Het lichaam van Christus

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

In een van zijn laatste encyclieken, Sollicitudo Rei Socialis (december 1987), schrijft Johannes Paulus II over iets dat we allemaal weten. Hij schrijft namelijk in paragraaf 38 dat er een dringende behoefte is om onze houdingen in het ‘geestelijke' leven te wijzigen. Maar misschien bedoelt hij zijn brieven vooral voor bisschoppen, die dat nog niet weten.

De wijzigingen die wij in onze relaties ten opzichte van onszelf, de naaste, de gehele mensheid en zelfs ten opzichte van de ons omringende natuur aangebracht hebben, vallen het meest op waar het gaat over kernzaken en oersymbolen. In de lezingen van dit weekend gedenken we de manier waarop Jezus van Nazaret een van die oersymbolen inhoud gaf. Een symbool zo eenvoudig dat iedereen het - in welke cultuur dan ook - onmiddellijk kan herkennen.

Het gaat over de gemeenschap die ontstaat als je iemand vraagt met je te eten en te drinken. Melchisedek breekt zijn brood en drinkt zijn wijn met Abraham, Jezus doet dat tijdens zijn laatste avondmaal met een groep van zijn volgelingen; en samen met de leerlingen houdt hij maaltijd met een menigte van ‘vijfduizend mannen'. Zoals dat gewoonlijk gaat, worden in alle drie gevallen de eters en drinkers met elkaar verbonden, zij het op verschillende manieren. Melchisedek en Abraham sluiten een verbond; de 5.013 voelen zich met elkaar verbonden; en bij het laatste avondmaal worden de woorden lichaam en bloed gebruikt om die verbonden-heid aan te duiden. In een van de eerste, zo niet de eerste, reflecties op dat paasmaal schrijft Paulus later aan de christenen van Efeze: ‘Er is één lichaam en één geest!' (Ef. 4,1). Dat lichaam en dat bloed van Christus zijn in de loop der jaren op heel verschillende manieren door ons beleefd. Er waren de aanbiddingen tijdens het veertigurengebed, de ontelbare heilige uren voor het tabernakel, en de uren van eucharistisch vasten voor de communie. Ik herinner me nog de prachtige sacramentsprocessies in de katholieke gemeente ‘s-Heerenberg in de Achterhoek. Triomfantelijk werd zijn lichaam rondgedragen, begeleid door de fanfare, het harmoniekorps en al de plaatselijke koren. De hele gemeenschap liep uit om Jezus Christus te vergezellen bij zijn rondgang. Dagen van te voren waren er ingewikkelde tapijten uitgelegd van bloemen en gekleurd zaagsel. Alle vlaggen hingen uit.

Of onze interpretaties veranderd zijn! In de zestiger jaren waren er disputen rond het boek van de kapucijner pater Luchesius Smits over de transsubstantiatie. Nieuwe termen werden uitgevonden om al de verschuivingen te dekken. Maar doordat onze eigen ervaringen met onszelf veranderden, verschoof dit alles. De eigen lichamelijkheid is voor velen iets anders gaan betekenen. Natuurlijk zijn we ook nu nog bijna steeds zozeer met onszelf bezig dat we zelden aandacht besteden aan iemand of iets anders. We zijn allemaal een God in het diepst van onze gedachten. Het was juist vanuit zo'n individualiserend standpunt dat we Jezus en zijn lichaam in ons midden plaatsten en aanbaden in een met diamanten en andere erfstukken overversierde monstrans. Maar nu zijn we ons meer en meer bewust geworden, dat we ook op andere manieren in de wereld en bij de ander aanwezig zijn. Geconfronteerd met een kunstwerk, een prachtig landschap, met een ander, komt het voor dat we gegrepen worden door iets groters dan wijzelf zijn. We kennen dat allemaal. Geliefden en mystiek-geraakten ‘smelten' samen met hun omgeving. Jezus sprak over zoiets toen hij bij dat laatste avondmaal over zijn lichaam en bloed sprak. Wat was zijn lichaam toen? Hij maakt dat duidelijk als hij plotseling opstaat, zijn bovenkleed aflegt, een schort ombindt, en hun de voeten wast. Iemand die zoiets doet is niet langer het middelpunt van zijn eigen leven; dat centrum zijn zij van wie hij de voeten wast. Een gebaar van liefde, van samenhoren, van samen één lichaam vormen.

Paulus begrijpt dat als hij het woord lichaam (soma) nu eens gebruikt voor een individueel lichaam en dan weer voor iets dat aan ons gemeenschappelijk is, het lichaam van Christus, de verloste schepping. We zijn en blijven ons eigen lichaam, maar niet alleen het lichaam dat we vaak denken te zijn. Samen vormen we zijn en ons lichaam.