33e zondag door het jaar C - 2019

Zusters en broeders,

Het evangelie van vandaag wordt gewoonlijk gezien als een voorspelling van het einde der tijden, maar dat is het waarschijnlijk niet. Jezus is immers geen toekomstvoorspeller. Hij zegt alleen wat er gebeurt als de God van liefde, vrede en gerechtigheid geen plaats meer krijgt in zijn eigen schepping. En dat zijn verschrikkelijke dingen, want dan stelt de mens haat boven liefde, wraak boven vergeving, egoïsme boven broederlijkheid, corruptie boven gerechtigheid, en winst en eigenbelang boven respect voor Gods heerlijke schepping die de aarde is.

We zien dat in de vreselijke oorlogen die de mens door de eeuwen heen gevoerd heeft, en we zien dat vandaag in de vele volkeren die in afgrijselijke ellende leven, en in de ontelbare mensen op de vlucht. Dagelijks worden huizen, velden, dorpen verbrand, en worden vrouwen en kinderen vermoord of verkracht, of allebei. En waarom gaat het altijd? Niet om liefde, maar om haat. Niet om respect, maar om zelfverheerlijking. Niet om broederlijkheid, maar om eigenbelang. Niet om deelzaamheid, maar om mensonwaardige zelfzucht. Met als vreselijk gevolg dat een mensenleven vaak niets meer voorstelt. Miljoenen mensen hebben geen leven meer, en kunnen ook geen doelstellingen meer hebben, want ze kennen alleen vervolging, beroving, moord. En wie het anders ziet, wie daartegen ingaat, loopt zeer groot gevaar. Dat moeten de christenen in meer en meer landen aan den lijve ondervinden.

‘Wees op uw hoede, dat gij niet in dwaling gebracht wordt’, zegt Jezus. ‘Wees op uw hoede voor valse profeten die optreden in mijn Naam en in naam van het mooie leven, van grote winsten zonder inzet, van uitbuitingen die zich voordoen als waardevolle geschenken, van geweld dat voorgesteld wordt als zelfbescherming. Wees op uw hoede.’

En Jezus zegt ook: ‘Ik zal u een taal en een wijsheid geven die geen van uw tegenstanders zal kunnen weerstaan of weerspreken.’ De taal en de wijsheid die aandacht scheppen voor onze medemensen die in nood verkeren, die ziek zijn, die hun werk verloren hebben, die eenzaam zijn, die de liefde verloren hebben. Hun leven kan verwoest zijn, hun toekomst gestolen of vernietigd, en misschien zijn ze totaal afhankelijk van hulp – zoals de miljoenen mensen die op de vlucht zijn en die nergens welkom zijn. Zodat angst en wanhoop het enige is wat hun rest.

En misschien is ook onze werkelijkheid niet de werkelijkheid die we hopen, misschien moeten ook wij door de donkerte van tegenslag, ziekte of dood. ‘Laat u niet in dwaling brengen’, zegt Jezus. ‘Laat u niet kapotmaken door tegenslag, door ziekte, door ontgoocheling, maar wees standvastig, want Ik ben bij u en geen haar van uw hoofd zal verloren gaan.’

Zusters en broeders, we leven in een wereld waarin velen geen plaats meer gunnen aan onze God van liefde, vrede en gerechtigheid. We zien dat ook in de wereld waarin wijzelf leven: in de leegloop van onze kerken, in de onverschilligheid van zoveel mensen, heel dikwijls ook van onze kinderen en kleinkinderen, in de spot van ongelovigen. Maar laten we hoe dan ook waakzaam blijven, want dan ‘gaat de zon van de gerechtigheid op, en met haar vleugels brengt zij genezing’, belooft God de Heer in de eerste lezing. En die zon van gerechtigheid in Gods wereld van liefde en vrede wens ik ons allen toe. Amen.