een familie is een gemeenschap van personen, vader, moeder, kinderen. Wanneer wij naar haar kijken met een Bijbels oog, is de familie beeld van de eenheid tussen de Vader, de Zoon en de Geest (Amoris laetitia, 29). God, die in zich familie is, roept de mens op om gemeenschap te vormen.

Christelijk gebed voor de schepping

In zijn encycliek Laudato si geeft paus Franciscus ons een gebed mee, waarmee wij ons kunnen richten tot de Drie-eenheid. Samen met paus Franciscus vragen wij aan de Drie-ene God om onze zorg en verantwoordelijkheid te wekken voor de schepping.

Vader, wij loven U, samen met alle schepselen, die uit voortkomen Uw machtige hand. Zij zijn van U, zij zijn vervuld van Uw aanwezigheid en tedere liefde.

Geprezen zijt Gij.

Jezus, Zoon van God, , alles werd door U geschapen. U werd gevormd in de schoot van Maria, U werd een deel van deze aarde,

U keek naar deze wereld met menselijke ogen. U leeft nu in elk schepsel, als verheerlijkte Verrezene. Geprezen zijt Gij.

Heilige Geest,

door Uw licht richt U deze wereld

naar de liefde van de Vader. U ondersteunt de verzuchtingen van de schepping, U leeft ook in ons hart om ons aan te zetten tot het goede. Geprezen zijt Gij.

O, Drie-ene God, onovertroffen gemeenschap van oneindige liefde, leer ons U te aanschouwen in de schoonheid van het universum, waar alles spreekt van U. Wek onze lof en dankbaarheid op voor elk schepsel dat Gij geschapen hebt. Schenk ons uw genade om ons innig verbonden te voelen met al wat bestaat.

Liefdevolle God

toon ons onze plaats in deze wereld als instrumenten van uw liefde voor alle schepselen op deze aarde, omdat geen ervan vergeten wordt door U.

Verlicht de machtigen en de rijken opdat zij behoed worden voor de zonde van onverschilligheid, opdat ze houden van het gemeenschappelijk goed, zich ontfermen over de armen en zorg dragen voor de aarde die we bewonen.

De armen en de aarde smeken U, door uw macht en uw licht bescherm elk leven, schenk ons een betere toekomst, laat uw Rijk komen van gerechtigheid, vrede, liefde en schoonheid. Geprezen zijt  Gij. Amen.

Met zijn beschouwingen over de schepping en over de familie geeft de paus voedsel voor deze Drievuldigheidszondag. Elke dag van het jaar mogen we de Drie-ene God loven en danken, want in Hem leven, bewegen en zijn wij (Hnd. 17,28) en elke dag kunnen we zijn zorg delen voor moeder Aarde en voor de families en alle mensen die haar bewonen.

Antoine Rubbens