Doen jullie ook zo (2013)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

VERTRAPTE BOTERHAM

Aan de rand van het schoolplein ligt een boterham. Ze is door de motregen doorweekt. Kraaien hebben hem uit een plastic zak gepikt en er zich tegoed aan gedaan. Maar kennelijk was er brood in overvloed geweest, want een halve snee is blijven liggen. Er is nog kaas te zien. Een kind-van-deze-tijd heeft zijn brood weggegooid, richting afvalbak; en het viel ernaast. Het had liever een gevulde koek en een zak chips. Dat is zoeter en het kraakt lekkerder. Brood is niet meer heilig. Brood is niet meer wat het was; wat het in de oorlog was..., wat het was aan de rand van de woestijn en in streken met dreigende honger. Brood is niet meer wat het was in Israël en in Jezus’ handen.

KONINGSGESCHENK

Eens was brood puur geluk. Brood en wijn waren heilige symbolen waarmee koningen elkaar eerbiedig tegemoet traden. De legendarische koning van Salem, van Sjaloom, van Vrede, de priester Melchizedek, liet het aan Abram brengen met zijn zegen en de beste wensen, toen deze in de koningsvallei vijf koningen had overwonnen. Brood was een koningsgeschenk. Brood en wijn. Jezus biedt het zijn leerlingen aan, Jezus, priester op de wijze van Melchizedek. En sinds die avond zijn de leerlingen er niet meer mee opgehouden. Ze zijn het aanbod van Jezus blijven herhalen. ‘Hier is brood, hier is de beker, gebroken en rondgedeeld, mijn leven, gebroken maar voedsel voor jullie. Doe het zelf ook zo, blijf het doen.’ Geef jezelf, deel je uit, wees anderen tot leven. Breek jezelf en breng God aan het licht, wees één met Hem.

LIEFDESDEMONSTRATIE

Vandaag vieren we dat sacrament, dat geheime teken van God. We laten het zien in de straten van ons dorp. We bieden het aan als een koningsgeschenk. Met een kostbare monstrans trekken we uit. We demonstreren. We laten zien hoe God in ons midden leeft in de liefde.

SSSSSSSSST!

Lieve kinderen. Toen Anki aan de hand van oma de kerk binnenliep begon ze ineens heel hard te stampen. ‘Dat klinkt lekker’, riep ze. ‘Sssst!’, siste oma en ze trok aan haar armpje. ‘Je moet hier stil zijn.’ Oma fluisterde. Anki schrok. ‘Waarom?’ Anki moest stil zijn op school als de les begonnen was en in de wachtkamer bij de dokter. En nou dus ook in de kerk. ‘Waarom?’ ‘De kerk is het huis van God’, zei oma. ‘Houdt God niet van praten?’ Nu wist oma het verder niet meer. Jawel, God hield van praten en van kinderen. ‘Als je weet dat God er is, dan word je vanzelf even stil. Net als bij de zee en in de bergen.’ Oma had al die tijd heel zacht gefluisterd. Intussen was de bel gegaan en de priester was gekomen. Die mocht niet alleen hardop praten, maar ook nog eens door de luidsprekers. God zou wel schrikken! Anki keek om zich heen. Er was veel te zien. De preek was begonnen. Toen maakte ze haar handjes tot een toetertje en fluisterde oma iets in het oor. ‘Nu weet ik waarom ik stil moet zijn in de kerk: anders maak ik de mensen wakker!’